Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: huishoudelijk (pagina 1 van 55)

een wachtlijst

De plek naar de schoenendoos was beschreven, trap
op, links achter, rechts voor, misschien dat

er nu twee dozen stonden maar ze waren zeker te tillen,
pas op voor de losse vloerbedekking, de

plaatsen in het zwarte kastje liggen over de landsgrenzen,
een doolhof waarboven hij nu grijnst, sceptisch

over onze kleine stappen en radeloos turen in de verte,
teveel bagage op onze rug, de ene gier volgt

de andere, krassend over onze hoofden, er zijn bankjes
om uit te rusten maar ze staan

boven een ravijn, we verliezen schoen, moed en zicht,
aarzelend bij touwladder, kabelbaan en lift,

hebben geen juist entreebewijs, staan in de wachtrij voor
toegang en missen de grootste attractie.

 

(hoewel de site van Meander weer leesbaar is, is ze nog niet werkbaar)

de enige hemelvaart te A.

De staketsels rond de kerk steken nog in plastic tegen
de lucht, er moet natuurlijk betaald worden voor

een dergelijke attractie, en eerst moet nog gekeken of
de constructie degelijk is. Er is een wachtlijst

waarop zelfs de heer K. hoewel hij eigenlijk hoogtevrees
heeft, bij voorbaat heeft hij bezwaar tegen

aanwezigheid van kinderen onder de elf die vermoedelijk
gillend naar beneden gaan schreeuwen of plastic

zakken met chips gaan keilen en blikjes cola. Zo is het
ook met mij misschien: iets gaan doen waarvan

je niet per se weet hoe stabiel omgeving of bouwwerk is,
de treden hangen nog los en knarsen vervaarlijk,

toch slinger ik mezelf omhoog, beweer al iets te zien en
laat dan onderweg iets of iemand vallen.

om haar te herkennen

aangevuld met alles van haar

Komen er eerst nog rozen uit de kopieermachine, droge
harde die knappen bij het vallen op het bureau,

later zijn het vlammen en knallen en stort het hele kantoor
in terwijl ik urenlijsten vermenigvuldig die

ieder nog invullen moet. Er zijn twee vrouwen die op de
schoot van een collega genomen worden,

er zijn een heleboel nieuwkomers die nog ingewerkt moeten
en mijn vader bezwijkt op straat waar mijn

moeder zich weer vreselijk aan ergert. Het zijn allemaal
fragmenten van een vorig werkend leven,

de opwinding hoe uren vol te maken en te verantwoorden
en een grote mate van collegialiteit blijkbaar, plus

een licht gemis aan mijn kibbelende ouders, terwijl de
buren op straat wijzen naar het verkoolde restant.

een haan op de toren

Met 38 verkochte exemplaren van ons officieel debuut van vorig
jaar zijn wij een bestsellerauteur die na

afrekening van de 21 euro 38 aan de bijstand een herdruk verdient,
een extra toetje, een signeersessie op alle plekken

behalve voorin de bundel en een lauwerkrans waarin ons hoofd
blijft steken. Gevraagd naar redenen voor succes

horen wij altijd dat het niet aan ons zou liggen, men gelooft nog
altijd in ons, hoewel dat hinderlijke meervoud van mij

eigenlijk een elitaire houding is waarmee ik me niet geliefd maak,
en misschien kan ik ook iets aan de vorm doen

waarmee ik mezelf herhaal, maar heus, er blijft nog genoeg over,
men moet het alleen nog zien en willen, de

uitgever incluis. De schrijver liet zich allang omscholen tot een
animeermeisje van zekere omvang en dito allooi.

bijna de kunstenaar

Zo’n dag dat iedereen thuis is, je vermoedt kinderen
spelend op hun kamer terwijl ze aan

raamkozijnen hangen en lakens knopen aan de knop
van de verwarming, er zijn ongekend veel

vriendjes te logeren, de muziek is eigenlijk te luid en
hun spelletjes schetteren maar ach, ze hebben

plezier dus laat je ze, en dan valt er iets om, iemand
uit het venster misschien, er breekt iets, er

gilt wat en voordat je naar boven stuift en bloed ziet,
en passant flessen frisdrank en chips uit

de kast trekt, kijk je nog even om naar het rustig vertrek
dat straks ook slagveld wordt en zucht: zo

is het in dit huis, de buurvrouw bonst, de buurman komt
om drie over zeven klaar, de hond breekt los.

hazen zoek

De dichter heeft niet het podium nodig, niet het licht waarin
hij staat, niet het klappen van de handen tegenover,

niet de aankondiging waarmee hij grappend struikelt of de
korte buiging waarmee hij eindigt, de dichter

heeft de luisteraar nodig die aan dezelfde tafel zich verder
naar voren strekt en met zijn handen bijna

de kunstenaar voelt, de adem over zijn gezicht, het zweet
uit diens poriën en in eenzelfde beweging

zijn benen over elkaar slaat of balanceert op een voet om
zich dan weer met een ruk om te draaien naar

een bezoeker achter een paal, lamp, barkruk of familielid,
lachend of bijna huilend, ingehouden van herkenning,

pijn, verwondering, en dan hem aankijkend wacht op het
moment dat zijn tekst uit de ogen van de ander spreekt.

 

(bij Reuring breken we tegenwoordig het podium af alvorens
te beginnen; het gaat elke keer weer om de ontmoeting)

een omcirkelde A

Terwijl we stoeien met het dak van een Mini en botsen met
de camper achter het autootje van een beer die

we tot gisteren niet kenden terwijl we liften aan de kant van
de weg, parasol boven ons hoofd en ballonnen

die de route alvast zwevend nemen, hopen op een joviale
chauffeur maar vooral proviand onderweg, blijft

een zacht gekrijs in de oren klinken, een verontwaardigd en
bitter huilen dat, als we niet opstaan, een

stampvoetende cadans zal worden. Er zijn twee mannen met
elkaar in gesprek en ze buigen zich over

mijn etenstafel, drukken hun armen tegen elkaar, vegen de
kopjes en glazen van het beduimeld blad, grijnzen

vervaarlijk vanaf bladzijde 7 en hoofdstuk 3 mij aan, bukken
zich en rapen de scherven waaraan de suiker nog kleeft.

 

(we zijn teruggegaan naar boek 4 uit 2010 teneinde het manuscript
te voltooien)

niet echte situaties

Als het scherm zich vastbijt in een strandvlakte die poederachtig
de zee in stuift, een blauwe wereld die rimpelloos zich

sluit tot een rotsenboog helemaal aan de overkant, is er maar
een iemand die mij tot bewegen kan brengen, mij

bij de hand neemt en leidt en rustig alle stappen doorneemt tot
ook het blauw, het dons, het harde van de

rots, de overkant en zelfs alle icoontjes in die bestemming zich
voegen naar mijn wens en ineenvloeien tot de

vertrouwde foto waarop mijn kleinzoon tussen mijn handen en
met mijn vingers speelt tot er een autootje toeterend

verschijnt op het wit voor ons en in botsing komt met konijn, kat
en scheef gewaaide boom, daar zijn mijn mappen ook

en de inhoud van het dagelijks ritme, de taken die ik me opleg en
het publiek dat zich, langzaam vergapend, aaneensluit.

 

stelliger dit keer

De klusjes zijn de minnaars van toen, verschillende
werkzaamheden zijn de activiteiten rond

hen, de opdrachten hetzelfde streven naar erkenning
dat ik toen, bedelend veelal, bedong. Ze

liggen stil, gekaderd in een rooster dat op vaste tijden
zucht en gilt, wringt en barst, soms

wisselen ze van plek. Mijn hand dirigeert ze, mijn
mond stuurt ze, er is niet

veel veranderd. Onderling raden ze elkaars bedoeling,
vergaderen zelfs over structuur en nut, maken

mij gek, hangen mij ondersteboven en proberen me te
laten springen, vaak mag ik niet

alles tegelijk en ook niet meer en zeker niet minder en
erover schrijven is echt alleen voor hen.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑