Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: huishoudelijk (page 2 of 61)

doeg

In de wachtkamer, willekeurig welke, verzint men zich heuglijke
aflopen en aflopen zonder meer voor elke verlegen

bezoeker. Er zijn maar weinigen die met bravoure en luide stem
de stilte doorbreken, een enkeling fluistert tegen de

trouwe partner die elke keer blijft zitten tot zij weer verschijnt,
jassen op schoot, er zit vast iets

waardevols in de zakken. Een jongen kust de verpleegster, soms
ontmoet je een oude schoolvriendin, een zusje,

een voormalige geliefde. De mijne vraagt of het bezwaarlijk is:
een gaatje in de regenboogstreep van mijn verkleurde

arm, daar vliegt mijn vader boven de wolken uit en groet, en vraagt
zo’n verhaal, zo’n verzinsel zoals ik mezelf dat

geef: een geruststelling alsjeblieft maar ook een acceptatie van de
feiten, we komen hier tenslotte allemaal voor hetzelfde.

een bewijsje

In competitie met onzichtbare grootheden lever ik na een
dag mijn bibliotheekboek in alsof achter de spleet

in de muur een man staat met potlood in de hand die mij
afstreept in een tabel met veel rood en ronde

cijfers. Zo typ ik ook in het donker voor onbekende hordes
uit om maar de eerste te kunnen zijn en daar te

arriveren voordat iemand anders het doet, laat staan voordat
zij mij missen. Het is het persoonlijk maken van

een praktisch feit: mijn vader meende dat er een vrouw zat
in zijn auto die precies wist waar hij heen ging

en verwonderd over haar gave, volgde hij haar aanwijzingen
voor de goede richting, ze had zelfs een

bekende stem. Dus maak ik een ieder getuige en familie en
voer een wedstrijd aan die nooit uitgeschreven is.

het grote bloot onzichtbaar

De enige zorg is het nieuwe uiterlijk van een bericht dat je elke
morgen maakt, de instructie die het automatische van

je handeling tegenhoudt, het snelle van je beweging vertraagt
en natuurlijk ongevraagd. En je hebt haast,

altijd haast, een gretigheid die je verbiedt de uitleg te volgen en
iets te leren, een onderwijzen dat je zeker niet nu

of vrijwillig wilt volgen, er zijn zoveel andere plannen. Terwijl
de kou opkruipt, de kachel tikt alsof de poes uit

het dodenrijk haar nagels scherpt over je vloer, nog even en hij
valt je benen aan, elders een lampje aangaat, de

lucht nog massief zwart, en je opeens het Kerstbrood wilt waarvan
de geur nog in je vertrekken hangt, lees je

hoe effectief de verandering is en hoe lezers veel duidelijker straks
je kunnen vinden vermits je stap a tot en met d volgt.

na afloop

Dan zou hij komen en zeggen ik hoor dat je me nodig had en
doen waar hij goed in was en bij het

weggaan een opmerking maken over het nieuwe lampje dat
niet nieuw is maar daar al drie jaar

hangt en ik zal drie dagen met heimwee rondlopen en dan hem
weer afzweren zoals altijd. Er volgt dan een

telefoontje met een ver geluid alsof hij werkelijk onder de zoden
ligt, diepteonderzoek zeg maar, en zodra hij

merkt dat ik wat afwezig ben vier berichtjes uit die andere wereld.
Er zijn geen lampjes daar die nieuw zijn,

geen meisjes met heimwee, er is niets nodig en goed zijn in iets
is een belachelijke maatstaf want er is geen

vergelijking, daar komt hij allemaal op de een of andere manier
achter. Ik spreek dat natuurlijk allemaal tegen.

het snoer lichtjes

Omdat het Kerst is, gaat hij met haar mee naar het zaaltje waar
ze met haar vriendinnen vaak wegdroomt boven

de beelden uit andere verhalen, heel verstandig alleen maar
tussen half drie en vijf, en stelt zich, net zoals zij,

tien minuten voor aanvang in de rij en schuifelt dan voor de
beste plaats langzaam naar boven om ook, nog

voor de aftiteling begint, in het donker zelfs, af te dalen en de
beste plek aan de bar te bemachtigen want het drankje

na afloop is gratis. Het enige wat hij fout doet, is een kort
gesprekje aanknopen met de vrouw naast hem die

heus niet bij haar vriendinnen hoort, ze is zelfs wat ordinair
en er kruipt een tattoo onder haar hals vandaan en

hij lacht om haar, dat kost hem zijn toetje en nog wel een heel
bijzondere want het is Kerst tenslotte, slagroom!

het eerste gerecht

Het huishoudelijke van sommige mensen, het ongevraagd geven
van oplossingen en adviezen zoals waarom mijn krenten uit het
Kerstbrood verdwenen zijn, hoe ik het snoer lichtjes

ontwar en vervolgens weer opberg, waarom de belletjes in mijn
hoofdtooi niet rinkelen en hoe ik haar met schuifspeldjes moet
vastzetten als ik niet wil dat zij gedurende de

dag naar beneden zakt, is vaker de kritiek op mijn losse stijl, het
nonchalance en de Franse slag dan oprecht mij proberen te helpen
en tevens meer kenmerkend voor mij zijn dan

het schrijven van een gedichtje in vier minuten, half slapend nog.
Het is meteen mijn kritiek op vaste vormen, constructies, regels
en meer zogenaamde oplossingen die in de praktijk

immers nooit werken en gewoon jaloezie van de a-kreatieven die
hand in hand met hun bedachte levensstijl, Haar, Hem, zichzelf
niet leren kennen noch de keukenprinses uit dit vers.

u en u alleen

Zijn schatje staat in de andere rij, hij voelt het maar mag niet
langer dan een minuutje staren dus maakt hij

een domme opmerking tegen de caissière die vervolgens zegt
dat het elke dag Kerst is, jawel meneer, en bij

de uitgang botst hij tegen het karretje van een enthousiast kind
en ziet het liefje nergens meer maar voelt haar

nog steeds. Op het parkeerterrein staat een bekende auto met
de achterklep omhoog, een halve boom steekt

parmantig naar buiten, een man sjort met een touw, kratjes
wijn hebben moeten wijken voor het groen,

hij weet waar ze hem neer zetten zal, hij komt in de verleiding
zelf een boom te kopen maar beperkt zich tot een

domme krans met een rode kaars erin en hoort haar zeggen ‘wel
gevaarlijk open vuur met al die boeken om je heen’

hij is er ook bijna niet

Van zachte roze klei vouw ik een lapje dat zich als een tong
laat bewegen en duw het tegen een ijswand in

een leeg hol, misschien omdat ik aan het deeg voor het brood
denk en al die andere huishoudelijkheden voor

het winters feest, misschien omdat ik een hertje fotografeerde
dat onder een snoer lichtjes stond in een warme

ruimte, niet levend natuurlijk, en mijn kleinste kind met zijn
vingertje over het scherm gleed terwijl hij met

zijn knuffels in een kring zat en Bingo speelde, had olifant
een wesp op het bordje, ja, dan kreeg hij een

blaadje op de wesp en zo de cirkel rond tot hij weer bij zichzelf
uitkwam, misschien omdat ik de zachte handen hield

van mevrouw K. die van dezelfde kleur waren maar ijskoud
en niet meer bewogen dan daar in die schoot.

dat van troost

Als ik het geweten had, was ik behoedzamer geweest zoals je
zuinig doet als je ziet dat er nog maar drie ingevroren

boterhammen liggen, een half pakje diepgevroren bramen met
het wit uit een strenge winter, een plakje vlees dat

ook vis of kip kan zijn en even onbestemd van kleur blijft als
het eenmaal in de pan ligt. Ik houd van voorraden,

ik heb dat moeten afleren, maar ik houd niet van voorbereid
zijn op mindere dagen als deze. Dat je ledematen

tegelijk met armoede van je afvallen of weigeren iets te doen,
dat je koud en stijf niet warmer wordt dan van het

vinden van een leeggelopen kersenbonbon in het prachtig rood
van een komend feest terwijl je natuurlijk alleen maar

het papiertje tegen je oog moet houden en een lichtstraal moet
zien te vinden die even sterk is als de ster van Bethlehem.

hij die zijn mijter verliest

Langer dan menig minnaar maar met dezelfde gretigheid houdt
hij mijn hoofd tussen zijn handen, duwt het licht

in de gewenste positie, flitst met zilveren vingers, zachte doeken,
warme borstels waar zij slechts kooswoordjes hebben,

natte tongen, haastige trekken. Waar hij mij in geur en zachtheid
wikkelt, rollen zij mij af, de lucht bijna bedorven,

waar hij me veilig houdt, om me heen lopend als een trotse eigenaar,
is overgave zoveel vanzelfsprekender, overleg ook.

Hem vraag ik of het goed is, hij hoeft slechts mijn ogen te zoeken
in de spiegels tegenover, het zilver te herschikken en

de stoel te draaien. Alles wat er van me achterblijft, veegt hij in
een hoek met behoedzame lange slagen terwijl

nog dagen daarna mijn haren licht gebogen mijn lijf doen dansen,
langer dan mening minnaar doet.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑