Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: huishoudelijk (page 2 of 63)

bloemen na afloop

Er was een vrouw in het publiek die hinderlijk naar voren
drong, daarbij stoelen en mededingers duwend en omver
blazend, een beweging die pas tot stilstand

kwam toen ze op het podium stond, een versje las maar
allereerst mij verwijtend aankeek, een beetje spottend en
duidelijk ouder, met ogen die raar groot

opzetten en venijnige haren die uit een staart sprongen die
nog halverwege haar hoofd hing, het was dat ze het papier
moest vasthouden waarop haar rijm, anders

had ze haar handen in haar zij gezet en was gaan schelden.
Dat kan ook op rijm, zou ik bijna zeggen, en verschoof mijn
voeten, ze leken opeens bespottelijk groot.

Alles leek alleen op mij te slaan, de zaal bleef rustig en had
het warm, over de hoofden sloeg een weeë golf van buiten
waarin zonnebrand, leeggelopen zwembadjes,

gesmolten kinderchocola zich mengde met mijn zweet. Haar
staart was nu verdwenen, aan alle kanten hing het grijs, ze
leek te knipogen en duwde de massa opnieuw uiteen.

de recente verbouwing

Ik wacht nog steeds tot hij belt en zegt dat hij zich vergist
heeft. Een andere datum op het formulier, een

a teveel, een extra lus aangezien voor mijn status zoals een
liefje zich verrekent in het aantal vrouwen.

Tot een stem zachtjes en huilerig zegt dat de fout geheel bij
hem ligt, een kras over het vel, een andere

positie, liever niet onderop, bloemen na afloop. Tot een hand
de tekening op mijn rug afmaakt en mij laat

raden naar kerktoren, konijn en zonnestraal en beloont voor
het goede antwoord, tot het weer

omslaat, tot de lucht koeler mij in beweging brengt, tot de
vluchtroute bekend is, tot het doel bereikt is, tot

ik een ons weeg, tot zij terugkomt, tot het verhaal rond is en
de woorden op, tot de telefoon gaat.

een zoete walm

Dat nerveuze gevoel, een veelbelovend iets, opstaan met een
reuze zwaai, benen meteen op de grond, het

handelen niet uitstellend, een ochtend door de spleet in de deur,
het raam, een nieuw begin, elke keer weer.

En stil, dat allereerste proeven, dauw op het gras, een enkel dier
slechts, geen beweging dan die zwaai van ledematen.

Dan het bewijs leveren dat we er nog zijn, kleine piepjes met
goede wensen die we eerst doorsturen als het vers

geschreven is, het doek scheurt elke keer als we de wereld openen.
Bij de koffie hartjes op het scherm retour. Herstelwerk,

broddellap, het kiezen van kleur, dan blaffen de honden, de huizen
kraken, de mensen verplaatsen zich, er wordt

gerend. Op een hoek blijft een wolkje rook hangen en slechts één
iemand twijfelt welke richting hij op zal gaan.

haar vaste plek

Het niet willen weten is een fase die verlengd zou moeten zijn
tot een ieder sterk genoeg is, bij elkaar zit,

handen houdt, elkaar aankijkt terwijl je weet dat sterk zijn geen
kwestie van tijd is en een waarheid, welke dan ook,

geen uitstel vraagt. Het is meer een momentopname waarbij de
zon in de kamer schijnt, een ieder overtuigd

van zijn eigen plek of rol, alvorens alles uit elkaar valt, want dat
gebeurt, natuurlijk. Bovendien willen we

alles weten. De hoed, de rand, de mate van pijn, de hoeveelheid
dagen, het waarom, de afmeting van

ellende, alleen zijn, de kortstondigheid van vreugde, terugkomst,
hoe lang hij blijft, de schaduw van de objecten,

een reden, de afkoopsom, of we nog terug kunnen naar toen en of
we werkelijk gelukkig zijn en liever niet willen weten.

krachtmeting

Er is iedere keer een boosheid die zich tussen twee pauzes en
twee ogen schuilt, het ligt onder een frons en

komt uit een mond die zuur en dun wijder wordt, het slaat met
een hand het voorgaande weg en belooft niet

veel goeds voor het volgende. Er is een gedachte die zwaarder
weegt dan het lijf bovenop hem, iets dat

zwarter is dan haar melkwit en iets dat langere armen heeft. Hij
beweegt niet langer, zij stapt af, raapt de kleding

van de vloer. Aangekleed wacht de nieuwe dag, koffie, broodjes,
het ei precies zo hard als hij het wilde, zon,

de auto op de hoek, als hij voortmaakt is er nauwelijks tijd verloren,
hij lacht alweer. Zelden staat hij zich

de lichtheid toe van haar bestaan, zij keert de lege dop en geeft
hem een lepeltje, hij moet verrast kijken, deze keer.

alleen de zwarte strepen

Vroeger was het antwoord nog stoutmoedig, ietwat vilein en
vol gespeelde overtuiging, nu is er bij voorbaat een

excuus, een knieval naar de tijd, een omslachtig gebaar al blijft
de inzet even hoog, voorspelbaar ook en zo

typisch vrouwelijk. In beide gevallen wordt er meewarig bijna
geglimlacht, we gunnen haar ook wat, ze is

lekker bezig, ach en kijk. Aangenomen wordt dat het nu rusten
wordt in een kabbelend stroompje, hier en

daar een bal redden of een verdwaalde badgast, het fluitje van
een cent, de uit het zicht verdwenen

horizon. Het tegendeel zou ernstig zijn, zielig ook, ongewenst
en zorgelijk alsof alles gepakt is voor de reis en

zij haar schoenen nog zoekt of opeens misselijk blijkt, de proviand
uiteraard al op, de kaart tot vliegtuig gevouwen.

aflopende lengtes

Het verlaten van de vorm zou misschien, hoe willekeurig
gekozen ook, hetzelfde betekenen als het zich

vrijaf geven, de opdracht wegvegen van het bord en de vieze
vingers aan de broek schoonpoetsen en dan met

lege boodschappentas een andere wijk in de stad te nemen.
Het wachten is alleen op het oversteken, een

nieuw filiaal binnen te gaan, een gesprekje te beginnen met
een onbekende caissière die eenzelfde glimlach

bezit en evenveel geduld, het is alleen maar goed om verder
te lopen, enzovoorts. Zelfs hierover is

nauwelijks nagedacht. Op een ochtend staan we daar, kennen
geen witregels meer, geen heilig getal, slingeren

alles naar beneden, er is een aanbiedingenbak, en komen
beladen met korting uit in het midden of

zoiets.

afmeten

Tussen de reizigers op het perron zit een man onverstoorbaar
een ijsje te eten, zijn jas stevig dichtgeknoopt

negeert hij alle opmerkingen over kou en regen, het verkeerde
seizoen en hoe er over het algemeen niets klopt van

welke voorspelling dan ook. Een vrouw fotografeert haar
spiegelbeeld in de kiosk, er is een winnend koekje voor

een euro slechts en we moeten vijf minuten bijtellen voor de trein
naar A. Zwarte kraaien duiken vanaf

het dak naar de tegels, zomaar zijn er regels over benen die tussen
de sporen raken, een baby zoek. Een

conducteur met zangerig Limburgs accent slaat mijn uitgestoken
hand over, ik gebruik de conducteursvolgorde, zegt

hij, niets persoonlijks mevrouw. Zomaar ook zou ik tot onder de
rivieren willen gaan en mijn taal willen veranderen.

tot honderd zelfs

Alles heeft zijn vaste plek. De boom tikt net tegen het randje
van het raam, het stukje lucht is bijna even groot

als gisteren, de ruimte in mij teruggebracht tot het ene hart,
de wapperarmen, de stoffige knieën, het haar

torende boven de weke hals, buigend veelal, de geluiden tot
nul gereduceerd. O er is een tikkende wasmachine,

een bonkend apparaat dat aftelt tot het einde, een auto met
startproblemen geparkeerd onder de kast, twee

drie filmpjes op het kleine scherm waarin hoge stemmetjes de
holle ruimtes vullen. Terwijl hier gezocht wordt

naar tekenen van verblijf, ontstaat daar een nieuwe orde. Het
stukje lucht is bijna even groot als

de afstand tussen hand en aanraken. Glijdend naar rechts zijn
schaterlach, zwaaiend naar links de mijne.

 

 

niets sist

Nu we niet langer tegenover het park wonen waar in het water
de restanten van een koning of zijn feest, onder de

bomen zijn onderdanen of toevallige passanten, boven het platte
gras de wolkjes rook van te hard gestookte vuren waarin

worstjes uit hun vel springen en marshmallows zachte puddingen
worden en we geen begerenswaardige buurmannen

ontdekken die de rest van het jaar schuil bleven achter het hoofd
van het gezin of attributen waarover we slechts

ooit droomden, plastic reuze krokodillen, cd’s met ontuchtige
handelingen (al dan niet in combinatie met het

voorgaande), hamburgertorens, tasjes van een grootmoeder, het
picknickkleed uit de auto van mijn vader, slingbacks

met dat krokodillenhuidje, is de afstand die we altijd al voelden
opeens een voldongen en toch wat jammerlijk feit.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑