Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: huishoudelijk (page 2 of 60)

dat van troost

Als ik het geweten had, was ik behoedzamer geweest zoals je
zuinig doet als je ziet dat er nog maar drie ingevroren

boterhammen liggen, een half pakje diepgevroren bramen met
het wit uit een strenge winter, een plakje vlees dat

ook vis of kip kan zijn en even onbestemd van kleur blijft als
het eenmaal in de pan ligt. Ik houd van voorraden,

ik heb dat moeten afleren, maar ik houd niet van voorbereid
zijn op mindere dagen als deze. Dat je ledematen

tegelijk met armoede van je afvallen of weigeren iets te doen,
dat je koud en stijf niet warmer wordt dan van het

vinden van een leeggelopen kersenbonbon in het prachtig rood
van een komend feest terwijl je natuurlijk alleen maar

het papiertje tegen je oog moet houden en een lichtstraal moet
zien te vinden die even sterk is als de ster van Bethlehem.

hij die zijn mijter verliest

Langer dan menig minnaar maar met dezelfde gretigheid houdt
hij mijn hoofd tussen zijn handen, duwt het licht

in de gewenste positie, flitst met zilveren vingers, zachte doeken,
warme borstels waar zij slechts kooswoordjes hebben,

natte tongen, haastige trekken. Waar hij mij in geur en zachtheid
wikkelt, rollen zij mij af, de lucht bijna bedorven,

waar hij me veilig houdt, om me heen lopend als een trotse eigenaar,
is overgave zoveel vanzelfsprekender, overleg ook.

Hem vraag ik of het goed is, hij hoeft slechts mijn ogen te zoeken
in de spiegels tegenover, het zilver te herschikken en

de stoel te draaien. Alles wat er van me achterblijft, veegt hij in
een hoek met behoedzame lange slagen terwijl

nog dagen daarna mijn haren licht gebogen mijn lijf doen dansen,
langer dan mening minnaar doet.

om beter te passen in een andere mond

Er ligt een nieuwe opdracht en dat ik die moet aannemen
en moet uitvoeren, is geen vraag, geen verzoek,

geen wens alleen maar een noodzakelijk vervolg. Hoe was
dat ook alweer met die ene schrijfster die

eerst jaren in een hoekje van het café voor haar zieke kind
schreef en na twaalf afwijzingen nu nog voor

schaamte en boosheid zorgt bij die twaalf uitgevers die haar
niet zagen zitten? Het is tijd kortom voor

de harde pegels te zorgen, te gaan voor succes, en al die
vreselijke omschrijvingen die in die opdracht

verborgen zijn. Bovendien is het alleen maar geloven in
mij en mijn kunnen en iets van

zorgzaamheid en gemak tevens: daar heft het glas zich, daar
ligt het materiaal, daar wacht alleen ik.

om de afstand te accentueren

Misschien bestaat herstel hieruit: alle zolen van alle schoenen
te laten maken door de aardigste ondernemer uit

de stad, wellicht alle neuzen ook, en dat verspreid over de weken
van het nog resterende jaar zodat we zijn prettige stem

en dito handelingen kunnen herhalen en iets hebben om naar uit
te zien, de kosten gespreid, en bij het laatste bezoek

aan een zelfgebakken cake kunnen denken die hij dan met
groezelige vingers kan oppeuzelen en waarvoor hij

knikkend bedankt om dan met vuile en vette handen en volle
mond precies mijn laarsjes uit de berg schoengoed

te halen en met een buiging te overhandigen zodat ik kan zeggen
hoe knap het is dat hij mijn schoeisel herkent en hij

dat ik weer mijn best heb gedaan en het onzeker is of het om gebak
of voeten gaat of hoe weinig scheef ik heb gelopen.

een bewijs

Als ik het opschrijf, is het voorbij en ben ik definitief
weer thuis, kom ik terug in de dagelijkse dingen,

zoals hier. Voorheen was dat juist de reden het te noteren
en niet alleen op deze plek. Agenda’s vol,

symbolen op de muur, pen op de zijkant van je hand, een
groet onder de postzegel, enveloppen op je

deurmat. Bewijzen tegen het vergeten, het herhalen het
teken van bestaan, logboek tegen de dood.

Als teken van vertrek groette ik vanaf het papier, eenmaal
thuis holde ik naar de kantlijn, misschien

meer voor jou dan voor mezelf, een lezer moet niet nodeloos
verontrust worden. Even twijfel ik of ik zelfs

degene was die schreef zoals ik nooit zeker ben van de reis,
de deur nog in het slot draai en liever doe alsof.

het tekort

Wat je wilt is een briefje terug, het liefst handgeschreven en
met geen zorgen erop maar een grapje wellicht, een

aanhef als ‘meisje’, iets dat alle witgejaste heren in de omgang
deden terwijl ik de gangen door rende in mijn korte

jackjes, stoelen en bedden vermijdend, of hoe ze uitlegden dat
niets mijn schuld was en bij voorbaat

zichzelf, hun handelingen, ingrijpen en correcties, allemaal hoogst
noodzakelijk, verontschuldigden; het ongemak, het

gênante idee dat iemand anders verantwoordelijk moest zijn en
met welke gevolgen alles gepaard ging, was beslist

niet, nou ja, u begrijpt dat we nog een uurtje of wat vreemde
woorden combineren uit ongeschreven recepten,

titulatuur en wetten en dat er nergens een simpel bordje staat
met UIT dat verwijst naar een zonnig weiland, nog niet.

inclusief jij

Stond ik jarenlang los tegen het hek ondanks het bord dat ik
terstond verwijderd zou worden, dansend om

de lantaarnpaal voor zijn huis, tegen de gevel net onder de
dakgoot die altijd het water in mijn fietstas spoot,

vleide ik mij bijna mijn hele leven tegen de sportfiets op dunne
banden, het mandje van het meisje verderop, de

beige dikke stangen van de moderne man, nu cirkel ik hoog in
de vierde laag van de garage, opgetild door onzichtbare

handen die mij klemzetten en beveiligen met een sardonisch
oog dat, niet eens knipperend, de hele dag

bereid is tot stilzwijgend toezien op mijn rammelende onderdelen,
mijn verveloos rood, mijn weke zijkanten, roest

achter mijn lichten. Aanpassen, heet dat, opgaan in de massa,
voor je eigen zekerheid en bestaan.

het was om mee te spelen

In deze tijd iets geheimhouden valt niet mee hoewel je
je kunt afvragen of ze niet in een zachtblauw

ponnetje gehurkt zit voor het scherm in plaats van in
haar blootje, dat beeld dat nu iedereen voor

zich ziet, bungelende borsten tegen de tafelrand en van
de kou vertrokken plooien die schuilend

zich aftekenen in het scherm. Ook weet je niet zeker of
ze niet stiekem eerst een homp kaas uit het

koelvak pakt, koffiezet en slurpt boven de nachtelijke
geluiden nog, een man heeft die haar stoel

opwarmt, hulp krijgt dus bij dat dwangmatig opstaan en
niet al in de avond steekwoorden produceert die

buitelend en rillend vanonder haar vingers groepsgewijs
op commando tevoorschijn komen bij het eerste licht.

nog lang niet

Starend naar het witte bordje in de gekleurde gang haal
ik drie woorden naar boven alvorens een

vriendelijke man mij komt halen, ik wil roepen dat ik nog
niet klaar ben maar ook dat wat ik al heb:

‘wicht’, ‘tucht’ en ‘tact’, op de een of andere manier is het
niet genoeg. Zijn witte jas hangt open en hij wijst

op het scherm naar de grafiek die met pieken en dalen en
in het rood mijn waardes toont, de papieren

afspraak als vliegtuigje in mijn hand. Zal ik dit weggooien,
vraagt hij na afloop, en ik knik, het was om

mee te spelen, probeer ik nog. Zou hij iets hebben aan het
begrip ‘ruimte’, ‘wacht’ of ‘ter’? Het is

het fijnst, zeg ik, te doen waar je zin in hebt, ik hoop dat
voor u hetzelfde geldt, in alle situaties zo beleefd.

door het rode licht

In de avond ziet de ruimte er anders uit, als de dichter die
in de middag een schooljongen is maar nu een

stamgast die buiten in de mist staat te roken en zich schudt
van kou en vermoeidheid alvorens zijn stem

schor te schreeuwen en te springen op die vierkante meter
voor ons. Achter hem een snoer kerstlichtjes,

blijkbaar is het echt winter geworden, een kind dat zomaar
groot geworden is. Het publiek is echter

kleiner, vager, bestaat uit opgeheven glazen en gekwebbel
dwars door de concentratie van de kunstenaar

die zijn klanken vasthoudt boven zijn hoofd alvorens ze voor
de voeten te werpen van twee, drie

ongelovigen en zeker zeventien oude kinderen die hetzelfde
willen doen maar de hoogte niet bereiken.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑