Wat weten we van elkaar, tegenover elkaar zittend met in het grote
raam de wereld en aan onze voeten een blaffende

viervoeter, die af en toe meegeeft tegen een schoen, een enkel, soms
bovenkomt en zijn kop legt op de tafelrand en bijna

droevig iets meedeelt dat we niet verstaan, een kruimel cake misschien
of de deur open en naar buiten toe, een windvlaag

tussen alle zonneschijn in, onze handen bewegend, stemmen die van
toon wisselen, een lach zo nu en dan, wanneer was

dat eerste bezoek, wat vroegen we toen, wat zullen we nog meer doen
en is het geen tijd ermee op te houden maar dan die

zachte krullen van het beestje daar beneden, onze vertrouwdheid, het
patroon van jaren zonder dat we eigenlijk

iets weten behalve hoe we voelen bij het afscheid, warm ruikend naar
koffie en licht, familie van ver en toch ook weer nieuw.