Er is geen ander verhaal, zegt hij. Bedelend om een vervolg of
een ander onderwerp, iets vrolijks en liefs, is het

vergeefs wachten. Hij struikelt over zinnen die zich herhalen,
werk dat nog gedaan moet worden, doden die

nog leven, onmogelijkheden en situaties die nog aangepast hadden
kunnen worden ware het niet dat. Luisterend

leg ik de mobiel in de verste hoek van de bank om na een kwartier
hetzelfde geneuzel te horen en toch ontroert het

om in de ochtend te lezen dat het fijn was om mij te horen. Niet
dat ik veel gezegd heb, niets over mezelf, wat tips

om verder te gaan met leven, wat onhandige en ongevraagde en
vooral positieve opmerkingen en veel complimenten.

En eigenlijk had ik die graag zelf willen horen, als een hand die
over mijn haren strijkt en dan daar blijft liggen.