Nu we in de vroege ochtend weer zichtbaar zijn voor de omgeving,
we de vogels herkennen in het donkerblauw,

het zwart alleen nog voor de takken van de bomen is, het bloot net
onder de raamrichel zit, alleen de handen in de ruit

weerspiegeld, is de wereld kleiner dan in de maanden hiervoor, onze
vrijheid iets minder groot en de sluiproute van het bed

naar de werktafel opeens gewoon een gangetje zonder deuren, simpel
rechtdoor. Alsof ook het nadenken over of bedenken van

deze regels een duidelijk proces is, niet meer een oprisping uit de
nacht, niet iets dat we nog half dromen of we moeten

de ogen dichtdoen en nog even spelen, nog niet toe aan een uur van
waarheid, het echte zijn, een boodschap of afspraak,

laat staan de lezer, de medebewoner, de buurman rechtsonder, het geluid
van zijn bus en dat ene kind dat al tegen de doelpaal schopt.