In een zwart geschilderde kast, ze zou altijd wat spijt hebben van
het verven, niet van de kleur, zouden ze mij, op datum

en in nummervolgorde, terugvinden. Nog geen schriftje tussen de
vloerspleten of achter het luik op zolder, geen

beduimeld afschrift achter in een boek, niets met een adres erop en
alvast in een enveloppe, maar naar grootte en tijdsverloop

in die zwarte kast, opengewerkt ook nog zodat je als klein kind kunt
loeren naar haar inhoud, een beetje als een iets

te laag bloesje of het breiwerk van heel vroeger, de deuren kraken als
je tegen ze aan duwt, zelfs met je neus maakt ze geluid.

En als de sleutel wordt omgedraaid, op zoek misschien naar de resten
eten die ze vroeger op de planken showde, kun je

met een vinger over het stof langs de omslagen rechtsaf naar boven
klimmen en kiezen wat ze deed toen en misschien waarom.