Gevraagd naar weerbaarheid zegt de oudere man dat hij natuurlijk
niet bij brand door het wc-raampje naar buiten kan,

hij zal blijven steken achter manchetknoop en rijke buik, vergeten
zijn vrouw een hand te geven bij het vervolgens

rennen door het verlaten park, en na duizend stappen voor dood
blijven liggen, maar geestelijk, zegt hij,

ben ik enorm weerbaar. Even doet hij denken aan het liefje dat voor
een agent in het water sprong, zijn onderbroeken op

het plein koopt, mij waarschuwt dat ik nooit chantabel moet zijn en
zich niet inschrijft voor een valtraining omdat hij

nu eenmaal niet oud is, alleen maar vreselijk somber. Weerbaarheid
kortom heeft te maken met eigen keuzes en die dus

consequent blijven volhouden, een onafhankelijkheid hooghouden
en dat eigenwijze. Ik kan nog steeds niet zwemmen.