Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: mannen (pagina 1 van 13)

weet je nog hoe

Opnieuw lag ik op mijn knieën en voor hem en opnieuw
vroeg hij zich af wat ik deed en hoewel hij zich

niet zou verzetten, hoe kon hij ook, hij was verdwenen
door de zijdeur, voetstappen holden nog na,

en even warm was als altijd, zijn hand alleen niet door
mijn haren of even op de schouder als een

uitgestelde klop, zijn vingers niet hakend in mijn hals en
nergens meer de kracht dan uit zijn lendenen,

het gezicht niet langer de grimas van pijn die ik nooit zo
begreep of hoe dood aan hetzelfde gekoppeld werd,

ik, daar, zo nederig gebukt, dacht hij alleen aan hoe hij
met goed fatsoen zijn oponthoud zou

kunnen verklaren aan de eerste belanghebbende partij die
toevallig niet meer zo ver haar mond openen kon.

omkijkend waar of dan toch het gezelschap blijft

Iedereen doet mee, zelfs de knuffels komen tot leven, springen
in mijn fietsmand en rijden mee, stappen uit als hij

dat zegt. Alle kinderen gedragen zich naar zijn wensen, goed,
ze mopperen onderhands en begrijpen niets van

de instructies, dragen kleding in andere kleuren, echte dieren,
kartonnen dozen met planten, praten

nauwelijks, vragen aan mij of dit wel zo moet, mijn nog levende
ouders zitten op klapstoeltjes in

een grasveld, er loopt een spin langs een knuffel die ik water geef,
hij belt voortdurend wijzigingen door, er is een

assistente die ik niet ken en zelf, zegt hij, mag ik niet te veel opvallen.
Het zijn beelden waar ik doodmoe uit opsta,

partijen die allemaal gesust en aangespoord moeten worden, niet
echte situaties die hij vergeefs regisseert.

stelliger dit keer

De klusjes zijn de minnaars van toen, verschillende
werkzaamheden zijn de activiteiten rond

hen, de opdrachten hetzelfde streven naar erkenning
dat ik toen, bedelend veelal, bedong. Ze

liggen stil, gekaderd in een rooster dat op vaste tijden
zucht en gilt, wringt en barst, soms

wisselen ze van plek. Mijn hand dirigeert ze, mijn
mond stuurt ze, er is niet

veel veranderd. Onderling raden ze elkaars bedoeling,
vergaderen zelfs over structuur en nut, maken

mij gek, hangen mij ondersteboven en proberen me te
laten springen, vaak mag ik niet

alles tegelijk en ook niet meer en zeker niet minder en
erover schrijven is echt alleen voor hen.

de figuur naast haar

Een vriendin die het laatste woord had, vindt hem daar.
Door de stad gesneld nadat hij

even niets meer zei. Zijn trap opgestormd, zijn deur los,
zijn lijf uitgewaaierd over tafel. Ik stel

me voor hoe verbaasd hij nog kijkt of misschien nog om
het laatste grapje lacht, hoe mooi eigenlijk

de afwezigheid is van pijn, op die ene minuut na, tergend
afscheid, langgerekt bedoeld om

ons te sparen. Zoals hij reisde, weinig bagage, opeens, de
dag van vandaag altijd morgen. Ook

zitten we weer naast elkaar, het hout donker, de geluiden
gonzend, het glas geheven en beweert hij,

stelliger dit keer, hoe mooi mijn ogen zijn en het leven en
mijn vader en alle keren dat we elkaar zien.

tijdstippen die nergens aangegeven stonden

Ik wil de waarheid, zegt mevrouw V. tegen de man
naast haar en simpel stelt hij dat die er

niet is. Het gaat over de aanwezigheid van X. aan
haar tafel zoals het ging om Y. in

haar leven, P. in haar bed, C. in haar mantel en T.
in het kleine Japanse wagentje dat ze

tot voor kort nog reed. We lezen over veranderingen
in het stadsleven en ruiken de inhoud van

de houten tonnetjes waarop zij ooit zaten maar dit
ongemak is groter. Ze kijkt me aan en

zomaar ken ik het hele alfabet en alle plaatsen en alle
tijden waarop. Het is subjectief, zeg ik

tegen niemand in het bijzonder en misschien moet je
echt genoegen nemen met wat je hebt.

uitermate geschikt voor

Mijn dijen omhelzen je’ zal ze schrijven’ of ‘wat
een ongelooflijk toeval het was’ en de

ander zal haar lezen en de onrust weten. Zoals ze hem
vroeg waar het waken gebleven was, het

eindeloos praten in de nacht, had hij wel de radio aan
en weten zij wel hoe de televisie uit moet,

gingen ze allemaal lief slapen? Het zijn de vrouwen die
dat van elkaar weten terwijl hij blijft

liggen en een eitje gaat koken en koffie maakt, zich
vergist in de hoeveelheid melk en te lang

de hete stralen van de douche gebruikt om een restje
parfum weg te spoelen en ook haar

eindeloos toevallige en omhelzende benen die wurgend
bijna onder het uitgevouwen laken lagen.

ongeordende lichteffecten

Er zijn beduidend meer mensen in de supermarkt op die
ene stille ochtend en allemaal lopen ze te

zoeken naar dat missend ingrediënt dat noodzakelijk is
voor de familiedis later deze maand, het

zijn veelal de mannen die een rondje om wilden, zon
tenslotte, en nu aarzelend op een briefje

kijken en de looproute versperren of zelfs met kinderen
als onbetaalbare hulpjes een familie-uitje

organiseren rond het koffieapparaat. Mijn vader wachtte
die zeldzame keren bij de auto terwijl mijn

moeder voor het eerst van haar leven in een grote winkel
de Franse vruchtjes zocht, zonder papiertje en

zonder oponthoud, een beetje zoals ik altijd winkel: snel,
doelgericht en buiten bereik van de Kerstman.

het

Vrouwen vliegen alle kanten op, er lopen er een
aantal over een dijk, er fietsen er drie,

vier door de hoofdstad, er borrelen een paar in een
Italiaans restaurant en ik verzamel nog

kinderen, van werken komt niets. Ik bezoek een
toilet met een spiegeldeur en bewonder

mijn hooggehakte wreef en hoe de broekspijp net
op goede hoogte valt, ik wil haar

op de foto maar zoek niet naar mijn camera en er
was iets met de kleur roze. Misschien

omdat de bezoeker zijn wijn meehad en in het gesprek
vond dat ik het gewoon kon doen: die

afspraak vergeten, uitslapen, bezwijken onder zijn
druk en niet hardop te schreeuwen ’s nachts.

iets voor een olifant

Er zijn nog wat domme foto’s: zij voor het huis met
een open deur achter zich, zij met hem

achter zich, zij met een kerstmuts op en hij schalks
lachend, hij met een rendiergewei met belletjes

bovenop zijn hoofd, al kan dat laatste een vertekening
zijn in mijn gedachten en span ik hem al in

voor koets en opdracht en schudt hij zijn staart bij elke
bocht. Straks komt daar nog een scheef

geschreven tekst bij die het sowieso in haar taal beter
doet en wat extra glans vermoedelijk en

misschien wel wat dennennaalden in de enveloppe of
heel kleine eikeltjes van goud die dan onder

je voeten vermalen worden tot een soort van poeder
dat je per ongeluk op zijn volgend taartje strooit.

de beweging

Dromend kom ik terecht in de vriendenkringen van
mijn kinderen die jong nog in het huis achter

gebleven zijn. Het zijn mannen nu die auto’s rijden
en tassen dragen onder hun linkerarm, overhemden

in een dure broek, plannen uitgewerkt tot in de laatste
details en schoenen met tikkende hak.

Voordat ik ze zoen, licht duwend tegen de portieren
van extra lange wagens die zich met lichtsignaal

openen, eet ik zoete kleine gebakjes die ik opentrek
en leegschud als koffiecapsules, zij

nerveus wachtend. Misschien omdat ze in het schema
van de kerst voorkomen zoals ze vroeger

op elk feest aanwezig waren en misschien omdat er
drie dropjes op het laken lagen tijdens het slapen.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑