Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: mannen (pagina 1 van 13)

tijdstippen die nergens aangegeven stonden

Ik wil de waarheid, zegt mevrouw V. tegen de man
naast haar en simpel stelt hij dat die er

niet is. Het gaat over de aanwezigheid van X. aan
haar tafel zoals het ging om Y. in

haar leven, P. in haar bed, C. in haar mantel en T.
in het kleine Japanse wagentje dat ze

tot voor kort nog reed. We lezen over veranderingen
in het stadsleven en ruiken de inhoud van

de houten tonnetjes waarop zij ooit zaten maar dit
ongemak is groter. Ze kijkt me aan en

zomaar ken ik het hele alfabet en alle plaatsen en alle
tijden waarop. Het is subjectief, zeg ik

tegen niemand in het bijzonder en misschien moet je
echt genoegen nemen met wat je hebt.

uitermate geschikt voor

Mijn dijen omhelzen je’ zal ze schrijven’ of ‘wat
een ongelooflijk toeval het was’ en de

ander zal haar lezen en de onrust weten. Zoals ze hem
vroeg waar het waken gebleven was, het

eindeloos praten in de nacht, had hij wel de radio aan
en weten zij wel hoe de televisie uit moet,

gingen ze allemaal lief slapen? Het zijn de vrouwen die
dat van elkaar weten terwijl hij blijft

liggen en een eitje gaat koken en koffie maakt, zich
vergist in de hoeveelheid melk en te lang

de hete stralen van de douche gebruikt om een restje
parfum weg te spoelen en ook haar

eindeloos toevallige en omhelzende benen die wurgend
bijna onder het uitgevouwen laken lagen.

ongeordende lichteffecten

Er zijn beduidend meer mensen in de supermarkt op die
ene stille ochtend en allemaal lopen ze te

zoeken naar dat missend ingrediënt dat noodzakelijk is
voor de familiedis later deze maand, het

zijn veelal de mannen die een rondje om wilden, zon
tenslotte, en nu aarzelend op een briefje

kijken en de looproute versperren of zelfs met kinderen
als onbetaalbare hulpjes een familie-uitje

organiseren rond het koffieapparaat. Mijn vader wachtte
die zeldzame keren bij de auto terwijl mijn

moeder voor het eerst van haar leven in een grote winkel
de Franse vruchtjes zocht, zonder papiertje en

zonder oponthoud, een beetje zoals ik altijd winkel: snel,
doelgericht en buiten bereik van de Kerstman.

het

Vrouwen vliegen alle kanten op, er lopen er een
aantal over een dijk, er fietsen er drie,

vier door de hoofdstad, er borrelen een paar in een
Italiaans restaurant en ik verzamel nog

kinderen, van werken komt niets. Ik bezoek een
toilet met een spiegeldeur en bewonder

mijn hooggehakte wreef en hoe de broekspijp net
op goede hoogte valt, ik wil haar

op de foto maar zoek niet naar mijn camera en er
was iets met de kleur roze. Misschien

omdat de bezoeker zijn wijn meehad en in het gesprek
vond dat ik het gewoon kon doen: die

afspraak vergeten, uitslapen, bezwijken onder zijn
druk en niet hardop te schreeuwen ’s nachts.

iets voor een olifant

Er zijn nog wat domme foto’s: zij voor het huis met
een open deur achter zich, zij met hem

achter zich, zij met een kerstmuts op en hij schalks
lachend, hij met een rendiergewei met belletjes

bovenop zijn hoofd, al kan dat laatste een vertekening
zijn in mijn gedachten en span ik hem al in

voor koets en opdracht en schudt hij zijn staart bij elke
bocht. Straks komt daar nog een scheef

geschreven tekst bij die het sowieso in haar taal beter
doet en wat extra glans vermoedelijk en

misschien wel wat dennennaalden in de enveloppe of
heel kleine eikeltjes van goud die dan onder

je voeten vermalen worden tot een soort van poeder
dat je per ongeluk op zijn volgend taartje strooit.

de beweging

Dromend kom ik terecht in de vriendenkringen van
mijn kinderen die jong nog in het huis achter

gebleven zijn. Het zijn mannen nu die auto’s rijden
en tassen dragen onder hun linkerarm, overhemden

in een dure broek, plannen uitgewerkt tot in de laatste
details en schoenen met tikkende hak.

Voordat ik ze zoen, licht duwend tegen de portieren
van extra lange wagens die zich met lichtsignaal

openen, eet ik zoete kleine gebakjes die ik opentrek
en leegschud als koffiecapsules, zij

nerveus wachtend. Misschien omdat ze in het schema
van de kerst voorkomen zoals ze vroeger

op elk feest aanwezig waren en misschien omdat er
drie dropjes op het laken lagen tijdens het slapen.

spoken

Vaak begrijp je er niets van, zeg je, en je hebt het niet
over het leven maar over mijn teksten, nog

altijd zoek je naar jezelf maar alles lijkt wel te wijzen
op een aanwezigheid van derden en je

had niet gerekend op een dergelijke ranglijst. Soms
krijg je een heel aardig overzicht van

het bestaan als je reacties onder elkaar zet, op naam
zoekt bijvoorbeeld en dan met datum en

titel rangschikt, door de jaren heen lijkt er een handigheid
te ontstaan in het ontwijken van

begrip, uitleg, plaats van delict, schatbewaarder en boom
rechts, mij en uiteindelijk rest vooral

het beeld van ondermaatse driftige dominante figuren
die wat bijklussen in de zijlijn.

een soort tegemoetkoming

Het enige dat ik deed was over hem dromen, ik wist niet
dat hij al echt onderweg was, wilde ik

hem voorlezen als hij er was? Waarom gaan de dagen zo
snel en waarom had ik altijd een bijna

hekel aan het teveel aan woorden tussen ons, was het alsof
ik betrapt werd in mijn stoer gedrag omdat hij

wel wist dat er een klein meisje school in al die beweging
en wilde ik dat niet weten. Zo werd het liefste

dat hij zei, behalve dat van die ‘great poet’ waarmee hij me
introduceerde, dat die ander echt

van me hield, een vrijgeleide voor alles dat nog zou volgen,
alles was mogelijk, tot

de sterren en weer terug, hij dan en ik het vers zingend op
de wijs van wat vrienden uit een vorig leven.

waarschijnlijk aantrekkelijke pose

Een middag met mannen die vragen of ze je mogen kussen,
eentje die op zijn knieën gaat, eentje die

het podium in gereedheid brengt, eentje die de lampen richt,
eentje die de tango met je danst daarbij

zijn been behendig om het jouwe haakt, eentje die vanuit de
schemerige zaal knipoogt. Een middag met

vrouwen die niets vragen maar kijken naar je haar, het pasje
waarmee je van het verhoginkje springt, zelf

in het licht gaan staan, knikken bij mijn vragen, hebben ze nu
ook wel eens dat je eigenlijk niet en dan dat

samenvallen wat we daar pas doen. We praten bijna nergens
echt over maar herkennen de schaduwen van

onze lijven. Het is een man die vraagt waar of hij me nalezen
kan, het is een vrouw die de pagina’s keert.

hij kan zomaar zich vermaken

Het zijn vooral de vrouwen, daar maar waar dan ook,
die exemplarisch zijn voor het zich afgespeelde

leven, hoezeer ik me ook de mannen fantaseer, en niet
alleen in hun aanwezigheid overal elders maar

ook in hun fragmenten die geschreven lijken om te
worden gelezen en te blijven staan door

alle tijden heen. We zouden moeten tellen, zegt de een,
hoeveel mannen er zijn die een dagboek houden

of de tijden waarop zij schrijven maar het is een man
die later vraagt of we de handen omhoog willen

steken bij een bevestigend antwoord. Ook daar moeders
die het dagboek vinden, ook daar de

geheimplaats ontrafeld, ook daar het slot op de mond om
eerst pas later het ons te vertellen: die geleefde tijd.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑