Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Auteur: alja (pagina 1 van 379)

precies passend

Hoewel ik nog roep dat ik schrijver ben en ergens ook
denk dat het hetzelfde is, moet ik vannacht voor

een commissie verschijnen die mij beoordeelt op kunst.
Tientallen formulieren moet ik invullen, er

zijn deadlines voor het inleveren van werk, de kinderen
helpen mij, plotseling zitten we in een

speelgoedtreintje dat langs nuttige attracties tuft en stap
ik uit bij een reuze ei dat naar de maan gaat,

erom heen ontbijtbordjes met diverse varianten van een
vroege maaltijd. Wakker moet ik opnieuw

uitleggen wat kunst voor me betekent, nu alleen voor
mezelf. Na jaren hoor ik de wekker en weet

zelfs eerst niet waar het hoge schrille gepiep vandaan
komt en of het iets met het ei te maken heeft.

een bekende beginnersfout

Dus ik schrijf het niet per se op in de volgorde waarin het is gebeurd. Ik denk dat het geheugen een andere vorm van authenticiteit heeft, en niet een mindere. Het geheugen zeeft en sorteert aan de hand van de eisen die er door degene die zich herinnert aan gesteld worden. Hebben wij toegang tot het algoritme van die prioriteiten? Waarschijnlijk niet. Maar ik vermoed dat het geheugen prioriteit geeft aan wat het meest van pas komt om degene die de herinneringen bij zich draagt overeind te houden.

Julian Barnes, uit: The only story

een bekende beginnersfout

De kleine brengt mij mijn eerste tafel terug: een korte, ooit
bijna witgeverfd grenen exemplaar waarvan de

zilveren ladeknop nog altijd een gelukspoppetje draagt, de
poten de nagels van een kat, het blad sporen

van een veertig jaar. Een aankoop voor mijn eerste kamer,
een weloverwogen besluit uit mijn jongvolwassen

zijn, precies passend tussen de hanenbalken van een ruimte
die maar net iets groter was en waarop ik,

zittend op het blad, met bungelende benen, in het straatje
onder mij de mensen telde en beschreef. Iets

dat natuurlijk zoveel kleiner lijkt nu: naar de wereld turend
alsof je haar zou begrijpen en

achteraf juist groter bleek: de afstand tussen mij en haar het
materiaal voor alle volgende jaren en plaatsen.

 


Alkmaar, 1979

zilverwitte vleugelslag

Zou u liever meer liefhebben en meer lijden, of minder liefhebben en minder lijden? Dat is, denk ik, uiteindelijk de enige echte vraag.

U kunt er natuurlijk, terecht, op wijzen dat het geen reële vraag is. Omdat we het niet voor het kiezen hebben. Als we het wel voor het kiezen hadden, dan zou er een vraag zijn. Maar dat is niet het geval, dus is er ook geen vraag. Wie kan zelf uitmaken hoeveel hij liefheeft? Als je het zelf kunt uitmaken, is het geen liefde. Ik weet niet hoe je het dan wel noemt, maar het is geen liefde.

Julian Barnes, uit: The only story

zilverwitte vleugelslag

Omdat hij er de tijd voor neemt haar te antwoorden
en gewoon helemaal geen tijd heeft,

vindt hij over een paar jaar pas haar brief waarin alleen
de opmerking dat die ander de

horizon in zijn lachend beeld niet had rechtgezet, toch
een van de eerste vereisten voor het

nemen van een goede foto, zo had ze van hem geleerd.
Misschien was van al zijn instructies het

enige belangrijke dat zij terug te vinden was in het open
veld maar de lichtende, rechte lijn was

vandaag een hoge zee, haar benen sprongen over de rand,
ze verdween in de golven. De ander

meent dat het lachje voor de fotograaf is, een bekende
beginnersfout in kadering.

het laatste stukje

“Eerst schrijf je voor jezelf….altijd, om ervaringen en de wereld om je heen te begrijpen. Het is een van de manieren die ik gebruik om niet gek te worden. Onze verhalen, onze boeken, onze films, we maken ze om te kunnen omgaan met de willekeurige traumatiserende chaos van het leven.”

Bruce Springsteen, uit: Born to run, autobiografie

 

het laatste stukje

Als je elke keer uit hetzelfde raam opschrijft wat je ziet,
vanuit dezelfde positie die je vader, je grootvader,

zij, de wereld zag en daar omheen dan het kader weghaalt,
het venster open, de meeuwen op hun

zilverwitte vleugelslag stil laat staan, de boten in hun
trage glijbaan voor anker, de schilder op het

hoekje met het penseel in de rechterhand bevroren, de
bomen in eeuwige bloesem, kinderen die nooit

van de kade vallen, fietsers die nooit hun doel bereiken,
haar roepend zonder dat ze je ooit nog hoort,

kun je denken dat alleen die wereld vanuit dat vierkant
veranderd is, niet jijzelf, niet zij, niet hen,

en dat als je je omdraait, je vrouw daar nog is, en je vader
aan tafel werkt en je grootvader met koffie wacht.

een andere invalshoek

Op het blote buikje van mijn kleinzoon zitten spetters
aardbei die onder een gulzige lach de zomer

prijsgeven, op mijn lijf zijn er witte vegen verf die op
onverklaarbare wijze altijd door de kleding

heen dringen als teken van nonchalance en eenzelfde
gretigheid. Ook rol ik nog even over het

laatste stukje vrije vloer, tussen het plastic met plasjes
wit, zoals hij nog even de stukjes fruit

over zijn velletje wrijft, beiden lachen we. Ik moet aan
mijn vader denken die in plaats van het onkruid

de bloemen schoffelde, het overdrijven dat elke schrijver
doet en het verwijt dat we niet serieus genoeg

zouden zijn. We hangen juist te veel aan het leven, als
een kind verwonderd over elk effect.

een hechte verbintenis

Er zijn twee onderwerpen, meent hij, waarover ik
bij uitstek kan schrijven in plaats van

langdurig en bij herhaling ze te benoemen in een
gesprek en het zijn toevallig die thema’s

die hij liever vermijdt, of nee, hij gaat ze niet uit
de weg, ze bestaan heus, maar hij maakt er

iets anders van, eigenlijk hetzelfde als ik maar dan
niet met woorden. Als ik nu hier kijk naar

het beeldmateriaal, en hij daar blijft in mijn poëzie,
dan is dat een nieuwe gesprekskeuze, een

andere invalshoek, jaja. Ik vat het een beetje grimmig
samen, veel binnenrijm maar verder een

uitgezakt broddelwerkje, nou ja, zwijgt hij, je moet
natuurlijk wel je best doen hè

een ruimte voorbij mij

Voor het eerst heeft een kind meer bezit dan mij, een
grotere woning zoals die past bij een vast

contract, een hechte verbintenis, een hoog aantal jaren
in het vooruitzicht hopelijk. Het uitzicht

is op witte bloesem en schommelende kinderen, gelach
komt van buren die hoog op hun balkons zich

afschermen en het ruikt voorlopig naar een soppende
moeder die alle hoeken en gaten op haar

knieën en hoog reikend van voorjaar voorzag. In haar
lunchpauze strekt zij zich uit over de kale

vloer, duiven koeren op de vensterrand, de zomer is
in aantocht. Hij is nog steeds het kind dat

behoedzaam alle mogelijkheden bijeenbrengt, alleen
twijfelt nu aan de kleur van de muur.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑