Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Auteur: alja (page 2 of 421)

morsend

(het was het licht, Alkmaar, 13 februari 2018, foto W.)

morsend

Terwijl hij nog slaapt, vertel ik het u: er is niets veranderd aan
zijn lichaamstemperatuur, de hoeveelheid haar, de

bewegelijkheid van sommige ledematen, de inzet waarmee hij
zijn klus doet, de woordenstroom bij dat alles hoewel

dus nu nog even stil, noch de bedoeling van het een en ander.
Niemand heeft het over liefde overigens. Ik

serveer een beschuitje bij het kopje thee als de nacht zich herhaalt,
hij is altijd bang voor het donker terwijl de ochtend

dan al boven dit scherm uiteenvalt in licht en woorden, mijn haren
kleven aan het witte beeld en handen wapperen

voorbij de zwarte stammen buiten. Hij kreunt, draait zich, het is
nog lang geen tijd, hij vertrekt pas na de koffie, zo

ergens tussen middaguur en avond en ik hoef alleen maar terug
te rennen naar iets dat daar gisteren al lag.

zonder dat er iets beweegt

Misschien is het dichten wel een vorm van eigenlijk niet
willen delen, een beetje zoals ik liever niet

vertel, en is mijn proza de vorm waarmee een roddeltante
zich in het circuit begeeft, luid en vol en

morsend want ondertussen snoepend van een taartje. Zeker
is de zorgvuldigheid waarmee ik onbewust want

half slapend de mededelingen doe, een tegemoetkoming
aan mezelf, een vaag schuldgevoel want heb

ik niet recht op overzichtelijke informatie zoals ik mezelf
die vroeger, hardop pratend, en dan ook nog

chronologisch, in het bad gaf, tikkend onderwijl op de bergen
schuim die mij bedekten. Suggestief,

zegt iemand, maar nog steeds wil ik niemand in datzelfde
water, en blijft de rand van mijn bassin schoon.

vragen

Het is heel gek, zegt meneer B. die voorheen mijn naam
nog op de muis van zijn hand had staan, maar

ik heb niet het idee dat ik u ken, misschien dat we eerst wat
kennis moeten maken alvorens ik met u meega.

Nu gaan we nergens naar toe, we zitten halverwege de gang
van het tehuis maar ook deze komt hem niet

bekend voor, ik merk het aan zijn twijfel en wantrouwende
blik, maar eenmaal in de groep die zich

herpakt na iedere bijna dodelijke afloop en nu is uitgebreid
met een miauwende kat waartegen men gewoon

‘kom maar’ zeggen kan zonder dat er iets beweegt, knikt hij
mij beminnelijk toe. Zijn buurman vraagt hij

toestemming mij aanstonds naar huis te brengen, ik leek wat
verloren. Buurman ook, zijn poes wellicht?

kinderen nog

kinderen nog

Meidje, zegt de een en dat klinkt alsof hij me kent, me vagelijk
troost met iets maar tegelijkertijd als jong en

onervaren weg zet, zo kijkt hij ook naar me: het is heerlijk al
mijn eten maar ik ben een idioot dat ik het hem

voorschotel. Dat terwijl ik niets laat zien verder, ik zorg dat de
gekleurde lijnen over mijn vel niet uit mijn mouwen

kieren, dat mijn borsten niet voorover tuimelen in zijn soep,
dat mijn woorden niet aan de muur hangen en

zeker dat mijn beweringen eigenlijk vragen zijn die hij moet
bevestigen, toch? Ik zou nooit jochie kunnen zeggen.

De ander prik ik in zijn zij, we knipogen, ik sla een bladzijde
open en zomaar vloeit iets blauws en roods uit

mijn shirt, wat is het eigenlijk voor soep, vraagt hij en of hij meer
mag en of ik nog iets gewonnen heb laatst?

de kras die tien bladzijden verder nog voelbaar is

Dat je een van die fragmenten eruit zou kunnen halen, vastzetten,
bevriezen, in langzame en herhaalde beweging zou

kunnen reproduceren, nu na al die jaren nog, en welke dat dan
zou zijn. Voor alle drie dezelfde intentie en goede

bedoeling, kinderen nog, hangend aan je benen, op je afrennend
als ze je zien, op je schoot slapend of met

knellende armen om je hals, kilometers lang. Bij de een op het
stoeltje voor het aanrecht, zijn tekening onder de

kraan zodat de pappa zou denken dat hij gehuild had, bij de ander
bij de honderdste vraag waaraan te denken zodat

ze slapen kon, op elke krakende traptree naar boven kijkend of
haar ogen al dicht waren, bij de laatste

gehurkt voor de wc pot, armen om zijn knieën, het ene grapje
na het andere, tot hij losliet, alles, zoals ik uiteindelijk.

er blijft een been achter

Op het moment dat stemmen zachter worden en gezichten
vervagen, alleen jij het middelpunt blijft en de tafel voor je
het enige houvast, de pen in je rechterhand het

meest tastbare object, staat in het schrift dat je leest dat de
wereld draait, je hoofd volgepropt zit met watten, je ogen
wateren en je niet weet hoe die dag voorbij moet

gaan, dat is het relativerende van het lezen in andermans
dagboeken. Het schrift herken je en soms zelfs de datum in
de bovenste hoek, de tekening in de kantlijn

desnoods en zeker de kras die tien bladzijden verder nog
voelbaar is, de geheimzinnigheid waarmee je dit kleinood
verborg en de rest van je handelingen, de

sleutel van het kleine laatje verstopt in het bloemenvaasje,
de sporen van een zoekende moeder, je zorgvuldigheid in
het vermijden van een gesprek en toch: lees

maar, ken me dan eindelijk, waarom moet het meer dan
zeventig jaar duren alvorens een lezer datzelfde wazige
perspectief heeft dat ik mijn hele leven had?

iets over die bomen of hoe hoog we nu zitten vandaag

Turing, Amsterdam, 6 februari 2018

 

iets over die bomen of hoe hoog we nu zitten vandaag

Soms verplaats je jezelf in zijn geheel, niet eens daadwerkelijk
maar in gedachten zoals dromend bij een muziekje

naar keuze, een man naar je hart, soep naar je smaak. Soms ook
neem je jezelf echt op en zit je pas weer

meters verder neer, te wakker om nog iets te wensen, gespitst op
bijgeluiden en vreemde geuren, kleverige handjes

in je nek, flemende stemmen die om ‘de allerlaatste vragen’, keer,
boek, kus, cadeautje. Als je je klein maakt, waai je zo

met ze de hoek om en misschien kom je in een land dat je niet
eerder kende, juist omdat je je ogen open hield.

Vaak ook doe je alsof, je denkt sneller dan je je verplaatst, er blijft
een been achter, een arm houdt vast, trekt zich

tergend langzaam uit, wist je dat ook kleine kevers moeders hebben
die hun pootjes tellen alvorens te slapen?

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑