Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Auteur: alja (page 2 of 428)

voor alle partijen

met Ronald M. Offerman bij Reuring

voor alle partijen

In een lentegroen hokje zit een ijverig ambtenaar met zwetende
handen te vernemen wat het poëzieklimaat in zijn,

ons stadje A. is. Misschien is dat wel kenmerkend voor het stadje
en voor het gevraagde klimaat: het begin van een

nieuwe periode waarin alle mogelijkheden nog op uitkomen staan
vermits het hem en zijn partij gegeven is en het

onbekende van een toestand voor een man die beslissingen mag
nemen waar vooral cijfers de doorslag geven. Heb ik,

vraagt hij, om een onderhoud gevraagd of deed hij dat? Het was
het laatste, een datum die steeds opgeschoven werd

naar het belang van de kwestie, ook dat is typerend. De vrouw
tegenover hem is bevlogen, constateert hij, er gaat

een raampje open. ‘U bent in uw eentje? Geen bestuur, vrijwilligers
of denktank? Maar het lijkt zo professioneel!’ Het

voelt niet als een compliment, daarna doen we – ik en mezelf –
nog harder ons best. We houden van de herfst.

een ontsnapping

Alsof je een schoonmaker inhuurt en eerst je eigen woning
reinigt, zo poets je stoffige beelden en boute uitspraken op
tot ze glimmen en legt ze in de schoot van

een geduldige, geïnteresseerde, daarvoor betaalde vakkracht
die verbanden en conclusies trekt, aanbevelingen doet of tot
een ander tempo beslist, dat alles in je

eigen voordeel. Het heeft ook iets van een moeder die denkt
dat ze weet wat het beste voor je is terwijl ze je dagboekje
uit het geheime laadje peutert en bij

het terugleggen al je andere accessoires een centimeter laat
opschuiven zodat jij weet dat ze er geweest is en gelezen
heeft wat je toevertrouwde aan het papier,

sowieso handelt zij ernaar. Ook brengt het de coach terug of
de voortvarende lief die doelstellingen herhaalt alsof ze die
van mij zijn en maar niet begrijpt waarom

dat meisje eigenwijs en dwars blijft, koppig en boos en zeker
niet doelgericht een toekomst in het oog heeft die voor alle
partijen het gunstigst is, nou ja zeg!

afgeschreven alvorens

We vullen het voor elkaar in, horen iets dat niet gezegd is en
lezen tussen de regels door, het misverstand is dat

we geloven dat we gelijk hebben, we wisten het immers altijd
al. Een droom duurt vaak nog langer, de ochtend

schudt met moeite de figuren van je af, je speelt nog een halve
dag een ontsnapping na die ternauwernood

en jammerlijk alleen voor die nacht gold, helden zijn ongewenst
in het daglicht, je hijgt alleen maar. Buiten adem

begint het echte leven. Denken dat zij hetzelfde zouden doen,
hoorbaar en opnieuw. Nog twee zinnen en je hebt

een verklaring, er was gewoon een geluid dat storend was, een
vuilnisbak die omviel tegen een gierende auto die

zestig mensen vervoerde met hoge snelheid en enorm plezier, je
had je ritje gemist, de bak tolde nog wat na.

eerst als Lola het goedvindt

Tegenover mij overweegt ze haar mogelijkheden, er is er maar
een eigenlijk. Ze draait haar gezicht naar het raam

en staart terwijl haar vingers friemelen aan haar mobiel en soms
trekken aan de kabeltjes in haar schoot. Ter

afwisseling schudt ze af en toe met haar haar van links naar rechts
maar ze weet dat het niet baat, ze blijft hopeloos

onzeker, te laat, ongeschikt en afgeschreven alvorens, ze ziet het
voortdurend in het raam weerspiegeld. Misschien

heeft haar broer vanmorgen bij het ene hapje dat ze nam iets over
gulzigheid gezegd of haar moeder commentaar geleverd

op de scheuren in haar broek die bij haar van boven naar beneden
lopen in plaats van overdwars, misschien plaste de

hond over haar schoen, de dag mislukt voordat ze begon en deze
coupé vol mensen alleen maar grinnikende tegenstanders.

uit hun holen

Mevrouw E. zit anderhalf uur in de tuinzaal op een activiteit
te wachten die niet komt, net voordat we tot een

volgende keer zeggen schuifelt ze naar binnen en voegt zich
verontwaardigd tussen ons maar ook hier is ze

niet op de juiste plek, niemand die haar kent. De gastvrouw
duwt haar zachtjes naar buiten en gaat op zoek,

alleen mevrouw Z. schudt haar hoofd. Op haar schoot zit Lola,
de namaak poes die zelfs haar bekje kan openen en

miauwt, haar oogjes rolt en spint. Eerst als Lola het goedvindt,
kunnen we beginnen. De heer B. doet

een heel zacht geluidje tussen spinnen en huilen in en maakt
zijn excuses, ik weet niet, zegt hij tegen niemand

in het bijzonder, of jullie wel blij zijn met mijn gezelschap. De
zon schijnt overweldigend maar dat is in de tuinzaal.

de vlekken oplosbaar

Niet de zee te hoeven noemen meer. Geen grapjes over gebieden
die buiten bereik liggen omdat we niet kunnen zwemmen.

Geen reisjes onder al dat water door, niet opnoemen hoe het Fries
van onze moeder eigenlijk het buitenlands is van

de taal van mijn ene kind, niet de ernst van de kleinzoon waarmee
hij vertaalt, niet wuiven naar de lucht omdat zij

daar vliegt en helemaal niet denken aan hoe zij uit beeld verdwijnt,
nooit meer de haperende telefoonlijn of het vervormen

van haar stem, alles net een seconde later dan zij het uitspreekt. Nooit
meer voorzichtig vragen of er nog meer water

bij komt, bij de wijn dan graag, of huilend van gemis uit het raampje
kijken van de overvolle slangen die vies en krijsend

uit hun holen kronkelen. Voortaan knuffels op mijn schoot en zonen
hijsen op mijn heupen zoals ik dat vroeger deed.

 

 

alsof er een kinderjurkje klaar hangt

Juist omdat jij het niet bent, ontvang je dagelijks deze portie, dit
deel van denken, dit kleine gebaar dat

als automatisme uit ijverige handen volgt, dit vrouwelijk goed,
haastig uitgetrokken en op de trap achtergelaten.

Zeker omdat jij het niet bent, raap je het op en probeert het aan
te trekken, het geeft mee, de stof rekbaar, de

naden zichtbaar en sterk, de vlekken oplosbaar of uitgeknipt simpel
verholpen, de kleur wisselend met het zonlicht of

alleen herkenbaar in het donker. Omdat jij het niet bent, pas je alles
draaiend in de spiegel, je paradeert koket

voor jezelf, je trekt het geheel in je eigen vorm en holt in de andere
richting de treden af. Je vergeet niet de deur te

openen, de straat voor je een lange rechte streep waarop je nog
sneller kunt, je hijgt nauwelijks, schaduw ontbreekt.

alsof er een kinderjurkje klaar hangt

13 jaar weblog vandaag! 13 jaar iedere dag een gedicht!

een versnapering

In de ochtend lijkt alles eenvoudig, je hoeft alleen maar je benen
over de rand van het bed te slaan terwijl je in de nacht

nog probeert tegen de wanden op te klauteren om uit het wak te
blijven. In de stilte van de morgen is de lucht nog

grijs, licht dampend, hier en daar een roze streep boven rode
dakpannen alsof er een kinderjurkje klaar hangt

en jij voor altijd jong. Verderop het zachte blauw dat bijna al het
grijs kleurt en bomen die straks zullen buigen met

vriendelijke knikjes, alles om je door te laten, een reisje in het
rond. Alles doet het, je armen, hoofd en ogen, je

bent de vogel die het lied fluit hoog boven je, de rook van het
vliegtuig tussen roze en blauw, de knipperende

lantaarnpaal die is blijven branden, het opgetrokken gordijn, de
kat in het voorste tuintje, het verhaal als melodie.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑