Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

deze vertoning

Achter hem, binnen de muur, klonken honderden hamers, kleine en zware, vlugge en langzame, rusteloos op ijzer en hout, het was niets dan nijver kloppen en slaan daarachter, aanhoudend en in verschillende maat, maar geluid van stemmen was er niet.
En daar kwam de neiging tot terugdenken voort. Eerst verscheen een glimlach, wat bitter en gelaten, over het vermoeden dat hij die ochtend had, dat iemand ter wereld iets meer hem toe zou dragen dan ieder lichtvaardige bekomen kan, dierbaarheden en minziek spelen zoet van zin, iets meer dan hij voorheen wel had beleefd en niet geacht; het was bedrog, hoe zou hij anders wezen die hij was. Maar de bitterheid was om de donkere kern van wat hij bespeurd had: hoe het hem behaagde te menen dat een vrouw van hem iets begeren kon die niets bezat, of hem iets geven wilde die niets behoefde.

Arthur van Schendel, uit: Een zwerver verdwaald

deze vertoning

Opnieuw ga ik door zijn huis, de kamers nu keurig
opgeruimd, de uitvergrote foto’s als

enige versiering overgebleven, de deuren open, het
bed opgemaakt alsof men kan besluiten daar

de nacht door te brengen alvorens, de afmetingen
staan erbij, de stad wordt aangeprezen, de

functionaliteit van het gebouw, daar ben je veilig,
en ik zoek mijn schrijfwerk tussen

de keurige stapels in de kast, mijn afbeelding aan de
achterkant van de lijst, mijn shirt verfrommeld

achter de handdoeken, derde plank, mijn zwarte blote
voetafdruk op het zuidelijk hout. Aanvaarding

per direct, staat er, en ik zoek hem alsof hij achter een
van de deuren kiekeboe speelt.

de kern

De eerste dagen kiert onder de witte blokken nog niets, de
strepen zijn recht getrokken, de letters duidelijk

boven de gemarkeerde indeling, als een foto die in zwart/wit
mijn voorgeslacht toont of een avontuur tegen

een muur met graffiti, er is nog een afbeelding bijgekomen
en toevallig hangt zij naast mijn werktafel maar

uit niets blijkt nog dat deze vertoning de laatste chaos ontneemt.
Dan hangt er een halve week later roze en groen,

een bladzijde scheef met een naam erop, pionnen die geel en
blauw het verkeer regelen en zomaar een

tijdstip waarop en is de werktafel een zwart baken in de tijd
dat leeg en ruim alleen mijn handen draagt. Het

is allemaal veel simpeler nu ik niet huppelend en giechelend
over de lijnen mag zonder paars bewijs.

(R. installeert mijn whiteboard, 19 augustus 2017)

 

 

vlekken

Als ik met mijn hand door de bak met pruimen ga en een
voor een het fruit oppak, zie ik de rijpe vruchten op

het tuinpad van mijn ouders, zwaar van boven gevallen en
uit elkaar, de pit zichtbaar, nest van wespen en

vliegen, mieren, voetafdrukken van slippende haastige
voorbijgangers, de kleur uitgespreid tot in de

grasstrook aan de zijkant. Ik zie de volle schort van mijn
mamma en de blauwpaarse vlekken aan mijn

vingers, ik snijd de vruchten doormidden en wip de kern
eruit en zij sjouwt met de pan en maakt ons jam

tot in de volgende winter. Nu tel ik er zeven, zeventien dan
en reken ze af en wacht tot de kleur diep is en

de huid zacht en zoek met mijn tong het hart en spuug heel
zeker en ver naar beneden de nieuwe oogst.

oranje pionnen

Mijn vader zocht mij vannacht in de garage van
het ouderlijk huis waar ik later, in de

armen van de nieuwe bewoner, moest beloven te
zullen schrijven over zijn kwaliteiten, ik

stotterend over verbouwing en inzet terwijl ik tegen
zijn borst leunde en hij mij over mijn haar

streelde. Mijn vader nam de telefoon aan die in de
gang rinkelde, uit de wasmachine haalde

ik zijn vader, de pennen uit het borstzakje op het
lichtgrijze colbert hadden vlekken gemaakt,

hij draaide nog wat rond, opeens was ik in mijn
vorige woning en rende de trap op, haren

kleefden als een gordijn aan de bovenzijde, mijn
vader startte de auto en reed weg.

het geduldig werk van een ander

Hij probeert een nieuw land, een nieuwe taal, een andere
invulling van het bestaan, geen mensen meer

maar honden die van de ene kust naar de andere zwerven,
hij kiest voor het niet weten, laat

zich verrassen, het einde is immers ook onzegbaar en elke
stap is in het nu, dat ene moment tussen.

Ik mopper op de jongen van de supermarkt die mijn vaste
producten van plaats wisselt of op

de oranje pionnen die mijn omweg inluiden, ik bevestig
een wit scherm op mijn muur waarop ik – wel

in drie verschillende kleuren – mijn agenda deel en ik trek
opnieuw het zwart over mijn hoofd. Hij plaatst

het ene symbool dat ik nog niet bezat: naast een volle een
nieuwe maan, het eerste en laatste kwartier.

dun gespannen draden

afscheid van mijn tattookoning Ron Rijks, 18 augustus 2017

 

stijf van het dansen

I was feeling kinda seasick
But the crowd called out for more
The room was humming harder
As the ceiling flew away

uit: A Whiter Shade of Pale, Keith Reid (Procol Harum)

stijf van het dansen

Je kocht een bootje met dun gespannen draden, een oude
kapitein had de naaidozen van zijn moeder

geplunderd en al het hout naast de kachel opgebruikt, en
zette het behoedzaam op mijn schoot zodat

ik bijna niet meer in de auto paste en je keek de hele avond
naar het geduldig werk van een ander zoals

ik de hele avond keek naar jouw avonturen in het open
water, de lucht erboven en het teveel aan

ruimte tussen je bruin gespikkelde armen, de duikende
meeuwen en het brood dat even bleef

drijven of ook je mond open en de lijnen in je gezicht zo
strak en ik een drenkeling die natuurlijk

onvoorbereid nooit teruggevonden werd dan pas heel veel
later en onder je, doorboord en uit elkaar gereten.

een gevouwen zakdoekje

Ze boffen maar, de mensen die denken dat het leven deel uitmaakt van een geordend geheel.

Yasmina Reza, uit: Babylon, vertaald uit het Frans door Floor Borsboom en Eef Gratama.

« Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑