Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

echt alleen voor hen

Hetzelfde boek, dezelfde lezer, andere markeringen in tijd en
plaats, andere aanduidingen, dezelfde

gretigheid, dezelfde moeite de enorme omvang in de hand te
houden, wisselen van het linker naar de

rechter. Een opdracht in potlood, twee briefjes halverwege, het
een van een kind uit de beginjaren, het gezin uit

het tweede deel, de ander een rijmpje voor de Sint, overgebleven
snoepgoed, waarschuwingen kinderlijk lachend

en niets van de man uit het eerste deel. Andere zegswijzen, een
nieuwe conclusie, een samenvatting die eerst

nog niet gegeven kon worden, een dode moeder, een overspelig
feit, een kind zo trouw, een beheersbaarheid,

ballen in de lucht, nog altijd het idee dat de act een andere is als
die van haar, nochtans dezelfde.

echt alleen voor hen

Een van de zaken waarin kunst verschilt van het leven, is dat in de kunst de dingen een vorm hebben; zij hebben een begin, een midden en een einde. In het werkelijke leven kabbelen de zaken gewoon voort. In het leven heeft iemand een kou gevat en je behandelt die als een onbeduidende aandoening, en plotseling sterft de patiënt. Of iemand krijgt een hartaanval, het verdriet knijpt je de keel toe, tot hij herstelt en nog dertig jaar kribbig verder leeft en eist dat je hem verzorgt. Je denkt, dat een grote liefde is afgelopen en je bent in de greep van Anna Karenina’s drama, maar twee weken later staat de vent in je deur, z’n jasje los en een schaapachtige uitdrukking op zijn gezicht, en hij zeg: Hé, neem me terug, wil je?” Of je denkt, dat je grote liefde in volle bloei is en je hebt niet gemerkt dat het in de afgelopen maanden steeds maar bergafwaarts is gegaan. Met andere woorden, in het werkelijke leven corresponderen je gevoelens zelden met de gebeurtenis in kwestie. Het kan zijn, dat je helemaal niet weet dat de gebeurtenis plaatsvindt, of je onderkent de betekenis ervan niet. Wij vieren geboorten en bruiloften, wij treuren om sterfgevallen en echtscheidingen; maar wàt vieren we en waarover treuren we? Rituelen markeren gevoelens, maar gevoelens en gebeurtenissen vallen niet samen. Gevoelens zijn groot en strekken zich over een mensenleven uit. Ik zal de polka met je dansen en vurig met mijn voeten stampen; ik verheerlijk alle energie die ik ooit heb gevoeld. Maar die energieën zijn momenten, niet codificeerbaar, kunnen niet gewaarmerkt worden, niet gedetermineerd: misschien word je ertoe verleid te menen dat mijn verheerlijking jou betreft. Kijk, dat is wat kunst voor ons doet: zij stelt ons in staat onze gevoelens te fixeren op gebeurtenissen op het moment dat ze plaatsvinden, zij staat een verbond van hart en geest toe, en van tong en traan. Terwijl je in het werkelijke leven van het ene ogenblik op het andere een ui niet van een stuk droog brood kunt onderscheiden.

Marilyn French, uit: The women’s room, III, hoofdstuk 1 (vertaald tot De nieuwe fase en later in Ruimte voor vrouwen)

stelliger dit keer

De klusjes zijn de minnaars van toen, verschillende
werkzaamheden zijn de activiteiten rond

hen, de opdrachten hetzelfde streven naar erkenning
dat ik toen, bedelend veelal, bedong. Ze

liggen stil, gekaderd in een rooster dat op vaste tijden
zucht en gilt, wringt en barst, soms

wisselen ze van plek. Mijn hand dirigeert ze, mijn
mond stuurt ze, er is niet

veel veranderd. Onderling raden ze elkaars bedoeling,
vergaderen zelfs over structuur en nut, maken

mij gek, hangen mij ondersteboven en proberen me te
laten springen, vaak mag ik niet

alles tegelijk en ook niet meer en zeker niet minder en
erover schrijven is echt alleen voor hen.

de figuur naast haar

Een vriendin die het laatste woord had, vindt hem daar.
Door de stad gesneld nadat hij

even niets meer zei. Zijn trap opgestormd, zijn deur los,
zijn lijf uitgewaaierd over tafel. Ik stel

me voor hoe verbaasd hij nog kijkt of misschien nog om
het laatste grapje lacht, hoe mooi eigenlijk

de afwezigheid is van pijn, op die ene minuut na, tergend
afscheid, langgerekt bedoeld om

ons te sparen. Zoals hij reisde, weinig bagage, opeens, de
dag van vandaag altijd morgen. Ook

zitten we weer naast elkaar, het hout donker, de geluiden
gonzend, het glas geheven en beweert hij,

stelliger dit keer, hoe mooi mijn ogen zijn en het leven en
mijn vader en alle keren dat we elkaar zien.

het uitzicht bewaren

Ik zag haar fietsen als een ooievaar op hoge poten, de
vriendin van mijn vader. Ik herkende de

manier waarop ze fietste, met lelijke kuiten in een te
korte rok en te modieuze laarzen. Pas

toen ze naar de zijkant keek, herkende ik haar gezicht.
Daarna zag ik de uitgroei van haar haar, bruin

en grijs te midden van rood en de oude, veel kleinere,
figuur naast haar. Ik vroeg me af hoe

oud zij was en ik vergat hoe oud ik zelf was, ik ging
tellen. Even zinspeelde ik erop het

mijn moeder te vragen maar ik deed niet. Ik noteerde
het in mijn dagboek zoals ik

elke keer dat ik haar min of meer ontwaarde, het lijf
van mijn vader van me wegduwde.

uit een van de vensters  

De nacht laat mij liggen. Het dunne laagje wit dat tegen
de ochtend verschijnt, tegen het vergeten

en voor de behoedzaamheid, de wolkjes stoom vanuit het
hol, het streepje licht dat gisteren rood nog

de lucht daarboven kleurde, de afwezigheid van geluid
en tintelend bijna de belofte. Hij duwde mij

terug, hernam zich, hernam mij. Er zou brood rijzen in
het oventje, boter smelten tussen

de twee helften, een lepel roerde zich door opgeklopte
melk, er zou voorzichtig worden gedronken.

Hij zou de deur ontgrendelen, de wereld alvast openen,
ik zou het uitzicht bewaren. Een vrouw zou

met zingen beginnen, aarzelende psalmen waarin het
hert naast de tijger rust en gespaard blijft.

waarschuwingen naar haar

Vannacht riep ik om mijn moeder, zelfs om de vader van
mijn kinderen van wie ik de jongste, een baby nog,

zoals altijd in mijn bed legde. Hij rolde zich tegen de kant
maar stond even later op en zocht

het streepje houtskool waarmee ik hier bomen en bloemen
tekende, verstopte zich daartoe achter de

licht wapperende gordijnen voor hoge dunne ramen. We
vonden een koalabeertje dat onder aan een

tafeltje hing, een enorme bij die zoemend in zijn mond
wilde vliegen, toen gilde ik dus. Wakker van

mezelf bedacht ik me dat hij immers weg was maar hoe
mijn mamma mij zou troosten, tot ik zeker wist

dat ook zij allang niet meer bij mij was en een intens verdriet
me achterover deed tuimelen uit een van de vensters.

waarschuwingen naar haar

‘Er bestaan twee soorten verdriet, onthoud u dat. Een dat het kan verdragen om gekieteld te worden. En een dat zo groot is dat je ervan af moet blijven, zelfs met ogenschijnlijk onschuldige vragen.’

Margot Vanderstraeten, uit: Mazzel tov

dat hoofd zoveel hoger dan het onze

We doen precies hetzelfde. Mijn hoofd dan wat lager, mijn
nek voller maar de stappen even snel. Bots

niet tegen ons op. Er komen berichtjes over verwerking, na
een dag al, met een foto als bewijs, waarschuwingen

naar haar waarschijnlijk, ik zie alleen maar vermoeide ogen
en een ontoelaatbaar verdriet. Iets in ons wil

nooit toegeven. Het is altijd ’s nachts dat ik wakker scheld,
met uitgespreide handen niemand vind, een

kreukel in het laken, ongestreken dat verleden, slechts in
vileine bewoordingen opnieuw gestrekt. Het

is altijd in de ochtend dat we opnieuw beginnen, omhoog
klimmen en de zon bevestigen. Had je nu al eens,

vraagt hij, muziek gedraaid maar na twee nummers rolde
mijn hoofd voor zijn voeten dus nee, ik kijk wel uit.

een logische voortzetting

“Een voorkeur voor het organiseren boven de eigen performance”, staat in mijn profiel op LinkedIn.

Los van Reuring zijn er andere zaken te organiseren, zo ben ik sinds 2017 betrokken bij het project Dicht Druk (Grafisch Atelier, Bibliotheek Kennemerwaard) waarbij kunstenaar en dichter aan elkaar gekoppeld worden tot het maken van een bijzondere prent. Het project gaat maart 2018 van start.

« Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑