Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

meer kan ik niet dragen

Om even terug te zijn in het leer van hun banken, het
pluche van hun kleden, het donkere hout

van de zorgvuldig gekozen entourage, staketsels in een
warme kamer waar zij met gevulde schalen

rondliep en zelden zitten ging, zijn boeken en kranten
op het mosgroene leer van zijn bureau, haar

breiwerk in de rieten manden onder de keurig ingedeelde
schoorsteenmantel, elk kind in evenredige

getale vertegenwoordigd, om terug te zijn bij de koele
tegels van de keuken waartegen mijn wang

in onweersbuien die heviger dan elders koeien en wilgen
raakten en dan vooral in hun geruststelling:

daar waar zij de stand van de maan hanteerde en hij zijn
perfect nonchalance groeide ik groter.

het vacuüm

Katachtige bewegingen in mijn rechterooghoek, wind die
aanzwelt en de vlek nog zwarter maakt, de

stem alsof hij me gisteren wekte nog, straks ploft hij met
een vanzelfsprekendheid bovenop mijn

slapend lijf. Ik blijf wakker, sluit mijn deuren, spreek alleen
met het blozend kind overzee dat ‘auto’

zegt en het voertuig me aanwijst, onder zijn voeten het
uitgevouwen boek, hij reikt me zijn

armen, meer kan ik niet dragen. Zijn moeder krult op de
grond in een wintertrui, haar lange vingers om

een warme mok. Ik heb het haar niet verteld. Het licht uit
het scherm vervaagt al het andere. Later

is ze in miniformaat nog even terug in verkleedkleren en
danst, de wereld weer ontsloten en hanteerbaar.

de beesten dood

Alkmaar, 17 oktober 2017

de beesten dood

Daarom moet ik steeds terug
naar al die plekken in de toekomst
om mezelf te ontmoeten
en te blijven onderzoeken,
met de maan als enige getuige
en dan fluitend van vreugde
over stenen en aardkluiten lopen,
met bestaan als enige opdracht,
met de weg als enige familie.

Pablo Neruda, uit: De wind,
uit: Einde van de wereld

de beesten dood

Lang blijft het gesprek hangen, als de zware geur van
de bloeiende takken die zij me kocht, de

zon versluierd aan een volgende hemel, de gele bladeren
in de stroom die onder mij stilstaat. Een

man spreekt me aan op straat als ik vooroverbuig naar
het water. Lang duurt het voordat ik

mijn beeld scherpstel, ik hoor niet echt wat hij zegt. De
damp is het vacuüm waarin ik me beweeg.

Ik oefen mijn zinnen, alles moet verband houden met
elkaar, de afgeronde vorm wordt pas

later zichtbaar zoals stappen uit en om dit huis altijd
ergens naar toe leiden terwijl ze nauwelijks

zichtbaar zijn. Alleen op hakken tik ik hoorbaar de tijd
weg en stuiven de beesten naar hun hok.

op onverklaarbare wijze

op onverklaarbare wijze

Nu nog hef ik een vlag en steek mijn armen in de lucht
en roep ‘Kameraad’. Maar zij was het die zich overgaf.
Want op het slagveld hoorde ik haar stamelend razen
met het accent van haar moeder, gore lettergrepen.

Liefde, sintels en schroot,
water en brood,
liefde, word wakker
en kom uit dat niets gewandeld
dat mij bevriest.

Hugo Claus, X, uit: Nu nog
(Gedichten 1948-1993/ opgenomen in de bloemlezing Je bent mijn liefste woord, Anne Vegter)

op onverklaarbare wijze

Dat we er nog zijn, misschien vieren we dat. De glazen
opgepoetst, het bestek gewreven, de

zomer buiten, de beesten dood. Met hakken zo hoog als
mijn mamma had, het bandje over

de hiel, het vestje teer en met paarlen als knoopjes, het
haar ineengerold en weggestoken, een

zachte blos van bloemenzee en wijn en zon die ondergaat.
Dat we over de toekomst praten terwijl we

alleen het verleden delen, zachte oefeningen in een donker
hol, en zij zoveel duidelijker het plan ontvouwt:

waar ik de wereld op afstand hou en meewarig haar einde
noteer, scherpt zij haar zwaarden en

trekt ten strijde. Mijn zonen zal ze sparen zoals ze hun
moeder bewaart, voor een volgende keer.

andere technieken

Als wij een taart bakken, zitten de keukentegels onder de
boter crème, vinden wij een dag later een klodder

beslag op het balkon, heeft op onverklaarbare wijze inhoud
zich met mijn mond verzoend, is het

glazuur uitgelopen tot in mijn boezem, de felicitatie scheef
op heuphoogte. Toch wegen we sinds kort af, we

doen dat met lepels en half dichtgeknepen ogen waar we
de leesbril bovenop dragen en omdat ons

bestek toevallig wat klein uitvalt, doen we altijd twee, drie
beetjes extra. We ruimen keurig op, snijden

bij en presenteren verontschuldigend maar alles wordt ons
vergeven zodra men proeft. Eigenlijk zou dit

bij alles zo moeten gaan want de methode is hetzelfde alsook
het ongeduld waarmee we het product testen.

de oude schrijver

De kleine gebruikt heel andere technieken voor hetzelfde:
ook hij vertraagt de tijd of kadert haar in

blokken die dan onderling weer met elkaar spelen, hij laat
zijn hoofdpersonage ten gunste van de

anderen versneld handelen en bewegen zodat alsnog een
goede afloop gegarandeerd wordt en hij

bevriest de medestanders, de monsters, het onheil, zelfs
de regen en hij legt het me omstandig uit terwijl

de voorbeelden uit de literatuur, film en ons leven op tafel
liggen. Ik wil eigenlijk zeggen dat ik iemand

ken die het allemaal uit zichzelf doet en zonder het zich
bewust te zijn maar dan heeft hij me al op

mijn schouders geklopt en me gerustgesteld dat ik heus niet
alles vandaag nog hoef te begrijpen.

 

(The latest demo we worked on, Timestall! Was really cool to work on the latest hardware!)

 

« Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑