Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

het

Nieuw op YouTube mijn (falend) interpunctiebeleid: 

(de presentatie van de bundel De hand de beweging laten maken, Atelier9en40, januari 2012 met Erwin Witteveen, Helle van Aardeberg, Hans van Marwijk, muziek van Lauw en kunst van Karin Roël)

het

Vrouwen vliegen alle kanten op, er lopen er een
aantal over een dijk, er fietsen er drie,

vier door de hoofdstad, er borrelen een paar in een
Italiaans restaurant en ik verzamel nog

kinderen, van werken komt niets. Ik bezoek een
toilet met een spiegeldeur en bewonder

mijn hooggehakte wreef en hoe de broekspijp net
op goede hoogte valt, ik wil haar

op de foto maar zoek niet naar mijn camera en er
was iets met de kleur roze. Misschien

omdat de bezoeker zijn wijn meehad en in het gesprek
vond dat ik het gewoon kon doen: die

afspraak vergeten, uitslapen, bezwijken onder zijn
druk en niet hardop te schreeuwen ’s nachts.

het volgeladen bord

 

Het gaat alleen om het ritme, de tactiek hoe te overleven,
het bezig zijn, het maar niet stilvallen, het maar niet
verliezen van, het is alleen maar wapen tegen

duistere machten, afwezige liefjes, bittere kou, arre moede
en al die vragen hieromtrent, het omvat – ik zie me nog
met handgebaren – heel het leven, het

gaat om misverstand en uiteengereten zeer, herkennen van
een bepaalde melodie, liggen onder hem, in de verte iets
van een vogel, het schateren van

mezelf alsof ik eindelijk de grap onthouden heb, doorverteld
zonder vergissing, herhaling, overslaande stem en misschien
ook gaat het om aandacht, alleen maar om

aandacht, dat er niets vergeefs is, dat er altijd gehoord wordt,
dat er opnieuw en steeds weer vergeven wordt, opkomt,
terugkeert, verwacht wordt, toegedekt wordt zodat het

slapen kan.

tussen ons en het gebaar

(vanmiddag bij het voorleesproject Lola en Sylvia!)

tussen ons en het gebaar

Ik bracht hem het hart in borstplaat, karton, handgeschreven,
reisde naar hem met alle kinderen voor me uit, bij

temperaturen onder nul, in auto’s met minzaam zwijgende
chauffeurs, bij jolige zusters, met verzwaarde

benen, overslaande stem, geïrriteerde bezorgdheid en hield
altijd de afstand bij, de veranderingen tussen

haar en hem, de overeenkomsten tussen ons, de hoeveelheid
boeken als het teveel aan eten op het

volgeladen bord, de diepte van de kloof; ik bracht hem mezelf
en soms keek hij met waterige ogen in mijn

richting en knikte en vaak ook legde hij zijn enorme hand en
ergens halverwege ook wel en pakte en vaak

ook wel miste ik hem enorm maar nooit zoveel als de laatste
tijd waarin het hart alleen op mij wacht en ondeelbaar.

 

(mijn vader zou vandaag 97 geworden zijn, een leeftijd die
hij acceptabel vond)

in het gat


(mijn mamma overleed in de ochtend van 10 december 2012;
op de foto was ze 22 en net verloofd met mijn vader, Harich, 1946)

in het gat

Hij filmde haar die laatste dagen zoals hij dat altijd deed
met iedereen die weg zou gaan, zichzelf

nog even in de spiegel groetend want ook hij zou, eens
en voorgoed, en hij hield de ogen open alsof

de ontmoeting de eerste was en hij zichzelf pas zag door
de lens, tussen alle attributen die opgestapeld

tussen ons en het gebaar lagen: de roze deken waarin zij
zich krulde, de bril op het boek op de tafel,

verbandjes op de wastafel, een potje zalf, de foto aan de
muur, daar waar zij vandaan kwam met

bomen die niet meer groeiden, en mij, als baby in zilver
gevat, niet tot lachen bereid nog en dan

de weg buiten, vriezend en wit zoals nu en de zon die over
die laatste akkers scheen terwijl hij draaide.

een scheef geschreven tekst

Daar was het een aarzelende streep tussen gordijn en
de wereld buiten, een bezoeker die zich

aankondigde door bukkend onder de lage takken met
fietsbanden traag tikkend in het gat te

verdwijnen, druppels in de hals, een langzaam omhoog
trekken van het doek dat alles dan onthulde

op het moment dat het dag werd. Hier verzamelt men
zich boos op straat, stemmen gooien zich

hoog tegen de kerstballen in het trappenhuis, niemand
bukt, alles is meteen duidelijk en ook

al is het gat hetzelfde zwart als daar, de kennismaking
is bruter, de randen rafeliger, de ochtend

viezer en het is niet een bepaald moment dat het leven
begint, het is de herhaling van alles daarvoor.

iets voor een olifant

Er zijn nog wat domme foto’s: zij voor het huis met
een open deur achter zich, zij met hem

achter zich, zij met een kerstmuts op en hij schalks
lachend, hij met een rendiergewei met belletjes

bovenop zijn hoofd, al kan dat laatste een vertekening
zijn in mijn gedachten en span ik hem al in

voor koets en opdracht en schudt hij zijn staart bij elke
bocht. Straks komt daar nog een scheef

geschreven tekst bij die het sowieso in haar taal beter
doet en wat extra glans vermoedelijk en

misschien wel wat dennennaalden in de enveloppe of
heel kleine eikeltjes van goud die dan onder

je voeten vermalen worden tot een soort van poeder
dat je per ongeluk op zijn volgend taartje strooit.

de oude bezweringen

Theaterstudio A’dam, oktober 2015

« Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑