Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

u en uw bagage

 

u en uw bagage

Na afloop vertrekt ook het laatste gebaar: tien kleine
kusjes aan weerszijden, een pluisje van

de schouder, een onbeholpen klopje op de rug, het
recht hangen van de scheve attributen.

Mijn broek ruist mij na, het zachte kriebelen van de
kwastjes aan haar pijpen, de regen

na het plotseling vertrek van de hitte. Het zwaar tegen
mijn enkels rusten en het mij

begeleiden op de straten. Bijna het hand in hand tellen
van de witte strepen, de mannen in het

roze, de vrouwen met hoeden. Opnieuw vier treden
in het vooronder, zeven naar omhoog. Bij

aanvang nog het proberen: de broek los, het shirt over
de haren, de vingers over mijn mond.

Anne2

Ik noem nu andere kwaliteiten: niet langer ben ik alleen
die chroniqueur van uw avonturen, ik lees

ze nu ook jubelend voor of devoot en ingetogen, net wat
de tekst van mij verlangt en ik speel ze,

desgewenst, na. Ik zit naast u en laat u slapen, de zachte
zelfs flemende stem maakt alles minder erg,

(u kunt navraag doen bij eerdere projecten) en soms herhaal
ik jarenlang dezelfde litanie: alles komt goed.

Iedereen leeft nog. Ook kan ik u in contact brengen met
de buurvrouw van drie hoog achter, uw

afwezige zelf, de hond uit uw dromen, de geur uit het
grasveld, het is allemaal voorradig. Zoals de

stem die hem ooit verleidde, zo vervoert deze klank u en
uw bagage naar de plek die u thuis noemt.

 

 

 

Anne2

dichters verzilveren verdriet
omdat hun lied zich voorbij de roest
van het vergeten liegen moet:

een fraaie parabool
als leuning voor de stoel
die troost zal heten.
de poten zijn de veren
van de wilde, witte vogel die is opgestegen.
laat ons daar dan mee beginnen.

vervolgens verzinnen wij de waarheid
van een wiekslag die het jonge riet
slechts even huiveren liet.

Guido De Bruyn, uit: Een wiekslag, een van de gedichten uit
In de kring van menselijke warmte, hommage aan Rogi Wieg

dat spelen

Zij die zich nooit laat zien, gilde gisteren vanaf het
schroeiend balkon dat ze haar

heus wel zag, het meisje op de afrastering daarnaast
dat haar pop voor dood liet drijven in

de afwasteil. Daarboven stond een groen gebloemde
parasol scheef naar een kant en

geraniums hingen weerszijden, de geur van beiden
trok pas in de nacht weg en maakte plaats voor

de beloftes van vroeger. De stemmen ook, haar gillen
en het herhalen van dat zien dat

zo dichtbij klonk dat ik schrok. Ze had daar zelf gespeeld
eens en tussen de spijlen door het

hoofd van Anne 2 naar beneden willen duwen maar was
klem komen te zitten voordat ze viel.

onbeweeglijk boven de dampende kring

Er zijn slechte lezers. Ze trekken hun conclusies zonder
de woorden echt te zien, ze veronderstellen iets

zonder navraag te doen, ze leggen een standaardvorm
over het afwijkend patroon en veroordelen. Er

zijn lezers die half lezen. Ze glijden van het ene beeld
in het andere alsof ze van een speelobject

roetsjen in een willekeurige tuin. Het vers is een tijdelijk
onderkomen. En er zijn er die lezen. Die de

vinger langs het woord houden en hun tong en proeven.
Die schuren en botsen en dansen en

blijven haken aan herinnering en hoop. Die voelen waar
de schrijver zich bevindt en daar ook willen

zijn terwijl ze weten dat ze beiden alleen moeten blijven.
Die zorgvuldigheid, die afstand, dat spelen.

herinner mij de namen


NoordHollands Dagblad

herinner mij de namen

Dat we naast elkaar lagen en jij mijn hand hield
omdat het te warm was, zei je, voor

meer en dat we rustig moesten blijven liggen, zei
je, omdat er dan minder warme lucht

verplaatst zou worden en later kwam je daarop
terug en op mij en je zei

dat wat er ook nog zou gebeuren om ons heen wij
altijd met elkaar verbonden zouden zijn,

hoewel, dat zei je pas later en ergens onderweg,
op dat moment stond namelijk de wereld

even stil en hing je een seconde onbeweeglijk boven
de dampende kring die we om onszelf

trokken. Soms duurt geluk maar drie tellen, hitte
is sowieso onverdraaglijk.

schijnbaar tegengesteld

Misschien omdat ik steeds verwacht dat mijn vader plaats
zal nemen achter het orgel en fier rechtop en met grote
gebaren op zal gaan in zijn spel. Ook

vermoed ik dat hij mee zal willen spelen in het orkest en
op de grote trom wil slaan en bij dat alles zal hij glunderen
en steels mij aankijken. Ik sta ook dan voor hem

en zeg mijn psalmen op. Dat soort momenten zijn doodstil.
Uit verdriet een soort ach’ * denk ik. Misschien omdat wij
allen zo geconcentreerd bezig zijn, het

meisje met de stokjes is precies op tijd ondanks het vallend
haar dat ruim haar uitzicht beneemt en de zware dirigent
houdt zijn hand licht dansend boven zijn

volgelingen. Eerst misschien houden wij de adem in en dan
volgt dat ‘ach’. Misschien ook is het de wisseling in toon
waardoor wij van een film in de armen van

onze favoriet dichter ** rollen, de koele kerk op het dampende
plein, de rozen die uit elkaar vallen in het gangpad en het
bord met ‘herinner mij de namen’, dat ik nog steeds

en weer voortdurend weet hoe hij heet en hoe hij even mijn
haar beroerde en me een kus schonk halverwege lucht en
hals alvorens voorgoed te verdwijnen.

 

 

* Herman de Coninck, uit: Vingerafdrukken op het venster
** Bob Dylan, Make You Feel My Love

tot in de deuropeningen

Kiezen tussen kerk of kroeg: terwijl in Eijlders in de hoofdstad om de aanmoedigingsprijs der poëzie wordt gevochten, schuilen wij in de Immanuelkerk te Maassluis voor het slotconcert in de week van cultuur. Thema: onverwachte ontmoetingen.  Aanvang 14.00 uur.

« Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑