een foto of drie misschien
een foto of drie misschien
In de droom toon ik hem mijn handen, vingers
Gespreid en dan, als hij ze pakt en nakijkt, ga ik
Op mijn tenen staan en
Kus hem, dat is altijd zo, hoor ik hem tegen mijn
Zusje zeggen, dat ze zegt dan dat ze van me houdt
En dan
Loop ik weg, immens verdrietig en verstop me
Onder een gootsteen waar ik maar net pas en loopt
Hij en zij
Langs me en hoor ik hem geërgerd praten en vragen
Om pas veel later weer gezamenlijk te strijden in
Een leger van kunstenaars
Dichters, zwervers, vrouwen veelal – ik zag een
Vrolijk filmpje waarin een kat net in een doos
Paste en ook
Was ik nog verbaasd over zijn nalatigheid, van
Familie had ik niets gevoeld en met wijde vingers
Had ik gedaan alsof ik typen kon
een foto of drie misschien
een foto of drie misschien
“Ik ben niet bang voor het Niets, maar voor het Alles. Het is vreemd, dat mijn schrijven – onder invloed van deze angst, iets van een geperste stem krijgt, maar ook niet verwonderlijk, want ik voel het in mijn keel. Schrijven is voor mij hardop spreken en ik ben bang voor een duizendvoudig, duizendstemmig antwoord in het donker. Het liefste nam ik mijn moeder mee, die nooit bang is geweest en wier warme, stroeve hand ik nu voel, wier jurk ik ruik.”
“Ik ben ineens niet meer bang: als ik zo zou schrijven, zo hardop zou kunnen spreken, dat het gevaarlijk werd, zou de hele schepping uit mij spreken en niet meer tegenover mij staan in het donker.”
M. Vasalis in Maaike Meijer, M. Vasalis, een biografie, hoofdstuk 20
een foto of drie misschien
Je kunt je er alleen aan onttrekken door je te laten verstoten en een nomade te worden, een schaduw die vluchtig langs het in het kristalwater weerspiegelde porseleinen kantwerk van colonnades strijkt.
Joseph Brodsky, Oorlogsbuit,
uit: On Grief and Reason
so kind
Al op de heenweg, als ik besluit mijn jurkje
Thuis te laten en mijn hoge rode hakken onder
De stoel en de man
Aan de keukentafel, is de opwinding niets meer
Dan het afzeggen van een verplichting, een
Afspraak die
Eenmaal nagekomen, zeker niet meer herhaald
Wordt en eigenlijk nu nog wel vergeten kan
Worden, ik bedoel
Misschien verdwaal ik onderweg wel en hoe
Koud is het eigenlijk niet en met billen van
Marmer daar
Dan te zitten en alleen water te drinken als
Straf voor al die gulzigheid en je zult zien dat
Het vertoon van
Ego mij duur komt te staan, maar dan op de
Terugweg springend over de tramrails die
Als aderen door
De stad lopen en in de verte de aankomende
Bellen als overvolle arrensleeën in de lucht
Een kerstman met
Kadoos, mijn vader die ik had kunnen bellen
Als hij nog maar geleefd had, grote bloemen
Achterop mijn rug
En dan hem vinden daar waar ik hem achterliet
En de schoenen klaar voor vertrek en herhaling
In al mijn gebaren
blog 28 januari 2011, getiteld
geruststelling
na het optreden bij de Turing
so kind
so kind
Al de goede bedoelingen, de herkenbare pogingen
De ontroerende gebaren – zo zetten wij gezamenlijk
De klapstoelen in het gras -
het maakt me alleen maar eenzamer dan ooit, daar
Te staan en dezelfde vraag te stellen: verstaat u
Mij, kunt u mij
Horen? niets wissel ik echt uit, hoewel u mijn jasje
Kunt krijgen voor de kou, niets ook laat ik na, een
Foto of drie misschien
Zwart veelal en wijdbeens, stevig en heus zo aardig
In het echt, vanachter de kerken de zon, vanachter
De mensen
Niets, – als we nu de stoelen draaien, hoeven we onze
Ogen niet dicht te knijpen voor het licht – klap mijn
Handen warm




