Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

de betekenis

20160823_135628

20160823_140538

20160823_135910

20160823_141204

20160823_141459

20160823_141230

in t lân van us mem, altijd een zo heel andere wereld daar
(op bezoek in het Frysk Museum voor het vilt van Claudy Jongstra en de expo breien)

de betekenis

Dit keer benader ik haar van een andere kant: ik glijd
met de trein over haar grens, verbind

de verschillende kleuren groen, staar naar haar vlakte
en herinner me al mijn moeders uitspraken:

ze was zo veranderd, er waren honderd rotondes nu
(zoals wij twintig kinderen hadden), de boten

voeren ondergronds, de koeien stonden allemaal binnen,
haar bevolking was verdwenen. De

paarden stonden in haar wei, de lucht was onmiskenbaar
die van de boeren, er lag roomboter onder

het visje van de dag en alle vrouwen droegen gezonde
schoenen onder enkelloze pilaren waarboven

zelfgemaakte jurken en mollige armen en sloten af met
‘eh nou juh’, alleen mijn mamma liet verstek gaan.

 

 

doorhaling

Max Greyson, interview

doorhaling

Niet dat ik op mijn handen moet gaan zitten om
mezelf tegen te houden maar de neiging bestaat
ongeoorloofde dingen te doen als

haar lange paardenstaart door de stoelspijlen heen
te halen en te verbinden aan zijn colbert dat met
lubberende mouw vraagt om

meer dan alleen maar te blijven hangen. Iedereen
vraagt om meer en verstrooiing in plaats van de
steekwoorden op het schavot voor hen,

de o zo goed bedoelde uiteenzetting over leven en
dood, de betekenis van een schilderij, de man, het
kampeerleven of zijn mamma. Buiten

gebeurt er tenminste nog iets. Losse mannen, losse
honden, brommertjes die uit zichzelf wegrijden,
brutale tongen uit murmelmondjes,

verdwaalde fietsers gelukkig in groepsverband, de
zon. Keurig rechtop heb ik nog mijn excuses gemaakt
en daarna kraakten de planken onder mij.

Ongehoord zijn de dingen die ik denk, de afstand die
ik altijd voel, mezelf binnen al haar gelederen, mijn
ernst en eenzaamheid, mijn verzen.

 

 

onfeilbaar

Lentes en herfsten zullen onfeilbaar terugkeren.
In een natte heester zal een lijster zijn nest afwerken
met klei, en vossen zullen hun vosachtige gangen gaan.

Czeslaw Milosz, uit: Voorbereiding
vertaald door Herman de Coninck

 

 

onfeilbaar

Er zit iets geruststellends in de veelheid en herhaling
van mijn woorden, het slechte handschrift

of de hopeloze doorhaling die met pijltje en schuin
daarboven hersteld wordt. In tegenstelling

tot de inhoud is de handeling licht: een toren van
boekjes en schriften die op volgorde in weken

wiebelend wachten en waarlangs de kat zich strijkt.
Het is niet voor te stellen hoe de tijd zich

gedraagt en toch zijn we meteen terug, het lijf nog
warm, klein of behouden, de zin nog

onuitgesproken, het huis nog bewoond. We nemen
dezelfde weg, de schoenen staan nog

in de kamer, aan de zolen nog het gemaaide gras,
dezelfde aarzeling bij het zwaaiend vertrek.

 

 

de ander

Ik had kunnen doen wat ik zei dat ik deed of niet zei
maar vermeldde in het profiel dat meegestuurd

op een andere plek weer tevoorschijn kwam. Dat wat
ik altijd uitlegde als een heel geduldig werkje

maar zo fascinerend en dat wat altijd kwam nadat ik
hem opnoemde, nu niet terloops meer maar

met pauzes en nadruk. Dat wat bij voorkeur tijdens
hardnekkige regen en onheilspellende luchten

genuttigd werd, afgewisseld met broodjes gesmolten
kaas, handen in broeken en mijn hoofd

op heuphoogte van hem, altijd van hem. Dat wat dan
achter gesloten deuren ons vasthield tot

alles helder werd: de beelden, de luchten, zijn doel en
zijn publiek. Ik. Naast de eigenschappen

als creatief, inzetbaar, snel, vol en met muzikale kennis
en een onfeilbaar geheugen in datzelfde profiel.

 

 

de uitdrukking

Wat heeft het voor zin van iemand te houden naast wie je alleen wakker kunt worden als je geluk hebt?

Jeanette Winterson,
uit: The PowerBook

 

 

de uitdrukking

Ik droomde dat ik hem zoende, hij boog zich
van heel ver voorover, opgerolde

hemdsmouwen op de leuningen van mijn stoel
en ik met de billen omhoog wippend

hem tegemoet. Ik zou niet eens weten meer hoe
hij proefde of hoe oud hij nu en toen

zo licht rossig boven mij hing. Wakker had ik
opnieuw geen geluk. Ik vroeg de ander

haar naam maar hij noemde niemand. Hij somde
een heel leven op dat niets

met mij van doen had. Ik telde de dingen die
er wel waren maar in bed droomde ik

opnieuw. Dit keer wist ik precies hoe lang het
rood helder van kleur bleef.

 

 

rode strepen in het gele gras

nu dat de slaap als
een harp klinkt en
de kinderen zingen
leg ik mijn elleboog op de
donkere middag en huil
muziek vallend door het bos
als herfstbladeren een lied
gezongen door de sopraan der eiken
vang de lange buit

Hans Lodeizen, uit: Als ik nu ga zal het zachter,
uit: Het innerlijk behang en andere gedichten

 

 

« Oudere berichten

© 2016 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑