Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

de buren

Ook toen stelde ik de ander gerust: ik kriebelde in zijn
handpalm toen we elkaar trouw beloofden alsof

het een grapje was waar we later om zouden lachen, het
was niet iets van ons deze vertoning, we zouden

het heel anders invullen, we zouden de enigen zijn die.
En juist gisteren deed ik het weer zoals

eigenlijk elke dag en toch ben ik onlosmakelijk verbonden
met die ander: het is een trucje, we

wilden anders zijn maar zijn precies dezelfden. Het podium
de stad, de man het publiek, lach dan.

De buren in de tuin rondom praten heel lang na, hun kind
op straat, de auto stil, alleen zij daarboven

krijst omdat er nu eenmaal niets geruststellends is in die
ander, alleen in zichzelf en haar trouw.

 

de buren

koop hem en geef hem aan de buren!

strepen over straat

Het is het beeld dat eerst hapert, dan nog even stil blijft
staan, vervolgens doorbrandt, een gat vormt,

ratelt en van de spoel afloopt terwijl het apparaat door
blijft spelen, de gordijnen voor de ramen

nog gesloten; als het langer duurt, zegt mijn mamma,
denken de buren dat er iemand gestorven is.

Haastige te grote handen spoelen terug, zetten vettige
vingerafdrukken op onze jeugd, maken eerst nog

een grapje door ons lachend te laten teruglopen naar
het begin; als het lang duurt, zegt zij,

dat hij überhaupt geen gevoel heeft voor een juist tempo
of de normale verhoudingen, hij vergeet ook

bijna altijd haar hoofd. Zoiets is het: wat ik verloren heb,
vind ik absoluut niet meer terug, hij is

in het gat gevallen, hij vergat mijn hoofd, mijn ritme, er
is beslist geen gelijkwaardige geschiedenis.

vandaag

waarom we de dingen doen die we doen, Alkmaar, 23 mei 2017

(morgen zijn we op de Haarlemse Dichtlijn!)

vandaag

Opnieuw doe ik niet wat ik zou moeten doen: de voorzetten
blijven onafgemaakt, de plannen in het hoofd

geborgen, keurig gerangschikt ook in de laden van mijn kast,
vaak ook in het lijf en hier in haar systemen. Ik

zoek uitwegen, lees de zinnen die anderen maken en geef
mijn mening, adviseer, steun, vergader, zeg

toe, vat samen, beloof, alles om niet aan mezelf toe te komen
zoals ik nog steeds niet mijn klassiekers draai,

mijn man terugwin, afstap tijdens het fietstochtje, de konijnen
aai in het hok achter het huis, maar

lijnen in de lucht volg en strepen over straat tel en bid dat ik
toch, als ik dat allemaal doe, uiteindelijk uitkom bij

haar en haar pogingen vervolmaak; alles immers wordt opnieuw
teruggevonden dat zich in omwegen verloor.

de onverschilligheid

Er is water dat nauwelijks zichtbaar door de schutting
stil aan de kade ligt, er zijn stadsmeeuwen die

met veel pretenties in vuilniszakken pikken, er zitten
veertien mannen met ontbloot bovenlijf op

een platte schuit, de radio uit een open keet, er zijn halve
gebouwen, te dikke vrouwen die

de boodschappen het huis in dragen, de brug gaat open
en dicht, niets is als de zee maar zij loopt

dapper door het zand en draagt de traktaties voor zich
uit terwijl ze bijna huilt, struikelend over

een snoer waaraan nog feestverlichting, parasols scheef
en slingers van zomerjurkjes die wapperen alsof

onze moeder de maandagse was deed; de zon schijnt
tenslotte en alles moet vandaag nog droog.

de ratio

En dan zeker verdriet in de hemel, heimwee
omdat alles zo eeuwig is. Heimwee naar nu.

Herman de Coninck, uit: 4, Bas-Oha,
uit de bundel: Bergen van onverschilligheid

de ratio

Alkmaar aan Zee, 22 mei 2017

de inhoud van zwaaiende bomen

Is er een ander verschil tussen de avond en de ochtend
dan het vermenigvuldigen van de doden, het

vergroten van de gaten, het langer maken van de afstanden
en het zwarter maken van de lucht, is

het een ander tijdstip waarop de appel teruggehangen wordt,
de behendigheid van het reiken verandert in het

lijdzaam wachten bij de stam tot hij naar beneden valt, is
er kortom iets veranderd in de tijd daartussen?

Merkt de lezer iets van de overwegingen die de dichter
maakt, het uitstel of de twijfel, het geen

gehoor geven aan de intuïtie maar verleid worden tot de ratio
zodat de angst een zeker weten wordt en er niet

één maar zeven mensen vallen gedurende het deel van de dag
waarop de wind stil is en het water kalm?

alsof ik tegen ze praat

Soms denk ik dat ik haar zal vinden, alsof ik haar nooit ben kwijtgeraakt. Soms, bij het opkomen en wegebben van de zee in een heldere nacht, zie ik haar vlak voor me lopen en zweer ik dat er voetafdrukken zijn. Zij was een aanwijzing die ik probeerde te volgen, maar ik leef in een wereld die geen verwikkeling meer kent. Slaap zacht, en hoop op dromen.

Jeanette Winterson, uit: The World and Other Places
vertaald tot De wereld en andere plaatsen door Maarten Polman

« Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑