Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Page 2 of 417

een bewijsje

In competitie met onzichtbare grootheden lever ik na een
dag mijn bibliotheekboek in alsof achter de spleet

in de muur een man staat met potlood in de hand die mij
afstreept in een tabel met veel rood en ronde

cijfers. Zo typ ik ook in het donker voor onbekende hordes
uit om maar de eerste te kunnen zijn en daar te

arriveren voordat iemand anders het doet, laat staan voordat
zij mij missen. Het is het persoonlijk maken van

een praktisch feit: mijn vader meende dat er een vrouw zat
in zijn auto die precies wist waar hij heen ging

en verwonderd over haar gave, volgde hij haar aanwijzingen
voor de goede richting, ze had zelfs een

bekende stem. Dus maak ik een ieder getuige en familie en
voer een wedstrijd aan die nooit uitgeschreven is.

alle partijen vals

Opnieuw een goede recensie!

alle partijen vals

Gelukkig zijn er cijfers die ons belonen, een stijgende lijn
die zegt dat we het goed doen, dat streepje naar

boven waarvoor we iedere keer weer dat vele werk doen.
Er is een bewijsje dat net op tijd komt, vlak

voordat we met stijve nek en kramp in de vingers, verkleumd
en veel te laat achter onze werktafel komen rollen,

jouw kant op. Vlak nadat we denken aan vrije dagen en lang
met een trein en onderweg iets lekkers, een

vriendelijke suppoost en kunst die we zelf niet kunnen maken
of twee extra boodschappen uit de buurtsuper en dan

drie films achter elkaar. Dit is het dus, uitstel van het echte
leven en een beetje spelen dat je nodig bent, kijk

maar, we hebben een grafiekje die dat aantoont hoewel we
lang menen dat we het beeld verkeerd om houden.

op mijn tenen om in de armen te passen

Mevrouw V.  is ouder dan zij had willen worden en niet doof,
incontinent of van een rolstoel afhankelijk,

bovendien kan ze nog zo vertellen hoe haar verboden werd te
zingen, ooit, toen, eens, omdat ze alle partijen vals

zong terwijl ze zelf dacht een nachtegaal te zijn en eventueel
op te stijgen. Ze schoot in de lach maar dat

deden we allemaal. Mevrouw K.  begon over haar te dikke benen
zodat ze niet op ballet mocht, mevrouw R.  kon

alleen maar rechtdoor schaatsen en niet met opwaaiend rokje
een kür afmaken en de heer L.  wilde heel graag

en dacht dat ook te doen, de sax spelen als geen ander, hem werd
vriendelijk gevraagd het instrument in te leveren. Maar

het hardst werd gelachen om het meisje met de platvoeten en
wiebeltenen dat juist niet haar evenwicht verloor.

soms is dat genoeg

Alkmaar, 13 januari 2018

soms is dat genoeg

Hun lange vingers steeds soepeler, hun lijven steeds langer, hun
blik op het scherm gericht of even, vaag bijna, op mij

en in mij, ze kunnen drie dingen tegelijk, zeggen hoe onzeker ik
nog steeds ben, welk level het interessants is en dat

spelen en alles eten dat ik hen voor schuif. Ze kunnen elkaar hard
raken, de een heeft een baard die sneller groeit, de

ander is te blond, de een heeft zojuist een meisje achtergelaten,
de ander wordt door haar aangezet tot protest, met

hem zou niemand ruzie krijgen en bij beiden moet ik op mijn
tenen om in de armen te passen terwijl ze zich

vooroverbuigen. Dat gebaar is nieuw, vroeger stompten ze alleen
op mijn rechterschouder of sloegen die ene arm goedmoedig

in het voorbijgaan op dat kleine moedertje. Ze kunnen loslaten,
dat is het misschien wel, ik nog niet.

en natuurlijk ongevraagd

Beeld bij de laatste Reuring van 2018 met optredens van Adriaan van IJperen, Anneruth Wibaut, Monica Boschman en Hans Franse.

en natuurlijk ongevraagd

Op de hoeken van mijn bed blijven ze staan, worden steeds
duidelijker terwijl ze zich vasthouden aan de

spijlen, draaien erom heen, hoofd- en voeteneind een spiraal
van hun handelen, kop en staart zie ik bewegen.

Ze fluisteren als nimfen, dansen als elven, zingen als verleidsters
vanuit de bodem van de zee, trollen zijn het

vervolgens, reuzen dan met een blikkerende drietand. Ik geloof
niet dat ik ze uitgenodigd had. Zo rond het

middernachtelijk uur drinken we thee, ze willen ook een lepel
honing, straks gaan ze bedelen om brood. Terwijl

ik wakker ben, kijken ze me aan, bekenden van me, terugkerende
bezoekers. Soms is dat genoeg, zoete thee, andere

nachten drinken ze mijn bloed, boeren luidkeels en spugen me
onder alvorens ze uit elkaar vliegen en oplossen.

het grote bloot onzichtbaar

De enige zorg is het nieuwe uiterlijk van een bericht dat je elke
morgen maakt, de instructie die het automatische van

je handeling tegenhoudt, het snelle van je beweging vertraagt
en natuurlijk ongevraagd. En je hebt haast,

altijd haast, een gretigheid die je verbiedt de uitleg te volgen en
iets te leren, een onderwijzen dat je zeker niet nu

of vrijwillig wilt volgen, er zijn zoveel andere plannen. Terwijl
de kou opkruipt, de kachel tikt alsof de poes uit

het dodenrijk haar nagels scherpt over je vloer, nog even en hij
valt je benen aan, elders een lampje aangaat, de

lucht nog massief zwart, en je opeens het Kerstbrood wilt waarvan
de geur nog in je vertrekken hangt, lees je

hoe effectief de verandering is en hoe lezers veel duidelijker straks
je kunnen vinden vermits je stap a tot en met d volgt.

een innig goede vriend

Een ochtend de gordijnen open te schuiven als niemand het
nog ziet, het grote bloot onzichtbaar, het

vel nog niet wit oplichtend, ruiten nog vol regen, bomen als
staketsels van gebouwen roerloos bijna en

geluiden nog nergens en dan vanuit het bed langzaam dingen
duidelijk zien worden. Contouren in je kamers die

een voor een onthullen wat zij waren, gisteren nog, vlagen
koude lucht spelen met de attributen, een

auto zet zich bijna in beweging op de vensterbank, iets of
iemand sluipt door je vertrek, de ochtend die

steeds groter wordt. Dan af te tellen hoelang nog, misschien
tot de smalle strook licht nog net de route tekent

naar je werktafel, deze beweging achter het scherm bijna al
oplost in die van de grote wereld die ontwaakt.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑