Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Pagina 2 van 407

een lezer moet niet nodeloos verontrust worden

Er boog zich een dichter over mij heen vannacht die terwijl
hij een hand in het beddengoed stak met de ander

een lange rol perkament uitschudde tot er vier regels zichtbaar
waren die helemaal bovenaan onleesbaar

in al dat wit wat verloren stonden te zijn. Hij streelde over
mijn borsten en zoende mij en liet het papier

los dat als een mistflard verdween uit mijn kamers en boog zich
dieper. Ik had graag willen weten wat er stond.

In een ander bed lagen twee familieleden gezellig te praten, ze
giechelden en overlegden en dat ging allemaal niet

over mij, ze hadden zelfs geen bezwaar tegen de dichter die nu
op zijn knieën lag terwijl zijn handen zich warmden

in de lakens. Ik vertel u niet wie het was, vier regels zijn niet
veel en hij las ze per slot van rekening niet voor.

pareltjes

een bewijs

Londen, 7 november 2018, de Citroën Traction Avant was favoriet

een bewijs

Als ik het opschrijf, is het voorbij en ben ik definitief
weer thuis, kom ik terug in de dagelijkse dingen,

zoals hier. Voorheen was dat juist de reden het te noteren
en niet alleen op deze plek. Agenda’s vol,

symbolen op de muur, pen op de zijkant van je hand, een
groet onder de postzegel, enveloppen op je

deurmat. Bewijzen tegen het vergeten, het herhalen het
teken van bestaan, logboek tegen de dood.

Als teken van vertrek groette ik vanaf het papier, eenmaal
thuis holde ik naar de kantlijn, misschien

meer voor jou dan voor mezelf, een lezer moet niet nodeloos
verontrust worden. Even twijfel ik of ik zelfs

degene was die schreef zoals ik nooit zeker ben van de reis,
de deur nog in het slot draai en liever doe alsof.

straight up

 

There’s that nothing. Still lying halfway in my bed
the middle, hidden under the sheets, it

still sitting at my table, to my right, yet lingering
around me taking my hand, it

comes journeying past me. Sometimes I can pierce it, it
splitting apart like a small arrow through

a heart that lengthens, now and then overtaking me, weighty
and difficult it then lies upon me, just as he does.

Often it’s also the mist between the meadows and the calm
water, I must cycle to warm myself,

the villages not automatically entwining, just as often
it’s a dead end street in this

city. A dead dog underneath the tree, black in the
corner of my eye, a line from a psalm, something from the past.

 

vertaling Helle van Aardeberg van het gedicht rechtop

een wijzend jongenshandje

Een dichter zegt in dezelfde vloeiende beweging te zitten die
vanuit mijn hand als een dwarrelend herfstblad de

weg naar beneden vervolgt, eerst nog even omhooggaat en
dan rond de stam blijft liggen. Terwijl ik nadenk over

dat liggen, niet over dat trage vallen, is er een ander die nu
wel eens in het echt wilde zien hoe ik dat deed.

Wat, vraag ik me af. Heeft het een naam die vorm? Is er een
verklaring of reden zoals er een verontschuldiging

volgt? Het is het seizoen, het zijn de kleuren, het is dezelfde
wind die overal waait, het is het op hakken

balanceren tegen mijn bezoekers, de een zoent, de ander trekt
aan mijn haren, iemand duwt tegen mijn schouder,

er wil iemand een bewijs, een handtekening, een glas tegen
het mijne terwijl ik het natte gras voel en een lichte kou.

kiekeboe

Nederland ligt maar een wijzend jongenshandje weg, net
onder het thuisland van de stinky mouse, de

gesprekken via Skype is televisie on demand, mijn tekeningen
die hij eerst zachtjes van mijn lijf af wil vegen

zijn stickers die hij later vanaf het raam trekt en op zijn armen
plakt en alles is een cadeautje dat hij deelt

met de slapende, fronsende broer die zich laat wiegen in de
voorbijkomende familieleden, ach het is –

zo zou de grootvader zeggen op de terugreis – typisch iets
voor jou dit zo te benoemen. Hij puft kleine

wolkjes stoom boven de toxic air uit terwijl we elkaar volgen,
een onverzettelijkheid die vanzelfsprekend is.

Echt iets voor jou, denk ik maar ik zeg het niet. We verdwalen
namelijk niet en rechtdoor is vooral vooruit.

die gouden toekomst

Verlegen zal hij zich verstoppen tussen deurpost en kapstok,
tussen speelgoed en boekjes, dierfiguren op het venster,

achter zijn broertje, zijn moeder, de wagen in de gang, zijn
handjes, ik zal vanuit het zwarte scherm

stappen en opeens kiekeboe roepen en pas op de grond, naast
de zojuist aangelegde spoorlijn, aanraakbaar zijn en

echt. Dan zal hij mijn naam noemen en combinaties maken
met banaan, baby en het mannelijk gezelschap dat

eveneens over de grond kruipt en stoomgeluiden maakt, de
trein vertrekt, er zijn heuvels waarover en tunnels

waaronder door en bij zekere aankomst wordt er gekust, lippen
tuitend, en gegiecheld, zeven plastic kippen

naast de overgang, broodkruimels op de wissel. Daarna lezen
we, verslaan monsters en meten onze neuzen.

(de komende dagen zijn wij overzee)

dat geschiedenis kent

Hij begrijpt het niet, ik ga toch voor succes, waarom is
er dan geen beleidsplan, geen strategie, geen

marktonderzoek laat staan – waarde, geen publiekspeiling,
geen weloverwogen handelen, geen coach, geen

management en dat over al mijn onderdelen, waarom ook
luister ik niet naar hem. Hoe langer ik doe alsof,

hoe meer ik ervan overtuigd ben dat ik geen inmenging duld,
bovendien geloof ik niet echt: niet

die gouden toekomst noch die handeling, laat staan hem. Het
is als moeten lopen op de stoep en aan de zonzijde

terwijl ik glis over herfstbladen, hondenpoep en bedelaar en
huppeltjes maak die niet charmant maar toch

effectief zijn, alleen voor mezelf dan. Je krijgt een beetje
lucht als je zo omhoog stuitert en weer terug.

het zorgvuldig en zacht bijeenrapen

Amsterdam, 18 oktober 2018

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑