Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Page 2 of 424

dat je eerst iets moest verzinnen

Er bleef een jongetje staan in een plas vanmorgen, een regenpakje
en laarsjes en een onverzettelijkheid die zijn moeder,

verder op de hoek met een ingepakte kinderwagen, tot razernij
bracht. Ze ging hem niet halen maar schreeuwde

terwijl hij met zijn ene voet cirkeltjes trok boven het water, het
was alsof alle schatten van de zee daar lagen, hij

zag een zeepaardje en een bijzondere schelp, een kwal misschien
en een kwijtgeraakt kettinkje en droomde van reizen en

heel ver weg zijn, verder dan die hoek die zijn moeder inmiddels
verlaten had voor een volgende. Heel aarzelend

verzette hij een been en toen nog een, zij vloekte nu maar bleef
staan en reed de wagen doelloos heen en weer.

Gelukkig was er geen sleurende arm, geen kletsende hand of ander
machtsvertoon, alleen een verloren toekomstbeeld.

“het verlangen loopt zelden gelijk met de herinnering”

“het verlangen loopt zelden gelijk met de herinnering”

geen ruimte om zijn werk nog te doen

Ooit waren we schrijvers. In de brievenbus lag zijn bijdrage,
de enveloppe gevouwen uit het ontwerp van die

week, vijf en zeventig cent voor een postzegel om de serieuze
poging te benadrukken, onder zijn zwierige hand

een tekening als symbool voor liefde en trouw en moed vooral.
Lang lag er een lint omheen, geknoopt met

dezelfde toewijding zoals ze later gladgestreken werden, deze
bewijzen. Hij wist niet of hij tot een boek zou komen.

Ooit waren we lezers. Onder de asbak mijn antwoord, op elke
traptree een aanwijzing, tot boven het bed toe

schetsen van een gezamenlijk leven. Misschien, zo zeiden we
tegelijkertijd, was dit werk een poging om aan

de waarheid te ontkomen, dat je eerst iets moest verzinnen,
bedoelden wij, voordat je iets zeker wist.

als nieuw

Hij had zich nog gehaast, laat als altijd, een briefje onder de
fruitschaal, hanenpoten, wat geld voor de

nieuwe week, reed natuurlijk te hard, stond vervolgens achter
een zeurtante die haar paspoort niet kon vinden,

had eigenlijk nog naar het toilet gewild of misschien een bakje
yoghurt willen eten, hij werd altijd wat

misselijk als hij te weinig at voordat hij, zat weer een of ander
jengelend kind in zijn rij, natuurlijk, geen leuk

ding waar hij een beetje mee had kunnen flirten, het verdienmodel
op zijn schoot, de contracten voor T. op zijn

knie, hij had godverdomme weer eens helemaal geen ruimte om
zijn werk nog te doen, en zes minuten later was

er niets meer van hem over, niet van dat kind, die zeurtante, T.
of welk model dan ook, alleen zijn koffertje bleek topkwaliteit.

veel lawaai makend

Nu nog hef ik een vlag en steek mijn armen in de lucht
en roep ‘Kameraad’. Maar zij was het die zich overgaf.
Want op het slagveld hoorde ik haar stamelend razen
met het accent van haar moeder, gore lettergrepen.

Liefde, sintels en schroot,
water en brood,
liefde, word wakker
en kom uit dat niets gewandeld
dat mij bevriest.
Nu nog

uit Nu nog, X, Hugo Claus, Gedichten 1948-1993/ opgenomen in de bloemlezing Je bent mijn liefste woord (Anne Vegter)

veel lawaai makend

Er zijn dagen dat het nauwelijks beweegt, het zit en tuurt, het
schuift en strekt, een been, een hand, het zucht

en draait, het hoofd een weinig recht. Het meet zich af aan de
ruimte om zich heen, de rechte wanden, het pad

naar rechts, links de wereld, de hoogte onneembaar of het moet
zich laten vallen. Voor vallen is beweging nodig.

Het noteert iets anders. Urenlang is daar iemand op het scherm
die doet denken aan een man zo halverwege

het alfabet en van beneden de rivieren die met zoete tongval
lispelt in het rechteroor, lief en liefste met een

traagheid die vasthoudt aan de rand van het bed. Het herinnert
zich die stroperigheid. Dan zijn er de

nachten dat het schoongewassen en als nieuw afwacht wat er
volgt, het dekt zich toe en wendt zich af, haar lijf.

waar niemand meer in past

Alsof hij ieder moment thuis kan komen, zijn fiets door de steeg
in de bijkeuken plaatst, even belt als hij in de tuin staat,

zwaait door het raam heen. Alsof hij nog even een sigaret heeft
gerookt en een versje heeft geschreven, de

signatuur in een tekening vervat, en zo zijn handen gaat wassen
en dan naar boven komt, zijn lijf warmt aan het

hare. Alsof hij nooit het idee heeft gehad van plaats te veranderen,
het gevoel nog altijd hetzelfde, de ster in het Noorden.

Alsof zij geen rekening hield met de tijd en niet vanaf toen door
de voordeur kwam fietsen, veel lawaai makend en

de deur beschadigend, het verkeerde voorbeeld gevend aan de
achterblijvers, tekeningen voortaan rechtstreeks op

de muren, het lijf verkild, het zonnestelsel in de fruitschaal en zijn
rook, binnengehouden in haar mond, tot rondjes blies.

het effect

De kamer van het waterhuis is uitgetrokken tot een balzaal
die naast mijn oude zilveren bed een slaapplaats heeft voor
mijn jongste en zijn vader, een kinderbedje

waar niemand meer in past. Er volgt een verhaal in een verhaal,
een doos in een doos, een huilen in een droefenis waaraan geen
einde lijkt te komen. Terwijl ik droom loopt

iemand over mijn rug. Ik denk aan een inbreker maar weet
tegelijkertijd hoe absurd dit is, ik gil en mijn vorige man komt
kijken en haalt een konijn van mijn rug, daarna

mijn moeder die zich uitgespreid heeft neergevlijd, gaat dan
zelf daar liggen, bovenop de dekens, en drukt mij zachtjes neer.
Ik weet dat ik droom in die droom en ik hoor

mezelf snikken maar de hele nacht verloopt rustig en behalve
die figuren kom ik niemand tegen, ik slaap tot de ochtend en
weet alleen dat ik ze ontmoet heb en gevoeld.

De morgen is donker van regen en wind, de boomhut knarst,
bijna dek ik de tafel met extra bordjes. Dan vertrek ik in een
blauwe jurk en sluit de deuren zachtjes.

moeiteloos inhalen

Een schrijver plaatst zijn verhaal een tiental jaren voor ons,
hoewel het even lijkt of het gisteren was, de cijfers

vertrouwd en de gebeurtenis evenzeer. De uitgever verdedigt
de keuze door te stellen dat zo het onderwerp

altijd waar is, niet getoetst kan worden omdat het nog moet
gebeuren, en de schrijver uit zorgvuldigheid

handelt. Je kunt je afvragen hoe dat dan is bij je eigen dagboeken,
weet je dat ze gelezen gaan worden, gevonden

allereerst en ken je dan het effect? Aan een woord herken je je
eigen gedrag, de droom van toen, de stilte

waarin, het is net als die cijfers uit dat nog komende jaar, alles
valt samen in een herinnering die opgebouwd uit

eigen verzinsels mogelijk klopt maar misschien ook wel alleen
jezelf toebehoort, je verdedigt niets.

“om dichterbij de poëzie te komen”

“om dichterbij de poëzie te komen”

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑