Het kind herkennen in het gezichtje in het stipje op het papier,
in het lijstje dat hij op zijn mobiel bijhoudt, in de

ergernis als hij zich vergist heeft, in de zorgvuldigheid waarmee
hij voor een ander zorgt, in het melodieuze

alles komt goed, in de samenvatting van een gesprek, de rust van
het ouder worden dezelfde als de rust van toen,

spelend zonder iemand nodig te hebben, het eiland dat hij was,
zoals zijn leraar dat zei, en ik die over een pontje begon,

ook bij deze mijn hoofd onder zijn schouders of op mijn tenen
staan om dag te zeggen en voor het raam staan en

nakijken hoe hij langzaam vertrekt, in de drie piepjes die hij later
stuurt, altijd drie, dat heeft hij nu pas door, een

antwoord op nog een vraag, en toch altijd ook de mogelijkheden
openhouden, discreet en tactvol en zo onmiskenbaar hij.