Wat kan ik voor je betekenen, vraagt mijn oude vriend, maar het
is mijn optimisme, de vroege ochtend die nog iets

kan beloven, de dag die nog voor ons ligt, ach ja, zegt hij, jij. Het
was een broekzaktelefoontje, zegt hij later,

maar hij is zich altijd bewust van de lijn die er was, de uren die we
deelden, het rammelen achter op de fiets, het

houden van mijn evenwicht tegen zijn smalle rug, ik verveel me,
zegt hij, ik weet het, zeg ik, en dan opeens is het

geluid weer weg, ik leg mijn mobiel op de werktafel, zijn zakken
zijn leeg, als hij anders gaat zitten belt hij opnieuw,

wat, zegt hij, wilde je vertellen, buiten is het nat, de overbuurman
start zijn auto, drie lichtjes gaan aan en weer uit,

de binnenste takken van de bomen zijn zwarter dan de rest, regent
het, vraagt hij, en waar ben je nu in het verhaal?