Een verre dichter laat de niet menselijke geest los op het werk
van mij, een beetje zoals we laatst zelf gewoon

maar eens keken hoe de laatste bundel het in die kringen deed en
overvallen werden door conclusie en leesadvies

dat niet eens zo ver aflag van dat wat u doet of voelt, alleen wel
elke dag veranderde. Het is gek hoe immobiel

het ons maakt zoals de sneeuw dat doet, wat klagerig klinkt het
protest, kinderachtig het huisarrest, ronduit boos

het onbegrip terwijl er toch niets fijner is dan in de literatuur te
zoeken naar de smeltende gaten waarlangs het

nat glibberen is naar beneden, een beetje zoals de schommelende
tocht vanuit deze boomhut tot ver in de stadswallen

op zoek naar voedsel en vertier. Ons voor missers behoeden is niet
gewenst, een foto maken van onze zachte landing mag.