Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: juli 2019 (page 1 of 4)

je moet je focussen

Dat moment, dat bijna te lang durend moment, voordat hij bij je
komt, het lijf dampend en hier en daar nog nat, slordig

bovenop je gaat liggen en adembenemend heet is en precies past
en dan net daarvoor: weten dat hij er is, zich wast

in de ruimte achter de deur, zich nauwelijks de tijd gunt zich af
te drogen, het raam vergeet te openen zodat

de stoom alvast je kant opkomt, nooit zingt maar proest en hoest
en hoe hoog de temperatuur is van het water, weten

dat hij er is en zich op je zal voegen maar niet zeker weten of het
gebeurt, dat ogenblik in de ruimte, de gang

leeg nog, vol van een verwachting die gniffelend in de lakens
schuilt, stil moet zijn voor de kinderen en tegelijk

zo uitnodigend mogelijk en altijd herhalend hoe gelijk onze lengtes
zijn, ons verlangen alvorens zij zich oplost in de nacht.

hoe ik mezelf moet terugvouwen

Dames de B. en Z. zitten in de hal al te wachten, handen in hun
schoot. Mevrouw de B. zou later zeggen dat ze geen

idee had waarop maar ‘zij daar’, wijzend op mevrouw Z., nam
haar zomaar mee en gelukkig ook maar, stralend heeft

ze het over gezelligheid en de enkele goede dag die ze heeft,
vandaag! Na een kwartier moet ze huilen, het

is allemaal niet meer zoals het was en dat gaat gepaard met lange
uithalen, open mond en wegzakken in haar stoel.

Je moet je focussen, zegt mevrouw K., op dat wat wel leuk is en
dat doet de hele groep, ogen bijna dicht of priemend

in mijn open boek en ik doe natuurlijk hetzelfde. Het zijn mijn
vrienden geworden, ze kennen mijn vader, de heer

T. weet zelfs hoe het huis eruit zag waarin ik woonde voordat
ik dat deed en mevrouw V. deelt met mij haar kind.

nog een zonnetje

Onder tafel ben ik opeens veel te groot om me te verstoppen en
toch duurt het even voordat ik gevonden word.

Kletsende voetjes rennen langs me, ik schud wat aan het kleed
op tafel, geschater volgt na zijn vragen waar of ik

toch ben en het handje dat aarzelend alles opzij schuift. Opeens
ook wil ik helemaal nooit meer dat verstopplekje,

drukt het tafelblad op me, staan alle stoelen grimmig naar me te
kijken en weet ik niet meer hoe ik mezelf moet

terugvouwen om dan eindelijk weg te kunnen rennen. Gegiechel,
kleine armpjes om me heen, dan hij weer,

een bobbel achter het gordijn, plakkerige haartjes in een doos,
zogenaamd plat op de bank, adem inhouden. Dan

een aanloopje, armen wijd zoveel als ik van hem houd, achterover
vallen, nog een keer, this this this much.

lades die diep en leeg zijn

Je zou hier niet kunnen liggen, niet bovenop de warmte en ook
nog eens bovenop mijn lijf, je zou je niet

kunnen bewegen, alles zoveel zwaarder en tegelijkertijd zo zonder
betekenis. Handelingen worden zinloos bij

temperaturen als deze. Het lichaam verdraagt slechts een puntje
laken en je zou klagen over tocht, de wind die

opsteekt en de boomhut doet schudden, je dromen nachtmerries
door het klapperen van de gordijnen, je zou

stemmen horen in het gerommel en je hoofd is al zo vol. Niet dat
ik het me niet voorstel. Ik zie druppels zweet

vallen en volg het spoor en wapper met mijn hand en tover koele
vingers die totaal overbodig nog een zonnetje

tekenen op je flank. Je zuchten is als klagen. Er zijn vliegen, zou
je beweren, maar ik heb ze allemaal al teruggestuurd.

Eldorado, here we come!

Zaterdag 10 augustus verzorgen Reuring en Bert van Baar Eldorado Poetry: een avond vol poëzie en muziek met dichters Marije Hendrikx, Petra Fenijn, Gerard Scharn, Elbert Gonggrijp, Conny Lahnstein, Mariet Lems, Petra van Rijn en Adriaan van IJperen, muziek van Theo Meereboer en natuurlijk Bert van Baar!
Aanvang 20.00 uur, locatie camping Eldorado in Groet.
De avond maakt onderdeel uit van het Eldorado Zomerpodium dat in de maanden juli en augustus tal van activiteiten biedt onder leiding van Bert van Baar. 

dat was de afspraak

Dichter J. werkt blijkbaar bij mij op kantoor want hij zit in een
witte ruimte tegenover mij en heeft een enorm bureau

met lades die diep en leeg zijn en het vertrek is identiek aan de
hete glazen ruimte die ik ooit bezocht. Hij wil, zo

overlegt hij, trakteren. Er is ook een kind voor wie ik steeds moet
zorgen maar even later fiets ik over het Damrak

de vriendelijke boekenman te A. tegemoet die met zijn vouwfietsje
op me inrijdt terwijl ik roep ‘dit vinden ze leuk, he’

en op de toeristen wijs, mijn benen hangen dan wijd aan de fiets
en ik heb vreselijk veel vaart nog. Ook droomde ik

maar misschien was dat wat later over een enorme drol die steeds
in een glazen buis omhoogkwam en waarnaar ik

intens tuurde. Van een traktatie was overigens helemaal geen sprake
meer, dichter J. was nergens meer te bekennen.

ergens doet iemand open

Om bijna bovenin te wonen, tussen de kleinste bladeren en het
lichtste groen, de ijle witte flarden in de lucht

bereikbare stroken land, mee te doen met het gekwetter van vogels,
opgetild en voorzichtig neergezet, wachttoren en

verblijf. Vanaf de kijkgaten het overzicht, door de openingen de
geur van toen, alsof dat wat beneden ligt nog altijd

bereikbaar is maar het gekrioel van beesten niet meer zichtbaar
en het gestruikel over de wortels, het zacht achterover

vallen, het volgen van de voetstappen, overbodig. In een droom
de ontmoetingen, hoe daar ergens mijn vader

wacht, zoals hij dacht, mijn mamma, zoals zij hoopte, gekke schilder
W. tussen zijn portretten, dat was de afspraak, of

de rode kater, de waakhond en meisje J. maar voorlopig wakker
van geen enkel vertrek weten en niets beloven.

de ruimte om ons heen

We zouden beter moeten weten, zegt iemand op straat. De zin
stijgt naar boven als een ballon zonder touwtje, de rest

van het gesprek staat misschien op een briefje in het roze ding,
buiten bereik van iedereen. Wat, denk ik,

en wie zijn we? Een fietser buigt zich over een kind voorop,
een man scheldt op een langzame hond, de

achterbuurvrouw rookt haar honderdste sigaret, er is een auto
die niet wil starten. In het trappenhuis de lucht van

gebraden vlees. Vliegtuigen lijken lager dan ooit te hangen en
blikkeren tussen roerloze bomen, tuinen zijn

op slot, terrasstoelen opgestapeld, er hangt een jurkje aan een
hek. Er wordt langdurig gebeld, ergens doet iemand

open. Beter dus dan we nu doen en met z’n allen en gisteren
eigenlijk al, liever nog vandaag.

hij fluit wellicht

Reuring op vakantie!

Zaterdag 10 augustus verzorgen Reuring en Bert van Baar Eldorado Poetry: een avond vol poezie en muziek met dichters als Marije Hendrikx, Petra Fenijn, Gerard Scharn en Elbert Gonggrijp en singer/songwriter Rob van der Plas en natuurlijk Bert van Baar zelf!
Aanvang 20.00 uur, locatie camping Eldorado in Groet.
De avond maakt onderdeel uit van het Eldorado Zomerpodium dat in de maanden juli en augustus tal van activiteiten biedt onder leiding van Bert van Baar.

hij fluit wellicht

De temperatuur zal in die kamer het meest stijgen. De ramen
geblokkeerd door de automatische zonneschermen,

dicht vanwege dreigende tochtstromen, de deur afsluitend, de
hitte vanuit vestjes en vale bruine rokken, de

dikke wollen sokken van de heer B. die wel in sandalen steken
maar verder geen zomer betekenen, het kleur op

kleur verschijnen van mevrouw Z. die met één been onder tafel
schuift en altijd pijnlijk botst, het verband van

de heer T. dat van zijn plaats komt en jeukt en uit het decolleté
van A. die elke maandag zo lief is de koffie te doen.

Om dan te praten over vroeger, het hooiland te missen en het
donker bier, de ruimte om ons heen, het strootje tussen

de tanden en de armen onder ons hoofd of hoe we ontsnapten aan
een bui die reeds dagen over onze velden hing.

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑