Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

de tuin van God

Mijn leeftijd verglijdt in de loop van de dag, eerst nog
Ben ik oud en stram, torn tegen de wind in

Later verdeel ik pepernoten met mijn bezoekster, ze
Praat haar wangen warm, dan

Naast hem, met mijn benen onder mijn lijf, ben ik niet
Ouder dan veertien, toen

We elkaar kusten achterin de Volvo 544, mijn vader
Geduldig wachtend aan de stoeprand van

School, en zo blijf ik een meisje tot ik wakker ben
Hoog houd ik zijn hand en

Huppel, het gaat om het delen, had mijn bezoekster
Gezegd, anders is er

Niets, ik wilde haar niet tegenspreken, voorgoed zo
Alleen, ik schoof de helft

Van het eten in zijn richting zodat halverwege de tafel
De lekkernijen zich

Opstapelden, geen stoeprand, zei hij maar halverwege
Het weiland

Mijn vader reed snel, ik kukelde achterover, zijn lijf
Ving me op, misschien

Zoals nu, een te grote stap en een dansend hoofd maar
Dan daar zijn greep

 

« »