Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Pagina 2 van 323

dit schamel onderkomen

De mensen komen uit hun huizen, traag alsof ze
nog iets moeten halen uit hun auto’s,

een boodschap zijn vergeten, naar hun moeder
moeten of gesommeerd zijn

met de juf te praten op de school van hun kind.
Ze talmen nog wat, lijken het buurthuis

niet te kunnen vinden, lijken sowieso niet in deze
buurt te wonen, kijk daar kan dus de

vuilniszak ook in, en gluren met heimwee naar
de kip op het vuile plein waarop je, met

een vaartje, kan spelen dat je een cowboy bent.
Sommigen groeten elkaar, een duwtje,

een hoofdschudden, anderen lopen gewoon weer
weg, vergeten de boodschap hoe dan ook.

 

 

adem

‘Het klinkt goed.’
‘Ja, klopt, het is taal.’

adem

Dit is dan toch het belangrijkste: deze verslaglegging, deze
al dan niet gedroomde waarheid, deze reden tot

opstaan. Dit is dan het echte begin, de sterke koffie, de vogel
die zich keert in de lucht recht boven dit

schamel onderkomen, de deur die aan de overkant klappert,
de auto die start. En hoewel ik nog even, even

maar, had willen blijven liggen in de gekromde houding, het
vergeten, het niet aangaan nog, het uitstel,

de warmte, het geluidloze en donkere, handel ik naar behoren,
automatische opeenvolgende stappen, altijd

opgelucht als de woorden er staan. Soms dient zich na afloop
nog iets aan: een zin als jengelend kind aan mijn

rokken, een man die achterbleef in de lakens, een zon die zich
verstopt had eerst achter de verste rand van mijn raam.

de vier passen

Het ‘take care’ van vroeger maakt plaats voor een app
waarmee ik hem kan volgen, de foto’s

zijn niet eens schimmig en ik hoef geen stil hoekje te
zoeken alvorens te antwoorden. Toch zie ik hem

staan in een telefooncel voor het Concertgebouw, het
huis uitgejaagd en door de kou zich

blootleggend voor mij. Ik zie hem driftig bellen in een
nis op het Amstelstation terwijl ik al uit

de trein spring, hij is degene die vergaderingen verstoort,
op het antwoordapparaat inspreekt, zonder

vaste tijden elke dag wel even, hij belt opnieuw als iets
in mijn stem hem niet bevalt, weet je,

zegt hij, en als altijd loopt zijn naam in een bochtje naar
boven alsof hij elke keer weer naar adem hapt.

 

 

de wachters

Er zit een vanzelfsprekendheid in ons handelen. Er
wordt weinig gesproken. De tafel

hoeft niet leeg geschoven te worden, de gordijnen
niet gesloten, de deur niet vergrendeld.

De vier passen naar het bed hoeven niet gelopen te
worden. De stapeling van lijf en gebaar,

de jaren ertussen, het achterover slingeren van het
haar, eindelijk grijs nu, het is allemaal

geruststellend. Daar waren we toen, hier zijn we
nu en morgen zijn we elders. Reizigers

in de tijd, passagiers in dezelfde voertuigen. Met
dezelfde rust knoop ik zijn overhemd

dicht, zucht hij nog tussen oor en hals, fluit met zijn
stappen mee als hij de treden telt.

 

 

onhandig in zijn beweging

mekkie5s

Sint Pancras, 1974

onhandig in zijn beweging

Er zijn enorme, witte konijnen die languit op de grond
liggen, bijna onzichtbaar in de fijne sneeuw,

egeltjes die eten voorttrekken, grote vogels die in de
vlakte pikken, muisjes die bijna

onzichtbaar dingen verplaatsen, er ligt as op het pad
waarover ik met een kruiwagen loop, de

bomen buigen zich nog steeds over de route, de dode
houten pilaren zijn nog altijd de wachters van

en de tuin is dezelfde als toen al dringen zich nu huisjes
op aan de zijkanten. Mijn mamma is ergens

aan het begin, zij maakte me wakker maar als ik haar
terugzoek terwijl ik emmers vol water

naar achteren sjouw voor de beesten, is zij weg. Zo
is dat niet alleen in dromen zo: haar stem

horen maar niet de ranke gestalte erachteraan en nog
altijd een beetje bang voor de dieren.

 

 

horizon

Dit keer kniel ik. Eigenlijk verlies ik gewoon het
evenwicht. Met mijn handen vegend over

de natte, koude steen, laten de blaadjes van de dorre
takken los, hele bloemen verliezen zich,

vallen alsnog als rijpe vruchten uit elkaar, ik trek
mijn eigen sporen alsof ik het hek niet

meer zou kunnen vinden, het slingerend pad naar
mijn toren, het ritueel van

danken en bedenken, het kruisje dat ik voor hen sla.
Vergeten te vertellen hoe en dan toch nog

doe: buigend tot het haar hen schoon veegt, de hand
helpt, de adem zoekt, het lijf hen

tegemoet komt, mijn vader onhandig in zijn beweging,
mijn mamma watervlug, ik als fruit vallend.

 

 

horizon

Het creatieve, associatieve  brein.

zonder conclusie

Dit zijn van die dagen waarop mijn mamma zou bellen
en zuchtend zeggen zou dat het nu

niet meer op een ansichtkaartje lijkt, haar wereld, haar
tuin, haar uitzicht, haar leven en ik zou dan

geruststellend zeggen dat het elders slechter is, veel
slechter, helemaal niets om over

naar huis te schrijven, helemaal geen horizon, bloemen
en gras en zeker geen kinderen, helemaal

geen kinderen aan wie je zou kunnen vertellen dat het
vandaag, echt alleen vandaag, absoluut

niet gaat omdat niets maar dan ook niets lijkt op dat
prachtige plaatje dat je ooit zag van

die zonnige vrouw in dat mooie huis aan die stille weg
in dat rustige dorp waar alleen de kerkhaan kraait.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑