Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Pagina 2 van 341

mijn enige beweging het hoofd

Het gemis zoveel eenvoudiger dan de liefde. Na drie
dagen een bezoeker aan tafel die vragen stelt,

voelt aan het werk voor hem, kwinkelerend intelligent
probeert te zijn, vraagt of ik

nu niet en heel of vaak en dan het verschil benoemt:
het gaat om het delen. Als hij nu zijn hart

voor me neerlegt en dan maar er is geen denken aan.
Ik ontkom. Nog altijd is er het stukje

huid op een foto, sproeten, haar dat overeind gaat staan
als ik langs strijk, een open mond, een

oog dat met de kleur van water mijn muren bekleedt,
spieren die mij tegenhouden en terug,

een dampende kracht, zijn druipende lans en mijn hoofd
dat langzaam wegrolt van zijn voeten.

hun inhoud

Dan daar te zijn, voor hem knielend en beide
Handen in zijn liezen en beginnend bij de bovenste
Knoop en dan langzaam alsof

Nadenkend de overige twee terwijl hij, met moeite
Zijn evenwicht bewarend, mij filmt, witte vrouw
Half opgericht

Mij begroetend en dan mijn linkerhand door het
Vrije vlees en mijn rechter zachtjes duwend, de
Mond dan

Zodat de handen zijn billen vinden, mijn hoofd
Schuil onder het overhemd en in zijn vacht, dan
Mezelf en hem vastschroevend met

Open lippen, mijn benen keurig bij elkaar, mijn
Enige beweging het hoofd en dan hij langzaam
Achterovervallend

(heeft hij dat gefilmd?) zodat ik ook en dan mijn
Handen onder zijn hoofd heel lange armen makend
En dan langs zijn

Rug trekkend terug naar daar waar het begon, tussen
Zijn benen grommend, steeds meer ruimte makend
Tussen links en

Rechts en al die tijd dat witte lijf voor hem, hem
Optillend met mijn tong, behoedzaam meer makend
En dan een hand onder zijn

Gewicht, mezelf dan langzaam naar boven laten
Glijden en hem berijden daarbij alle zwaarte
Verplaatsend naar het lichtmakend hart

log van 20 juli 2011, getiteld “nergens dan hier
( in de 2e ronde van de Turing 2012)

hun inhoud

En al wat schuldig is zal ik voor je
Verzamelen: mijn mooiste zonde, het geluid
Van een traan, de luie geur van je zweet en
De dubbele bodem van de dood. Ik leef van je.

uit: Nic van Bruggen, Droef maar eerlijk liefdesgedicht

wie tot honderd telt is af

Vier vuilnisbakken verliezen hun inhoud als ik probeer
ondanks hun gerommel verstaanbaar een

publiek te vermaken dat langs kooien trekt waarin dichters
staan, niet gehinderd door hun beperkte omgeving,

vrijheid zit in het hoofd en dat soort verzen, en zonder
aanleiding de bezoekers huilen of opeens

veel groter worden dan hun vermaak. In de ochtend staan
alle bakken keurig overeind en de

straat is leeg maar wel hangen alle hekken open in het
sober gelid van de huizen hierachter. Iemand

heeft geroepen dat Jezus stinkt maar dat kan natuurlijk
een schrijver zijn geweest die

wakker geworden van wat lawaai plotseling de noodzaak
voelde zijn buren te trakteren op het Woord.

de knagende honger

54 van de 89 lapjes

 

de knagende honger

“Want innerlijke critici zijn langslapers. Ik ontdekte dit idee in het boek From Where You Dream (2005) van de Amerikaanse auteur Robert Olen Butler, dat gericht is op de beginnende romanschrijver, maar waar je als beginnende dichter ook veel aan hebt. Butler zegt dat we de eerste anderhalf uur na ons ontwaken nog te duf zijn om echt zelfkritiek te leveren. Deze vorm van halfbewustzijn is volgens hem perfect om te schrijven, omdat je op ideeën kunt komen die je, eenmaal echt wakker geworden, niet voor mogelijk hield.”

uit: ‘Zo word je een geweldige dichter’, Inspiratie en transpiratie, Ellen Deckwitz

de knagende honger

Hij had het tegen haar gezegd en al op de tweede dag,
gewoon omdat die dag eigenlijk al de

honderdste was, en zij had gezegd ‘ik ook maar dan
anders’ dus ben ik, en even kijkt hij op van

zijn wisselend scherm, de enige die het hem vertelde.
(Er is de huid die mist, ik zie nog

elke beweging, ik herhaal nog elke dag het woord). Wie
tot honderd telt is af. Het zwart van zijn

wereld licht op, het draait een kwartslag, het gonst, een
lege hand tilt haar, hij grijnst, hij houdt haar

in de lucht. Er is een reden voor deze schijnbeweging.
(Geef me jouw verstopplek en ik

kom tevoorschijn). Soms, zeg ik, is alleen de afmeting
een andere, soms alleen de betekenis.

Maar zonder voorbehoud toch? Ik vul zijn bord zonder
te vragen en duw zijn leven even opzij.

er was een heel veld dat ze plukte

Het is niet de dood die de dichter stil maakt maar de
afwezigheid van leven. Het missen van

haar kittige hakjes onder zorgvuldig afgestemde rokken,
het schuin vallen van haar zwarte dikke

lokken, het je even aankijken waarbij je niet weet of
het haar somberheid is of de jouwe, dat

terloopse moment van aanwezigheid zoals dat daar in
de velden lag, gisteren, gebroken. Wij

trokken voorbij, keerden haar de rug toe, aten onszelf
de knagende honger dicht. In de nacht

tilden wij haar kist in ons midden en lazen elkaar voor:
hoe we echt van haar hielden of hoe

het geluid van leven klonk alsof ze dat nu al vergeten
zou zijn: het ruisen, het tikken, het vallen.

 

(ter nagedachtenis aan Antoinette Sisto)

dat ze niet dacht dat

Zelfs de kamer waarin leek vreemd, ze vermeed hem of ze
legde haar armen leeg over de werktafel en

keek hoe lang ze waren, hoe wit op het zwart, ze kon zelfs
het raam aanraken zonder een heel wereldbeeld

te verstoren. Dan liep ze naar de volgende ruimte en mat
opnieuw: de bloemenbroek droeg

ze in groene laarzen, een man op straat had geroepen dat
ze die tenminste niet water hoefde te geven,

hij had het niet kunnen weten toch? Er was een heel veld
dat ze plukte en elke keer herinnerde ze zich.

Het was dezelfde handeling als bij het schrijven: minutieus
opstapelen van zogenaamde feiten die

als je beter keek niet veel om het lijf hadden dan haar eigen
flessenwit verschijnen op bepaalde tijden.

dat ze niet dacht dat

computerloos weekend, 89 vierkantjes

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑