Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Page 3 of 424

moeiteloos inhalen

Een schrijver plaatst zijn verhaal een tiental jaren voor ons,
hoewel het even lijkt of het gisteren was, de cijfers

vertrouwd en de gebeurtenis evenzeer. De uitgever verdedigt
de keuze door te stellen dat zo het onderwerp

altijd waar is, niet getoetst kan worden omdat het nog moet
gebeuren, en de schrijver uit zorgvuldigheid

handelt. Je kunt je afvragen hoe dat dan is bij je eigen dagboeken,
weet je dat ze gelezen gaan worden, gevonden

allereerst en ken je dan het effect? Aan een woord herken je je
eigen gedrag, de droom van toen, de stilte

waarin, het is net als die cijfers uit dat nog komende jaar, alles
valt samen in een herinnering die opgebouwd uit

eigen verzinsels mogelijk klopt maar misschien ook wel alleen
jezelf toebehoort, je verdedigt niets.

“om dichterbij de poëzie te komen”

“om dichterbij de poëzie te komen”

because poetry serves us so well!

(c) Helle van Aardeberg

zijn opsomming werd steeds luider

Onderweg de velden, kale akkers nog waarover een zilveren
laagje, een waas van vroegte en regen, een molen

in de verte, de rij knotwilgen langs de sloot, automobilisten
bij het stoplicht, scholieren met jassen los die

moeiteloos inhalen, geen gesprek verliezen, zich omdraaien
naar elkaar, terwijl dat

voorovergebogen figuurtje met de ogen toegeknepen foto’s
maakt en uitgeputte bewegingen, slingerend.

Dan de eerste rotonde, de tweede, afslaan naar rechts, oversteken,
een stukje lopen, zwarte hopen daar in het land,

vogels erboven, het hek open, een zwaaiende hand, bekers met
koffie. Het nieuwe schilderij aan zijn wand een

samenvatting van alles dat ik langs de weg trof maar met licht
nu, stroperig geel en dunne schaduwlijnen.

haar eigen stem

Op een bankje in de drukke winkelstraat ligt een vel papier op
zijn knieën en reciteert een man in geel regenpak met

rugtas tussen zijn benen ons en zichzelf de goede boodschap,
ik herhaal het als ik mijn rondes maak. Ik keek

op de keurig in blokletters geschreven melding, honderd zinnen
onder elkaar, ik passeerde hem tot

aanraken toe, dacht aan wat er in die rugtas zou zitten en of hij
kwaad kon, die man. Het regende niet meer.

Zijn opsomming werd steeds luider terwijl hij op het blad bleef
kijken, het had toch meer indruk gemaakt als

hij staande op de hoek bij de bloemenstal en de koffietent, met
armen wijd en uit zijn hoofd, stralend en

naar ons gericht, zijn waarheid declameerde, nu moest hij vooral
zichzelf overtuigen. ‘Wij zijn gered door God’,  zei hij.

alle clichés

Als ze gaat liggen, ze begint altijd op haar buik, haar koude
handen op haar bovenbenen die licht ruw aanvoelen

en zelfs wat grijs alsof ze niet melkwit zijn en zij ze kan zien,
en dan naar boven grijpen, een hand precies tussen

haar benen waar ze haar beschermen en warmhouden en de
ander net daarboven waar alles zachter en

voller aanvoelt, en zo vertrouwd met haarzelf in slaap valt,
vergeet ze voor een moment dat de plek naast

haar en op haar leeg is hoewel ze nog iets mompelt, droomt,
tot de gil die ze eerder op de dag al voelde komen

alles doorsnijdt, haar adem beneemt, haar handen kwijtmaakt
en alles dat ze zo zorgzaam behoedde en ze weet

dat het haar eigen stem is die bloed proeft uit de nacht en pas
in de ochtend weer rustig is en slikt.

helemaal in mij

Ben je alleen, vraagt hij en ruikt aan mijn haar, ik kan geen
antwoord verzinnen. Bij het opstaan en mij

formeel een hand geven had ik hetzelfde kunnen vragen of
het overbekende of alles goed was maar rechts

van hem zit zij en haar hand blijft om haar theeglas plakken
en ik had alle clichés willen vermijden dus

liet ik hen zitten en liep door naar achteren, bestelde mijn
ochtendkoffie en pakte de krant. Er was alleen

nog maar mijn rug, toevallig in de buurt van de toiletten. Hij
moest heel nodig blijkbaar. Bij het wetenschapskatern

dook hij opeens ergens tussen mijn hals en dat haar en vroeg
wat hij al wist. Het was maar heel even en ik kon

het net zo goed verzonnen hebben. Ik had de druppel gebruikt
die op de bodem van zijn flesje parfum lag.

kwaliteit van kunstgras

Het is een rare mix van wantrouwen enerzijds en goedgelovigheid
anderzijds dat zelfs de titel van dit schrijven illustreert.

Voor geen kleintje vervaard, neem ik toch het kassakoopje of de
hernieuwde samenstelling van een product, op

grootmoeders wijze bereid, lees ik het bijeengesprokkelde gesprek
met de heer K. alsof het de ultieme waarheid is,

verplaats me helemaal in hem, terwijl ik niets van wat een ijverige
vriend mij aandraagt in mijn huis wil, geen

enkele raad verdraag en zeker niet opvolg en ga ik onverdroten
verder met suggestieve samenvattingen mijnerzijds

die u dan weer op een nietsvermoedende morgen voor mijn leven
kunt aanzien. Wie weet verplaatst u zich wel

helemaal in mij, oma immers en bekend met de receptuur, en gelooft
u mij volledig al laat u het woord weg.

een voorwaarde tot beiden

een terrasjesdag

een voorwaarde tot beiden

Twee, drie maanden te vroeg hurken ze in de achtertuin, laten
de rook omhoog kringelen, de kinderen omlaag, het

plastic badje nog net niet uit de schuur maar wel de ballen, het
stepje, de schoonmoeder en de wiebelende tafel.

Het vlees ligt op het aanrecht klaar en met de achterdeur open
spelen ze de barbecue na waartoe de hele buurt

uitgenodigd wordt, even die warmte lijkt op innerlijke vrede,
met zichzelf en de rest. Als hij nu maar niet

vergeet de komkommer te schillen en de lampjes na te kijken,
zij haar zangrepertoire aanpast en de hond van

drie huizen verder zich gedraagt, kan het heel gezellig worden.
De gesprekken zijn er al, verbazing over

uitbottende knoppen, geur van mest, kwaliteit van kunstgras en
de slager op de hoek en het schaatsen van vorig jaar.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑