Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Auteur: alja (pagina 2 van 379)

een hechte verbintenis

Er zijn twee onderwerpen, meent hij, waarover ik
bij uitstek kan schrijven in plaats van

langdurig en bij herhaling ze te benoemen in een
gesprek en het zijn toevallig die thema’s

die hij liever vermijdt, of nee, hij gaat ze niet uit
de weg, ze bestaan heus, maar hij maakt er

iets anders van, eigenlijk hetzelfde als ik maar dan
niet met woorden. Als ik nu hier kijk naar

het beeldmateriaal, en hij daar blijft in mijn poëzie,
dan is dat een nieuwe gesprekskeuze, een

andere invalshoek, jaja. Ik vat het een beetje grimmig
samen, veel binnenrijm maar verder een

uitgezakt broddelwerkje, nou ja, zwijgt hij, je moet
natuurlijk wel je best doen hè

een ruimte voorbij mij

Voor het eerst heeft een kind meer bezit dan mij, een
grotere woning zoals die past bij een vast

contract, een hechte verbintenis, een hoog aantal jaren
in het vooruitzicht hopelijk. Het uitzicht

is op witte bloesem en schommelende kinderen, gelach
komt van buren die hoog op hun balkons zich

afschermen en het ruikt voorlopig naar een soppende
moeder die alle hoeken en gaten op haar

knieën en hoog reikend van voorjaar voorzag. In haar
lunchpauze strekt zij zich uit over de kale

vloer, duiven koeren op de vensterrand, de zomer is
in aantocht. Hij is nog steeds het kind dat

behoedzaam alle mogelijkheden bijeenbrengt, alleen
twijfelt nu aan de kleur van de muur.

een dier op aaihoogte

Soms zie ik je terug, een ruimte voorbij mij, een stoel
in de verte, ik moet mijn ogen dichtknijpen,

je bent twintig of zoiets, je haar is nog zwart en je hebt
als altijd hoofdpijn, je leunt tegen de zitting,

je hand aan de riem van je broek, de ander doelloos in
de vensterbank, zijn er ramen, kijk je

ooit deze kant op, ik zou zomaar naar je toe kunnen lopen,
ontdekken hoe oud ik ben, weten dat je

niet dezelfde bent, je missen, dierlijk missen en mezelf
daarbij, dan wend ik mijn hoofd af en leun

en zie in omgekeerde volgorde de stad tegemoet die jij
verlaat, er ligt een briefje op tafel, ik mag

gerust de hagelslag opmaken, nee geen hartje in de spiegel
en vergeet niet waarvoor je kwam.

onze kleine stappen

Het raam wordt steeds voller, de lucht raakt versnipperd
daarachter, kleine scherven van licht die

figuren maken uit mijn jeugd, beelden die ik elke keer
opnieuw kon tellen zodat ik rustig werd en niet

de houten bank voelde of de barse stem vanaf de kansel
maar de vrijheid van daarbuiten. Hier een

tuimelende vogel die bij me intrekt, een huilend kindje
dat mee wilt, een chauffeur die met

draaiende motor op me wacht, misschien toetert hij straks,
een bloemenjurkje over een deurknop, een

hartje in de koffie, een dier op aaihoogte, iets zeker weten;
daar de namen in goud, het raden van woorden,

pinksterbloemen in het weiland, dezelfde kleuren echter
en misschien ook wel hetzelfde geloof.

een wachtlijst

De plek naar de schoenendoos was beschreven, trap
op, links achter, rechts voor, misschien dat

er nu twee dozen stonden maar ze waren zeker te tillen,
pas op voor de losse vloerbedekking, de

plaatsen in het zwarte kastje liggen over de landsgrenzen,
een doolhof waarboven hij nu grijnst, sceptisch

over onze kleine stappen en radeloos turen in de verte,
teveel bagage op onze rug, de ene gier volgt

de andere, krassend over onze hoofden, er zijn bankjes
om uit te rusten maar ze staan

boven een ravijn, we verliezen schoen, moed en zicht,
aarzelend bij touwladder, kabelbaan en lift,

hebben geen juist entreebewijs, staan in de wachtrij voor
toegang en missen de grootste attractie.

 

(hoewel de site van Meander weer leesbaar is, is ze nog niet werkbaar)

de enige hemelvaart te A.

De staketsels rond de kerk steken nog in plastic tegen
de lucht, er moet natuurlijk betaald worden voor

een dergelijke attractie, en eerst moet nog gekeken of
de constructie degelijk is. Er is een wachtlijst

waarop zelfs de heer K. hoewel hij eigenlijk hoogtevrees
heeft, bij voorbaat heeft hij bezwaar tegen

aanwezigheid van kinderen onder de elf die vermoedelijk
gillend naar beneden gaan schreeuwen of plastic

zakken met chips gaan keilen en blikjes cola. Zo is het
ook met mij misschien: iets gaan doen waarvan

je niet per se weet hoe stabiel omgeving of bouwwerk is,
de treden hangen nog los en knarsen vervaarlijk,

toch slinger ik mezelf omhoog, beweer al iets te zien en
laat dan onderweg iets of iemand vallen.

fietsend door de lege bochten

‘Laat het lachen niet aan een ander over, het huilen
Ook niet; laat komen, tot slot, de stilte, de nacht, de droom, en
Laat daarin diegenen binnen die zochten, naar het licht.’

uit ‘Het vaderpaard’, Tsjêbbe Hettinga
Donderdagmorgen nemen wij afscheid van Rob de Vos.

de mate van doorzichtigheid

Alle obstakels vermijdend in de stad, de knoppen die
bijna uit elkaar barsten, de kleverige schil

aan de overvolle takken, bukkend voor het gewicht,
herinner ik me de droom waarop iedereen

bovenop de Grote Kerk stond en achter hen alleen de
lucht zichtbaar zodat het leek of

de enige hemelvaart te A. was, de meest zaligmakende
plaats op aarde nu. In groepjes keerde men

echter terug, als Goden die eindelijk menselijk, het
echte werk gingen doen maar dat dacht ik pas

fietsend door de lege bochten waarin alleen die bomen
de leegte illustreerden terwijl zij

vruchtdragend steeds dichter op het asfalt hingen en
mij nauwelijks lieten gaan. Ik was wakker.

dagelijks

Wie zijn angsten benoemt, verslaat ze dus de minutieuze
beschrijvingen van de spoken, het tijdstip

waarop ze verschenen, de mate van doorzichtigheid, hoe
ze opstegen en rondom zweefden, de adem

benamen, hoe ze giechelden of juist schreeuwden, alles
had de details van een nieuwsgierig kind,

de luisteraar de bezorgde ouder, het gesprek de voorwaarde
tot herstel, samen immers hieven ze het zwaard,

kliefden de witte massa tot flarden damp boven een groen
weiland, waarom dan lag elke keer alleen

hij met zijn neus onder de aarde, knepen de witte vlagen
zijn keel dicht, drukten ze dansend op zijn

altijd aanwezig lijf en werd hij nooit wakker met een moeder
die de lakens schikte en zong, het raam open?

om haar te herkennen

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑