een keuvelend gesprek
Alleen heel vroeg op straat groet men elkaar, dan is opeens de buurman van de hoek bereid zijn ogen op…
Alleen heel vroeg op straat groet men elkaar, dan is opeens de buurman van de hoek bereid zijn ogen op…
Ze vallen nu niet maar fluiten, kwinkeleren in de nog lege bomen, net voordat de regen valt en de wind…
De bomen staan eindelijk stil. De huizen aan de straat beneden gesloten nog, vogels de enigen die uit de lucht…
Op de moedige poging tegen de laatste windvlagen in het park te bereiken met daarin de gewenste ruimte voor kind…
Er bleef een jongetje staan in een plas vanmorgen, een regenpakje en laarsjes en een onverzettelijkheid die zijn moeder, verder…
Op een bankje in de drukke winkelstraat ligt een vel papier op zijn knieën en reciteert een man in geel…
Twee, drie maanden te vroeg hurken ze in de achtertuin, laten de rook omhoog kringelen, de kinderen omlaag, het plastic…
Vanuit de kant van het lijf gezucht, gekraak en gesteun, geen voorjaar maar laatste winterdagen of overwegingen van andere aard,…
We doen graag wat men niet doet, we hangen niet in de parken en bedelen niet om het eerste ijs…