De voeten verraden haar. De handen ook. Iets in haar trotse
houding, het onverzettelijke. Ze brengt de make-up

aan met stipjes die ze uitveegt, lichte zuchtjes die bijna omver
blazen, ogen op het spiegeltje, altijd onderweg

naar elders, anders. Haar willen aanstoten en zachtjes willen
zeggen dat ze andere schoenen moet kiezen,

haar willen geruststellen ook en behoeden voor de blikken
die haar kant op vallen, haar lichter te laten lopen,

leren hoe te dansen. De piercing in haar neus en bovenin de
wenkbrauw, het lijntje zwart, het speldje in

het haar, aan haar denken als kind, hoe ze in bomen hing en
sprong over muurtjes. Een foto naast het bed

van een filmster uit een voorbij jaar, ouders die zich ongerust
maken. Dat alles in een treincoupé op een stille ochtend.