De cursor een klein zwart vliegje dat we neer moeten slaan alvorens
de regel rolt en blijft staan en opeens zien we een

vogel uit de hals van de stofzuigerslang komen of een enorme kever
uit een spleet in de vloer, wakker schrikkend van

een flard uit een droom, herinneren we ons het lijk in of bovenop de
kast en hoe er gelachen werd als we opzij sprongen bij

een onverwachte knal, de deurbel, een flits in de lucht of gewoon als
we langs een groepje liepen en het net leek alsof ze

over ons spraken, wezen ze met hun vingers ons na of mochten we
er bij komen staan, een colonne gesloten voertuigen

of de paarden bij de uitgang van het station als een voetbalploeg uit
het zuiden langskwam en wij daar bijna onderdoor moesten

en wat zou er gebeuren als ze een stap achteruit deden, briesend en
zwaar, de nacht liggend op dit stukje licht uit de ochtend.