Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: april 2019 (page 1 of 4)

niet langer

We hadden monsters in bed, lijken onder de spijlen, stof waarin
sporen van gesleep met doorboorde harten, resten

van organen, bloederige overblijfsels, we bleven nachten wakker
van gefluit en geschreeuw, ranzige partijen met

smerige bijbedoelingen, we boden onderdak aan twijfelachtige
figuren, slapeloze zwervers of harteloze liefjes

of die ene dwalende grote figuur die onderweg zijn handen vouwde
en door de knieën ging en heel soms

droomden we over thuiskomen in het land achter de heuvels of
elders waar maar ruimte was en eten bovendien,

nooit eerder kregen we hier gezelschap van kleine kletsende voetjes,
mollige beentjes en piepkleine handjes die

met gemak in de onze passen of langewimperogen die sluiten tegen
onze wangen en warm ons vertrouwen.

niets sist

Nu we niet langer tegenover het park wonen waar in het water
de restanten van een koning of zijn feest, onder de

bomen zijn onderdanen of toevallige passanten, boven het platte
gras de wolkjes rook van te hard gestookte vuren waarin

worstjes uit hun vel springen en marshmallows zachte puddingen
worden en we geen begerenswaardige buurmannen

ontdekken die de rest van het jaar schuil bleven achter het hoofd
van het gezin of attributen waarover we slechts

ooit droomden, plastic reuze krokodillen, cd’s met ontuchtige
handelingen (al dan niet in combinatie met het

voorgaande), hamburgertorens, tasjes van een grootmoeder, het
picknickkleed uit de auto van mijn vader, slingbacks

met dat krokodillenhuidje, is de afstand die we altijd al voelden
opeens een voldongen en toch wat jammerlijk feit.

een spaaractie

De haast waarmee was jarenlang een gretigheid en koortsachtig
verlangen terwijl het nu steeds meer een bewijs

voert van bestaan, noodzaak, inzet en betekenis die alleen door
onszelf gegeven wordt en dus niet bestaand is.

Het maakt de zomer reeds voorbij, de lucht grauwer dan gisteren,
de handelingen stroever, stijver zelfs het

gevoel daarbij. Alsof iets stolt, afkoelt op het aanrecht en je met
je vinger nog even de hitte test en de veerkracht

en dan niet meer proeft maar het product in een plastic bakje duwt,
stapelt en vergeet terwijl op de wanden van

het doosje wasem verschijnt en lucht naar buiten moet. Morgen is
de inhoud slap, niets sist als je het deksel licht en

bezoekers schudden wellicht nee, uiteindelijk eet je zelf alles en
had je dat beter meteen kunnen doen.

de hemel was onbewoond

De medewerker noemt mij ‘onze’ en dan mijn naam, lid van
een familie dus, een vaag trots gebeuren alsof

ik nu zegeltjes krijg bij een spaaractie, korting in elk geval,
met een bus mee mag waarop in de zijflank de

naam van een firma die spoedige thuiskomst belooft, aan
avonturen denk ik niet. Het is een beetje

alsof ik nu pas kennismaak met de rest, voorgesteld zonder
een knikje te hoeven maken, en me opwerp om

voor elke reis de lunches te verzorgen of de pleisters beheer
die we op ons voorhoofd plakken zodra het dorp

in zicht is, ketchup als bloed en liggen op de bodem nadat
we gezongen hebben dat we nog lang niet, nog

lang niet, terwijl ik alleen maar met de chauffeur flirt en bedel
om te rijden en een verkeerde afslag te nemen.

tijd

In het stukje lucht dat overblijft tussen de volle boomtoppen
wisselt zich een zilveren vogel af met de zwarte,

terwijl de witten blijven krijsen op de besmeurde lantaarnpaal,
het licht is in de nacht blijven steken. Ook

daartussen de trotse pluimen van de bloeiende kastanje en ver
beneden de rode kerstkrans van de ene deur die

nog zichtbaar is, alsof de kijker, de lege-lucht-snoever, de
vogelteller, in verwarring gebracht moet en zich de

juiste tijd niet herinnert. Pas als er staande wordt gemeten hoeveel
ruimte er is en we de mooiste auto (een witte

Peugeot 504 met een wiel op een betonblokje) overhouden, weten
we een zomer waarop we in een rivier vaststonden,

dunne slangen schoten onder onze voeten door, bovenlijven waren
ontbloot en de hemel was onbewoond.

tijd

“Er zijn ogenblikken waarop ik, voor dit papier zittend, alleen nog maar merken kan dat ik nooit het wezenlikste zal opschrijven, omdat het te dichtbij en te levend is.”

E. du Perron

vaak was het een combinatie

Je zit aan het ontbijt en twijfelt aan nog een eitje of iets met roze
vlokjes erin, het is warm en dampt, er past dat

broodje bij dat verloren nog in een mandje ligt, je kunt ook gerust
nog wat van dat versgeperste sap inschenken dat

even later tussen het bloed van de tafel drupt en op de grond zich
vermengt tot een ongewenste verfkleur waarmee

overigens niets te kleuren valt. Je zou geen honger meer hebben
en sowieso geen moeite willen doen al die

metalen scherfjes uit het gerecht te plukken of de vingerkootjes
willen tellen die zomaar rechtop in

de traktaties staan, het was een enorm kabaal net nadat je je keuze
had gemaakt, je ging voor de

havervlokken en de geitenmelk, dat was per slot van rekening een
stuk gezonder, je dacht dat je nog heel wat tijd had.

ondertussen

Vaak was het een combinatie die mijn mamma maakte: een
zachtgeel of lichtblauw, een jasje bij een rokje, een vestje
bij een heel licht kriebelend truitje, het was

het feest waarbij in de deuropening een narcis werd uitgereikt
naast de warme hand van de voorganger of de, ook gele, plak
cake van de bakker op de hoek die blijkbaar bezorgde

in het bijgebouw naast de kerk waar plots alle kinderen in het
nieuw gestoken waren en de ouders van een zeldzame vrolijkheid
getuigden en stemmen, door elkaar, een

heel nieuw seizoen aankondigden. Dit was de overgang naar
een beter leven, een hernieuwd leven, een leven sowieso en
Hij had dat ons bezorgd en de zon, ook geel,

was getuige zoals al die geknakte bloemen, vochtig geworden
in de hand. Ze kwamen in een lege melkfles, net met hun kopjes
boven de hals en stonden nog drie dagen in de keuken.

tijdelijke bewoners

naar de Filistijnen! Reuring 20 april 2019 met de bezielende medewerking van
Arie van Egmond, Juan C. Tajes, Rik van Boeckel, Bert van Baar, PM Delèfre en de Filistijnen!

onze enige attractie

 

 

 

 

 

 

  

(ondertussen in de boomhut)

 

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑