Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: april 2018 (pagina 1 van 4)

wit gespikkeld en rood gezwollen

Bladeren gespreid als vingers, takken als armen,
overvol draagt zij het kleverig groen en

verbergt de vogels, zwart, de huizen, rood, de
harde geluiden, wit, de hemel, leeg. Onder

haar het natte gras en de restanten van ons verblijf
hier, logeerpartijen rond de stam, overleg

met de dieren, uitwisseling van geuren. Ze wuiven
langzaam mijn kant op. De kinderen spelen

in de huizen, regen in hun verlaten attributen, de
laarsjes, geel, uitgeschopt bij de achterdeur.

Rechte lijnen grijs die dwars door bloesem en
eigenwijze moeders lopen, licht geopend

als een paraplu die, roze, aan het hek hangt, hun
sigaret het offer naar boven, handen hoog.

iemand floot

Zoals je nog tegen de dode kat kunt praten of in jezelf,
de laatste meters naar huis de langste, je komt

heus een keer thuis. Er is slechts een enkele passagier
over, daar komt de fiets in beeld, geworpen

tegen het hek, de zes trappen waarboven de boomhut
steeds begeerlijker lijkt, de kastanjeboom

in bloei. Zoals je overlegt met de delen van je lijf die,
opnieuw wit gespikkeld en rood

gezwollen, in je bed rollen zonder nog iets te doen en
dromen van weilanden waarop of

kinderen nog klein, de kat leeft waarschijnlijk. Na een
uurtje bericht een van hen de vier kastanjebomen

in het parkje voor zijn nieuwe huis, het doet denken,
zegt hij, aan ons, weet je dat ze bloeien?

Hemelvaartsdag 2018 staan wij in Bierlokaal De Uiver, Lange Begijnestraat 10 (tegenover de Toneelschuur). Horeca met extra veel speciaalbier op de tap. De organisatie van de Haarlemse Dichtlijn en de barkeeper maakte speciaal voor mij een Dylan-playlist: 
“Alja Spaan, presenteert hier de dichters in een ambiance van de Nobelprijswinnaar Literatuur, Bob Dylan. Van de vroege Dylan tot recente Dylan en alle stijlculturen die in die jaren voorbij zijn gekomen… Zij past ook jouw werk moeiteloos in. Een parlando podium.”

normale routes

Wie geeft wie vrijaf? Geeft het hoofd instructies aan
de benen, het hart aan de rest van het lijf,

beweegt zij automatisch en is het nadenken slechts
formaliteit, een uitgelopen droom, is er

overleg waarna zij een kwartier langer blijft liggen en
het idee heeft uit te slapen, wie is die

strenge bewaker van ritme en regelmaat, de onzichtbare
minnaar in haar bed, de baas van haar ruimten,

wie voert de haan zodat hij kraait? Draaiend denkt zij
aan de wereld daarbuiten, op haar

buik aan de eerste zin, misschien hoe hij opstond en
haar alleen liet, de overige regels immers

bleven nog een moment in de warmte liggen, iemand
floot, haar voeten kantelden, de vloer werd bereikt.

in dezelfde beweging

De stad verdeelt zich door stippellijnen, krijtstrepen, vlaggen,
tenten die de ene straathoek met de andere omarmen,

halve pogingen tot aanleg van bar, open keuken, picknickplaats,
afgeschermde plashokken, normale routes, ingang

van mijn oude straat, de kabels elektriciteit van boom tot boom
en de stekker opnieuw in het stopcontact van

mijn oude buurman. Het zijn vooral de moeders die vierkante
centimeters bewaken alsof we nog onder de

Spanjaarden vechten, heringedeeld worden onder straffe hand
en uiteindelijk met veren en pek de nieuwkomer

verjagen. In de bomen hangen kleren, speeltjes voor het kind,
bungelend boven magnetrons, cassetterecorders,

rotan stoeltjes en het tafeltje van oma waarop de boeken van
vader met op het eerste blad een vergeten opdracht.

Het leven was nog nooit zo goed en goedkoop als daar: twee
oranje soezen bij het passeren van de wereld.

nuttige attracties

We moeten het allemaal nog maar zien, zegt ze en hoewel
ze op dezelfde plaats zit als altijd, naast mij,

hangt haar hoofdje dit keer tot bijna boven de tafelrand en
het kopje thee en knikt ze geen enkele keer ter

instemming bij al mijn woorden, kijkt ze me dus niet aan en
mompelt ze, ter afwisseling van dat alles,

voortdurend haar ongenoegen. Het is allemaal onzin, beweert
ze ook, of ‘ja, ja’ op de toon van mijn verongelijkte

moeder, en zelfs stelt ze dat het hele zootje van een dermate
slechte kwaliteit is dat ze het liefst voor altijd

daar, naast mij, blijft zitten. Ik omarm haar kleine gestalte na
afloop van het voorlezen en hijs haar

in dezelfde beweging omhoog en beaam dat het niet meevalt,
dat doet het tenslotte ook niet, ze knikt.

nuttige attracties

Terwijl het mij, destijds, in het absolutisme van mijn toestand, leek dat liefde niets met praktische inslag te maken had, sterker nog, er de tegenpool van was. En het feit dat liefde geringschatting toonde voor zulke banale overwegingen maakte deel uit van haar glorie. Liefde was vanuit haar wezen ontwrichtend, allesvernietigend, en was ze dat niet, dan was het geen liefde.

Julian Barnes, uit: The only story

precies passend

Hoewel ik nog roep dat ik schrijver ben en ergens ook
denk dat het hetzelfde is, moet ik vannacht voor

een commissie verschijnen die mij beoordeelt op kunst.
Tientallen formulieren moet ik invullen, er

zijn deadlines voor het inleveren van werk, de kinderen
helpen mij, plotseling zitten we in een

speelgoedtreintje dat langs nuttige attracties tuft en stap
ik uit bij een reuze ei dat naar de maan gaat,

erom heen ontbijtbordjes met diverse varianten van een
vroege maaltijd. Wakker moet ik opnieuw

uitleggen wat kunst voor me betekent, nu alleen voor
mezelf. Na jaren hoor ik de wekker en weet

zelfs eerst niet waar het hoge schrille gepiep vandaan
komt en of het iets met het ei te maken heeft.

een bekende beginnersfout

Dus ik schrijf het niet per se op in de volgorde waarin het is gebeurd. Ik denk dat het geheugen een andere vorm van authenticiteit heeft, en niet een mindere. Het geheugen zeeft en sorteert aan de hand van de eisen die er door degene die zich herinnert aan gesteld worden. Hebben wij toegang tot het algoritme van die prioriteiten? Waarschijnlijk niet. Maar ik vermoed dat het geheugen prioriteit geeft aan wat het meest van pas komt om degene die de herinneringen bij zich draagt overeind te houden.

Julian Barnes, uit: The only story

een bekende beginnersfout

De kleine brengt mij mijn eerste tafel terug: een korte, ooit
bijna witgeverfd grenen exemplaar waarvan de

zilveren ladeknop nog altijd een gelukspoppetje draagt, de
poten de nagels van een kat, het blad sporen

van een veertig jaar. Een aankoop voor mijn eerste kamer,
een weloverwogen besluit uit mijn jongvolwassen

zijn, precies passend tussen de hanenbalken van een ruimte
die maar net iets groter was en waarop ik,

zittend op het blad, met bungelende benen, in het straatje
onder mij de mensen telde en beschreef. Iets

dat natuurlijk zoveel kleiner lijkt nu: naar de wereld turend
alsof je haar zou begrijpen en

achteraf juist groter bleek: de afstand tussen mij en haar het
materiaal voor alle volgende jaren en plaatsen.

 


Alkmaar, 1979

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑