De wereld was heel ver weg, beneden, op het niveau van de illusies. Daar bleef ze een tijd zweven en zag toen ineens een gat in de stralende hemel. Zonder te aarzelen schoot ze als een pijl door die opening en kwam een lege donkere ruimte binnen, als het oneindige firmament in een nacht zonder maan. Dat was de absolute ruimte van al het goddelijke en van de dood, de ruimte waar de geest zelf oplost. Zij wás de leegte, zonder verlangens, zonder herinneringen. Er was niets meer te vrezen. Daar was ze, buiten de tijd

.
Isabel Allende, uit: La ciudad de las bestias,
vertaald door Rikkie Degenaar tot De Stad van de Wilde Goden