Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: bloemlezing derden (page 1 of 70)

veel lawaai makend

Nu nog hef ik een vlag en steek mijn armen in de lucht
en roep ‘Kameraad’. Maar zij was het die zich overgaf.
Want op het slagveld hoorde ik haar stamelend razen
met het accent van haar moeder, gore lettergrepen.

Liefde, sintels en schroot,
water en brood,
liefde, word wakker
en kom uit dat niets gewandeld
dat mij bevriest.
Nu nog

uit Nu nog, X, Hugo Claus, Gedichten 1948-1993/ opgenomen in de bloemlezing Je bent mijn liefste woord (Anne Vegter)

in het geheim

Waarom zien we je nooit ergens, zeggen ze tegen mij, wat begraaf je
jezelf daar in dat gat, zeggen ze, geen vrienden geen feestjes geen uitgaan
geen pleziertjes, kom eruit, begeef je eens onder de mensen, laat zien
dat je er bent, geef op zijn minst eens een teken van leven. Waar dan,
zegt hij tegen hen, sta om vijf uur ’s ochtends op
drink een glas koffie schrap en schrijf zes
of zeven regels en dan is de dag al om
en de avond valt om te schrappen.

Amos Oz, Waar ben ik
uit Dezelfde Zee (roman in verzen), vertaald uit het Hebreeuws door Hilde Pach

 

(gelezen 15/1 tot 27/2: Amos Oz, Dezelfde zee, Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis, Geir Gulliksen, Het verhaal van een huwelijk, Hendrik Groen, Leven en laten leven, Teun van de Keuken, De supermarktsurvivalgids, Mirjam van Hengel, Een knipperend ogenblik: portret van Remco Campert, Simon Carmiggelt, Ik lieg de waarheid: de beste Kronkels, Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin: memoires van een psychiater, Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza, Irvin D. Yalom, Nietzsches tranen, Evelien Gans, Jaap en Ischa Meijer: een joodse geschiedenis, Ischa Meijer: Brief aan mijn moeder, Jessica Meijer, Een blik jodenkoeken, Bert Natter, Goldberg, Bert Natter, Ze zulen denken dat we engelen zijn, Bert Natter, Begeerte heeft ons aangeraakt, Eva Hoeke, Als het maar niet op ons lijkt, Marcel van Roosmalen, Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt, Elizabeth Janse Howard, Bevrijding)

in het geheim

De snelheid waarmee ik lees en me niet herinner, de naam
van de schrijver, het jaar waarin zij vertrokken,

wat ik nu eigenlijk deed op die avonden in het waterhuis,
de een de gretigheid tegen het verspillen, het

ander de uitkomst van de hoeveelheid leven of gewoon het
aantal jaren dat. Heel even soms tilt

het hoofd zich op en denkt na, herhaalt een zin of twee, kijkt
naar de foto op de omslag, bekijkt nadrukkelijk

de titel, bladert terug naar de kleine inhoudsopgave of het
voorwoord, om dan weer terug te keren naar

dat verhaal. De stilte is een voorwaarde tot beiden. Net zoals
het schrijven in die vroege ochtend, is het lezen

voorbehouden tot bepaalde uren: de avond krult zich lang
door de pagina’s in mijn schoot en hart.

zo’n verzinsel zoals ik mezelf dat geef

dat gij, ofschoon alles veranderd scheen,
dezelfde zijt, dat ge niet kunt verkleinen
binnen de eenmaal vastgestelde lijnen,
waaruit alleen de achtergrond verdween.
Over de hongervlakte van de tijd
roteert de verte om een oud profijt.

Gerrit Achterberg, uit Potentieel
(Voorbij de laatste stad)

2018 jaaroverzicht

dat een voormalige dichteres des vaderlands
net doet of het stellen van vragen poëzie is
en dat kunstje ook eindeloos herhaalt als ze optreedt

dat de poule des doods lekker aangevuld is dit jaar
ja dat krijg je er van als je over lijken gaat
en dat al die gortdroge jaaroverzichten mij de keel uithangen

dat dichters wel 88 teentjes hebben waarop je kunt trappen
dat ik het nog steeds erg leuk vind om op 88 teentjes te trappen

dat die protestants gristelijke zedenpreekster met die rare ogen
zeker niet de slimste mens was

dat je alles wel poëzie kunt noemen
als je er maar vragen bij stelt

dat Alja Spaan de meest indrukwekkende bundel schreef in 2018
over dat niets – onontkoombare existentiële niets
dat er ook met niets te leven valt

dat we 2018 nemen zoals het is
en het verlaten
maar nooit verlaten van wat was

(c) pom wolff

tien minuten voor aanvang

Hetzelfde liedje als elke morgen.
Als elke dag die zo begint.
Die zich vandaag noemt. Trek
de gordijnen weg en kijk. Daar staat hij. Breekt
zodra je hem in het gezicht ziet.
Breekt in je ogen.

Open een deur. Waarheen?
Zet stappen. Sta buiten. Herhaal dit.
Herhaal dit en zwijg.
En wacht.

Dit alles zal niet duren. Zelfs het zwijgen
duurt niet. Het eindigt.
Een ogenblik.
Eindigt.

Daarna is er niets meer
dat zwijgt. Geen dag die nog breekt.

Joop Scholten, (1942-2018)
Als elke dag uit de bundel Voor de dag van morgen,
Gedichtenwisseling Joop Scholten/Frans Terken

uit mijn voorwoord (november 2016):
‘de reis delend wordt het verlangen en het heimwee tot een zoete melodie die voor ons allen hoorbaar is. Nog even en we fluiten het wijsje mee.’

Vanmiddag begraven we Joop. Hij overleed 21 december jl.

tot hij weer bij zichzelf uitkwam

Neem nooit een dichter, m’n dochter.
Zo een met een dichterskop,
zo eentje met lange haren,
zo een op een zolderkamer,
zo een wordt er ook met de jaren
niet monogamer op….

Wat jij in hem liefhebt, dochter,
staat al in zijn bundeltje Donkere sneeuw.
Daarin staat al het verhevene.
De rest krijg je ’s morgens bij zevenen
thuis. Als een meeuw.

Neem liever de kruidenier, dochter.
Want alle tederheid die bij hem
uitstijgt boven de kersenjam
en boven de kleine zakjes blauw,
dochter, is altijd voor jou.

Annie M.G. Schmidt, Raad,
uit Weer of geen weer 1954 en meer

zonder de illusie of zekerheid

We kunnen het wel lang maken, wel blijven
praten tegen elkaar en tegen de tijd, maar

geen enkel verhaal is dat ene, waarin we
ergens vandaan gingen en ergens aankwamen.

Laat ons eens praten over de dingen waarover
we dat niet konden en nooit zullen kunnen:

we hebben het huis verlaten, en keren terug,
maar onderweg groeit het gras de weg dicht.

En ook zo is het niet, ook dit verhaal doodt
de tijd niet, er is een ander verhaal,

maar dat is oneindig veel korter.

Rutger Kopland, Het verhaal over deze weg kan kort zijn,
uit Geduldig gereedschap.

het zorgvuldig en zacht bijeenrapen

“dat we niet meer lichtvaardig over het niets zullen schrijven. dat was de wens in een van de gedichten van alja spaan”

 

Ze schrijft

Ze verlengt de slaap met haar schrijven
maniakaal, elke dag, in veertien regels
waarin tijd nog niet tikt als een klok

Ze vindt de woorden die vooruitlopen
op de sprakeloosheid, als een vertaler
die de zinnen van haar lippen zingt

De beelden bewegen nog warm en zacht
als tussen de lakens, dicht op haar lijf
en dansend op haar eerste ademhaling

Ze hoeft het niet te lezen wat er staat
de taal zal haar voldoende bodem geven
en ze ontwaakt met de titel voor morgen

(c) Marten Janse, voor Alja Spaan, 25 oktober 2018

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑