Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: bloemlezing derden (page 1 of 70)

een lichte trilling

Je mag best ook, zei hij nog, een beetje reclame maken voor jezelf.
Ik neeg tot overgeven, van alles eigenlijk maar

vooral door een snotterig virus dat uit de kindermondjes steeg, nam
kleine slokjes water maar stond gewoon

iedereen te verkopen: als zij, er zaten een zestig vrouwen voor me
te knikken en twee mannen waren mee, dit boek

en dit, hooghoudend, zouden lezen, kwam alles weer goed. Het leek
sterk op de verhalen die mijn zusje en ik aan

de etenstafel verzonnen, alles om onze mamma op te vrolijken. De
kracht van literatuur, hoorde ik mezelf nog zeggen,

en vrouwenlevens elders en heus, wees ik naar die twee heren, u kunt
meegenieten. De leider van de club ging

na afloop zoenen, niet doen wilde ik nog roepen, en legde een enorm
boeket in mijn fietsmand. Dat gaf ik water terwijl ik sliep.

niet teveel maar op de juiste momenten

Mevrouw, u zou me zeer aan u verplichten
Als u mijn innerlijk erbuiten liet

Wat denkt u – dat q.q. men in gedichten
Maar uitpakt over liefde en verdriet?
Ik heb diverse apen in mijn mouw

Tevoorschijn komen zullen deze niet
Daar ik het geenszins als mijn taak beschouw
Mezelf als expositie in te richten
U leest me, maar ik ken u niet, mevrouw

Drs. P., uit Heilzame Jeugdlectuur

iedereen wilde hetzelfde

Hij legde het gedicht in haar stoel en vertrok. Het was in de tijd
dat ze weinig las behalve haar eigen woorden en ze

begreep niets van het werk. Ze kende de naam niet, ze voelde
alleen een loodzware betekenis en trok haar

conclusies. Ze zagen elkaar daarna zeker twee weken niet meer.
Als je jong bent duren twee weken lang. Nu

zou ze de dagen niet meer tellen, meteen alle bundels van die
dichter in huis halen, op zoek gaan naar de verschillen

in haar eigen werk, en hem terugschrijven. Op papier was alles
duidelijker, zwaarder ook. Er zat geen

sprongetje in de afstand tussen hen, geen muziekje dat hinderlijk
in je oren bleef, geen klamme hand die

de hare hield en toch zei het alles: ze haalde hem terug. Ze dacht
toen nog dat liefde in de regels lag.

veel lawaai makend

Nu nog hef ik een vlag en steek mijn armen in de lucht
en roep ‘Kameraad’. Maar zij was het die zich overgaf.
Want op het slagveld hoorde ik haar stamelend razen
met het accent van haar moeder, gore lettergrepen.

Liefde, sintels en schroot,
water en brood,
liefde, word wakker
en kom uit dat niets gewandeld
dat mij bevriest.
Nu nog

uit Nu nog, X, Hugo Claus, Gedichten 1948-1993/ opgenomen in de bloemlezing Je bent mijn liefste woord (Anne Vegter)

in het geheim

Waarom zien we je nooit ergens, zeggen ze tegen mij, wat begraaf je
jezelf daar in dat gat, zeggen ze, geen vrienden geen feestjes geen uitgaan
geen pleziertjes, kom eruit, begeef je eens onder de mensen, laat zien
dat je er bent, geef op zijn minst eens een teken van leven. Waar dan,
zegt hij tegen hen, sta om vijf uur ’s ochtends op
drink een glas koffie schrap en schrijf zes
of zeven regels en dan is de dag al om
en de avond valt om te schrappen.

Amos Oz, Waar ben ik
uit Dezelfde Zee (roman in verzen), vertaald uit het Hebreeuws door Hilde Pach

 

(gelezen 15/1 tot 27/2: Amos Oz, Dezelfde zee, Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis, Geir Gulliksen, Het verhaal van een huwelijk, Hendrik Groen, Leven en laten leven, Teun van de Keuken, De supermarktsurvivalgids, Mirjam van Hengel, Een knipperend ogenblik: portret van Remco Campert, Simon Carmiggelt, Ik lieg de waarheid: de beste Kronkels, Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin: memoires van een psychiater, Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza, Irvin D. Yalom, Nietzsches tranen, Evelien Gans, Jaap en Ischa Meijer: een joodse geschiedenis, Ischa Meijer: Brief aan mijn moeder, Jessica Meijer, Een blik jodenkoeken, Bert Natter, Goldberg, Bert Natter, Ze zulen denken dat we engelen zijn, Bert Natter, Begeerte heeft ons aangeraakt, Eva Hoeke, Als het maar niet op ons lijkt, Marcel van Roosmalen, Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt, Elizabeth Janse Howard, Bevrijding)

in het geheim

De snelheid waarmee ik lees en me niet herinner, de naam
van de schrijver, het jaar waarin zij vertrokken,

wat ik nu eigenlijk deed op die avonden in het waterhuis,
de een de gretigheid tegen het verspillen, het

ander de uitkomst van de hoeveelheid leven of gewoon het
aantal jaren dat. Heel even soms tilt

het hoofd zich op en denkt na, herhaalt een zin of twee, kijkt
naar de foto op de omslag, bekijkt nadrukkelijk

de titel, bladert terug naar de kleine inhoudsopgave of het
voorwoord, om dan weer terug te keren naar

dat verhaal. De stilte is een voorwaarde tot beiden. Net zoals
het schrijven in die vroege ochtend, is het lezen

voorbehouden tot bepaalde uren: de avond krult zich lang
door de pagina’s in mijn schoot en hart.

zo’n verzinsel zoals ik mezelf dat geef

dat gij, ofschoon alles veranderd scheen,
dezelfde zijt, dat ge niet kunt verkleinen
binnen de eenmaal vastgestelde lijnen,
waaruit alleen de achtergrond verdween.
Over de hongervlakte van de tijd
roteert de verte om een oud profijt.

Gerrit Achterberg, uit Potentieel
(Voorbij de laatste stad)

2018 jaaroverzicht

dat een voormalige dichteres des vaderlands
net doet of het stellen van vragen poëzie is
en dat kunstje ook eindeloos herhaalt als ze optreedt

dat de poule des doods lekker aangevuld is dit jaar
ja dat krijg je er van als je over lijken gaat
en dat al die gortdroge jaaroverzichten mij de keel uithangen

dat dichters wel 88 teentjes hebben waarop je kunt trappen
dat ik het nog steeds erg leuk vind om op 88 teentjes te trappen

dat die protestants gristelijke zedenpreekster met die rare ogen
zeker niet de slimste mens was

dat je alles wel poëzie kunt noemen
als je er maar vragen bij stelt

dat Alja Spaan de meest indrukwekkende bundel schreef in 2018
over dat niets – onontkoombare existentiële niets
dat er ook met niets te leven valt

dat we 2018 nemen zoals het is
en het verlaten
maar nooit verlaten van wat was

(c) pom wolff

tien minuten voor aanvang

Hetzelfde liedje als elke morgen.
Als elke dag die zo begint.
Die zich vandaag noemt. Trek
de gordijnen weg en kijk. Daar staat hij. Breekt
zodra je hem in het gezicht ziet.
Breekt in je ogen.

Open een deur. Waarheen?
Zet stappen. Sta buiten. Herhaal dit.
Herhaal dit en zwijg.
En wacht.

Dit alles zal niet duren. Zelfs het zwijgen
duurt niet. Het eindigt.
Een ogenblik.
Eindigt.

Daarna is er niets meer
dat zwijgt. Geen dag die nog breekt.

Joop Scholten, (1942-2018)
Als elke dag uit de bundel Voor de dag van morgen,
Gedichtenwisseling Joop Scholten/Frans Terken

uit mijn voorwoord (november 2016):
‘de reis delend wordt het verlangen en het heimwee tot een zoete melodie die voor ons allen hoorbaar is. Nog even en we fluiten het wijsje mee.’

Vanmiddag begraven we Joop. Hij overleed 21 december jl.

tot hij weer bij zichzelf uitkwam

Neem nooit een dichter, m’n dochter.
Zo een met een dichterskop,
zo eentje met lange haren,
zo een op een zolderkamer,
zo een wordt er ook met de jaren
niet monogamer op….

Wat jij in hem liefhebt, dochter,
staat al in zijn bundeltje Donkere sneeuw.
Daarin staat al het verhevene.
De rest krijg je ’s morgens bij zevenen
thuis. Als een meeuw.

Neem liever de kruidenier, dochter.
Want alle tederheid die bij hem
uitstijgt boven de kersenjam
en boven de kleine zakjes blauw,
dochter, is altijd voor jou.

Annie M.G. Schmidt, Raad,
uit Weer of geen weer 1954 en meer

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑