Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: proza

op de snoodaard na

De bomen staan eindelijk stil. De huizen aan de straat beneden
gesloten nog, vogels de enigen die uit de lucht

vallen, dwars door de lijn die het ruim verdeelt in licht- en veel
donkerder blauw. Iets aarzelt zich te noemen. Dit

is het begin van het leven, er ligt niets achter ons, er is niets
voor ons, zo herhaalde de schrijver zich wiens

werk wiebelend op mijn schoot belandde. Hijzelf zat achter me
en legde de handen om mijn keel. Dat ik het

niet zou vergeten, dat van dat niets. Behalve dat blauw is er het
wit van de meeuwen, het geel van een

duikelend koolmeesje, de kraaien blijven zwart en strijken neer
op de waslijnen, er is nog een oranje hesje dat

weg probeert te komen, een vuilniszak opengescheurd midden
op de weg, de inhoud een vergeten boodschap.

in het geheim

De snelheid waarmee ik lees en me niet herinner, de naam
van de schrijver, het jaar waarin zij vertrokken,

wat ik nu eigenlijk deed op die avonden in het waterhuis,
de een de gretigheid tegen het verspillen, het

ander de uitkomst van de hoeveelheid leven of gewoon het
aantal jaren dat. Heel even soms tilt

het hoofd zich op en denkt na, herhaalt een zin of twee, kijkt
naar de foto op de omslag, bekijkt nadrukkelijk

de titel, bladert terug naar de kleine inhoudsopgave of het
voorwoord, om dan weer terug te keren naar

dat verhaal. De stilte is een voorwaarde tot beiden. Net zoals
het schrijven in die vroege ochtend, is het lezen

voorbehouden tot bepaalde uren: de avond krult zich lang
door de pagina’s in mijn schoot en hart.

diepteonderzoek

Hij was nu beslist ergens anders. Hij kon niet zeggen of hij nog zweefde of zat. Het kwam hem voor dat hij onderweg was naar iets en ergens moest aankomen. Er streken flarden lucht tegen hem aan, er waren ijle witte wolken, er hingen pluimen rook. Ergens heel diep van binnen kwam de gedachte dat hij iemand moest waarschuwen, dat hij zijn moeder moest zeggen waar hij naar toe ging, dat er een bezorgdheid zou zijn als hij niet vertelde dat hij op tijd terug zou zijn. Ze zou de aardappels over de tafel gooien en doen alsof de mand gescheurd was. Ze zou opstaan en langer zijn dan ooit, het lijf angstaanjagend wit, de haren los, en het vel pakken van zijn arm en dan dat tussen twee vingers draaien.

uit hoofdstuk 3, Bestsellers (werktitel)
het manuscript gaat vandaag naar de uitgever

 

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑