“Ik zie wat u van mij denkt”, zei hij somber. “Ik zal morgen in uw dagboek een slechte indruk maken.”
“Mijn dagboek?”
“Ja, ik weet precies wat u zult schrijven: ‘Vrijdag naar de Benedenzalen geweest. Droeg mijn jurk van gebloemde mousseline met blauwe garnering, effen zwarte schoenen, zag er bijzonder goed uit, maar werd op een vreemde manier lastig gevallen door een rare, zonderlinge man, die erop stond met mij te dansen en mij in verlegenheid bracht met zijn onzin.”
“Werkelijk, zoiets zou ik niet schrijven.”
“Zal ik u zeggen wat u behoort te schrijven?”
“Als u wilt.”
“Ik heb met een bijzonder aardige jongeman gedanst, geïntroduceerd door meneer King. Heb veel met hem gepraat. Lijkt een uiterst geniaal man. Hoop hem beter te leren kennen. Dàt, mevrouw, is wat ik graag wil dat u schrijft.””
“Maar misschien houd ik helemaal geen dagboek bij.”
“Misschien zit u helemaal niet in deze zaal en zit ik niet bij u. dat zijn zaken waaraan net zozeer kan worden getwijfeld. Geen dagboek! Hoe kunnen uw afwezige nichtjes het verloop van uw verblijf in Bath begrijpen als u geen dagboek bijhoudt? Hoe kunnen de beleefdheden en complimenten van elke dag naar behoren worden verteld als ze niet elke avond in een dagboek worden opgetekend? Hoe kunnen uw verschillende japonnen voor de vergetelheid worden behoed en de specifieke staat van uw teint en de krul van uw haar in al hun verscheidenheid beschreven worden als u niet voortdurend uw toevlucht kunt nemen tot een dagboek? Mijn lieve mevrouw, ik ben minder onwetend ten aanzien van de gewoonten van jongedames dan u wenst te geloven. Het is dat verrukkelijke gebruik van het schrijven in een dagboek dat zo sterk bijdraagt aan de ontwikkeling van die ongedwongen schrijfstijl waarvoor dames in het algemeen worden geprezen. Iedereen erkent dat het talent voor het schrijven van plezierige brieven typisch vrouwelijk is. De natuur mag daar een rol in spelen, maar ik ben ervan overtuigd dat ze daarbij wezenlijk geholpen wordt door de gewoon een dagboek bij te houden.”
‘Ik heb mij wel eens afgevraagd”, zei Catherine aarzelend, “of dames zoveel betere brieven schrijven dan heren! Dat wil zeggen, ik denk niet dat de superioriteit altijd aan onze kant heeft gelegen.”
“In zoverre ik in de gelegenheid ben geweest om dit te beoordelen, lijkt mij dat de gebruikelijke stijl van het schrijven van brieven onder vrouwen volmaakt is, behalve op drie punten.”
“En welke zijn dat?”
“Een algemeen gebrek aan onderwerp, een totale verwaarlozing van de punt en een regelmatig ontbreken van grammaticale kennis.”
Jane Austen, uit Northanger Abbey, vertaald uit het Engels door Sophie Brinkman, Maarten Spierdijk, 1997 Boekwerk
Reacties door alja
vaak ongewild
dank Frank
het verkeerde perkje
bij alles dat W. vertelt, zegt hij 'maak daar maar ...
hoe lief tegelijkertijd
dank Leonore
de 2e column voor de site van Pom Wolff
Hij is er nog, speelt piano en leest! Dank voor ...
mijn veiligheid
ik houd in alle opzichten meer van het suggestieve, x