Met mijn ogen dicht leun ik tegen de lage
Nieuw bestreken wanden, de vage streken
Later op mijn jas

Bepalen mijn aanwezigheid, met mijn handen
Gevouwen probeer ik de juiste plek te vinden
Voor alle andere rituelen

Zo ga ik van kamer naar kamer en trek mijn
Jas niet uit, zo vertrek ik weer, storm langs
De molens, schapen

In het gras, loslopende honden op het pad
Om dan thuis de hoge witte wanden te bevoelen
En de ruimte in te ademen

Die pad noch wind, herkomst noch toekomst
Me gaf, ik moet de vensters openen, mezelf
Maar andermaal ben ik

Pelgrim die zeven rondjes loopt om haar kerk

 

 

 

k