Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: september 2017 (pagina 1 van 5)

de grote-mensen-wereld

In de nacht til ik mijn jongste uit dit geopende raam, ik
zie zijn verschoten te grote broek, het grijze

lievelingsshirt, het gezichtje nog zonder bril, de ogen zo
onbegrijpelijk groot, en leg hem op de rode

bank die dwars in ons waterhuis staat. Hij vertelt hoe er
afgesproken is te betalen voor elke keer dat

er ruzie is, zijn zusje knikt, spelend verderop, en ik gil
dat er helemaal geen ruzie hoeft te zijn en ik

hoor mezelf en dan verzint hij een verhaal om mij af te
leiden, zoals hij dat altijd deed, hij zegt

dat ze, en hij wacht even, hem in elkaar hebben geschopt,
maar zijn ongeschonden lijfje is dat van

een vredestichter en er is helemaal niets gebeurd dus trek
ik hem bovenop me en slaap en droom over niets.

haar mond vormt geluk

Amsterdam, 29 september 2017
het Nederlands Dagboekarchief is van de Oudezijds Achterburgwal (te gast bij het Meertens Instituut) verhuisd naar de Cruquiusweg (IISG)

haar mond vormt geluk

Lang zeg je dat je voor iets anders komt, je neemt ook
een andere route, het is nog vroeg, damp

hangt boven de beelden, je komt tussen glas en staal
en vriendelijk pratende vrouwen, er is

chocolade, een stroopwafel, je ontdekt drie bootjes in
het watertje voorbij het raam, misschien

begint het daarmee, je doet je werk, je verplaatst je in
een ander, je ziet pas weer je omgeving als

je door de bomen een pad neemt dat je bijna bukken
doet, dan zie je hoe je daar een keer liep,

hij hield je hand, je zou zo verdwalen, dit was de echte
en grote-mensen-wereld. Dan weet je dat

je eigenlijk nog altijd voor hem komt, dat je alles herkent,
dat het nog steeds dezelfde weg is en te laat.

 

haar ondergronds systeem

Alleen de ogen en het begin van zijn neusje lopen mee
met de tafelrand, die en daar zeggend, wat

haartjes dansen en de handjes schuiven mee, behoedzaam,
dan opeens verdwijnt hij weer uit het zicht,

het gemurmel houdt aan, stralend want nu met hele neus
en mond open komt hij vanonder tafel vandaan

en toont mij het boekje waar geit en kip, kind en trekker,
haasje in de verte, nu de favorieten zijn, daarbij

klimt hij over zijn mamma heen, kust haar en passant,
pakt een kruimel rijstwafel die toevalligerwijs

onder zijn blote voeten ligt, vindt een sok, zijn beker
en maakt muziek met een lepel en het wiel

van zijn wagen, ik zing. Jij verzon mijn woorden vroeger,
zegt de mamma van nu, haar mond vormt geluk.

een kluwen van bewegende delen

een kluwen van bewegende delen

Stichting Niko was de enige die reageerde op mijn herhaaldelijk rondschrijven over het voorleesproject voor ouderen, initiatief van Reuring. Na 35 jaar was ik terug op de plek waar ik als secretaresse oa alle directeuren van de verzorgingshuizen in deze gemeente van notulen voorzag. Het voorleesproject gaat in oktober van start, ook gaan we meedoen aan het Dag-en Dauwgebeuren.

een kluwen van bewegende delen

Er is zoveel afstand tussen theorie en praktijk, in huis en
buitenshuis, mijn mails en het dagelijks verkeer,

mijn presentatie en mijn lijf op zich hoewel dat laatste
voor mij een en hetzelfde is, ze moest me

zien kortom alvorens de strekking uit mijn woorden te
begrijpen en ik weet nu hoeveel er mij niet

lezen: de woonconsulent die altijd meedenkt over omgeving
en genot maar niets hoort over je buurman,

de vuilniscentrale die zo trots is op haar ondergronds systeem
maar nooit het afval door de straat ziet vliegen,

de stad die zo veel van cultuur houdt maar zich nog altijd
distantieert van haar dragers, in beider zin, en

de ontvanger van de kaartjes waarop een omcirkelde A lang
voldoende was om in ieder geval de postbode te sturen.

met gespeelde triomf

Ik herinner mij het ingesloten slapen, benen en armen
om mij heen, haren in ogen, monden op

oren, kinderlijfjes in verschillende lengtes naast me en
een op het voeteneind en in de verte het

gezoem van de wekker, schoolgeluiden reeds in de steeg,
dan een kluwen van bewegende delen, een

even rekken nog en mijn stem die onafgebroken fleemt
en vermaant, aanspoort en beschermt,

kleren door de lucht en armen en benen en broodjes en
bekers en tasjes totdat het allemaal op mijn fiets

plaatsneemt en ik daartussen en we duwend en zuchtend
en maar één kind zingend tussen alle

anderen lopend de vrolijke juf bereiken die met weids
armgebaar ons en de nieuwe dag welkom heet.

zwarte kraaien die uit hemdsmouwen vliegen

Waar vroeger laaghartig gekropen werd om het huis,
verscholen tussen de dichte bladeren van

zodat alleen geritsel iets verried, voeten opgeschrikt
door klamme en ongewenste omhelzingen,

plotselinge moordpartijen en gilletjes tot over de weg
die als enig lint kleurloos wapperde, de

bijlen klaar tegen de stam, na uren kriebelende nazaten
op intieme delen als te vroeg afgehakte

ledematen, wacht nu een enkel exemplaar met gespeelde
triomf hoog tegen het venster, bijna

roerloos en vals afwachtend tot ik tuimel uit het raam en
voor doe hoe te ontkomen, te bewegen weer

en nieuwe vrienden te maken, een kale grasspriet wenkt,
een schril gekras trekt over de hoofden.

als een vergeten jurkje

De dichter brengt me mijn moeder maar ook de mist die een
dag later dicht om de torens hier hangt, een

enkel beest blatend in een nabije verte, zwarte kraaien die uit
hemdsmouwen vliegen, de leegte van

dit schrijverschap, een bekentenis, hij lacht er een beetje bij,
het is zomer opeens weer, er

zijn nauwelijks bezoekers, klaterende keukengeluiden en een
kind dat speelt in de gang, gierende stadsgeluiden en

dichterbij het verspeelde heitelân, een uitzicht dat zich door
mijn ramen wisselt als het wit in slierten wegtrekt, daar

de ruimte, het zwart van haar aarde, de rozen tegen het huis,
het uitgestrekte wasgoed over het tere groen,

daar de doden, niet nagekomen beloften, gaten in een leeg
vertrek, haar koffer met bovenop het boek van goud.

Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑