Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: februari 2019 (page 1 of 4)

een voorwaarde tot beiden

een terrasjesdag

een voorwaarde tot beiden

Twee, drie maanden te vroeg hurken ze in de achtertuin, laten
de rook omhoog kringelen, de kinderen omlaag, het

plastic badje nog net niet uit de schuur maar wel de ballen, het
stepje, de schoonmoeder en de wiebelende tafel.

Het vlees ligt op het aanrecht klaar en met de achterdeur open
spelen ze de barbecue na waartoe de hele buurt

uitgenodigd wordt, even die warmte lijkt op innerlijke vrede,
met zichzelf en de rest. Als hij nu maar niet

vergeet de komkommer te schillen en de lampjes na te kijken,
zij haar zangrepertoire aanpast en de hond van

drie huizen verder zich gedraagt, kan het heel gezellig worden.
De gesprekken zijn er al, verbazing over

uitbottende knoppen, geur van mest, kwaliteit van kunstgras en
de slager op de hoek en het schaatsen van vorig jaar.

in het geheim

Waarom zien we je nooit ergens, zeggen ze tegen mij, wat begraaf je
jezelf daar in dat gat, zeggen ze, geen vrienden geen feestjes geen uitgaan
geen pleziertjes, kom eruit, begeef je eens onder de mensen, laat zien
dat je er bent, geef op zijn minst eens een teken van leven. Waar dan,
zegt hij tegen hen, sta om vijf uur ’s ochtends op
drink een glas koffie schrap en schrijf zes
of zeven regels en dan is de dag al om
en de avond valt om te schrappen.

Amos Oz, Waar ben ik
uit Dezelfde Zee (roman in verzen), vertaald uit het Hebreeuws door Hilde Pach

 

(gelezen 15/1 tot 27/2: Amos Oz, Dezelfde zee, Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis, Geir Gulliksen, Het verhaal van een huwelijk, Hendrik Groen, Leven en laten leven, Teun van de Keuken, De supermarktsurvivalgids, Mirjam van Hengel, Een knipperend ogenblik: portret van Remco Campert, Simon Carmiggelt, Ik lieg de waarheid: de beste Kronkels, Irvin D. Yalom, Dicht bij het einde, terug naar het begin: memoires van een psychiater, Irvin D. Yalom, Het raadsel Spinoza, Irvin D. Yalom, Nietzsches tranen, Evelien Gans, Jaap en Ischa Meijer: een joodse geschiedenis, Ischa Meijer: Brief aan mijn moeder, Jessica Meijer, Een blik jodenkoeken, Bert Natter, Goldberg, Bert Natter, Ze zulen denken dat we engelen zijn, Bert Natter, Begeerte heeft ons aangeraakt, Eva Hoeke, Als het maar niet op ons lijkt, Marcel van Roosmalen, Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt, Elizabeth Janse Howard, Bevrijding)

in het geheim

De snelheid waarmee ik lees en me niet herinner, de naam
van de schrijver, het jaar waarin zij vertrokken,

wat ik nu eigenlijk deed op die avonden in het waterhuis,
de een de gretigheid tegen het verspillen, het

ander de uitkomst van de hoeveelheid leven of gewoon het
aantal jaren dat. Heel even soms tilt

het hoofd zich op en denkt na, herhaalt een zin of twee, kijkt
naar de foto op de omslag, bekijkt nadrukkelijk

de titel, bladert terug naar de kleine inhoudsopgave of het
voorwoord, om dan weer terug te keren naar

dat verhaal. De stilte is een voorwaarde tot beiden. Net zoals
het schrijven in die vroege ochtend, is het lezen

voorbehouden tot bepaalde uren: de avond krult zich lang
door de pagina’s in mijn schoot en hart.

overwegingen van andere aard

‘Iedereen stond stiekem op en voerde de beesten.’ Wat moet
ik met zo’n zin? Waarom neurie ik een flard van

een top 40 hit uit een voorbije zomer waarop ik toen niet danste
en maak ik nu een beweging erbij? Ik kraste

vannacht op de werktafel een heel andere zin, weliswaar over
het boodschappenlijstje maar nog leesbaar, ‘Alle

vrouwen kregen bloemen’. In de nacht nam ik een slok water,
deed een plas, rolde weer de warmte in en

herinnerde me dat ik zelden bloemen kreeg, althans niet van
mannen want die hoorden nog bij die zin, en dat

de veestapel in de achtertuin altijd klagend de honger bezong.
Soms komen de woorden in het geheim bij

elkaar, uiteindelijk springen de beesten misschien op het ritme
van de muziek en is het nog steeds zomer.

onder dat rechter borstzakje  

Vanuit de kant van het lijf gezucht, gekraak en gesteun, geen
voorjaar maar laatste winterdagen of overwegingen van andere
aard, het opzeggen van een huurcontract of

schuilgaan in een andere substantie. Dat allemaal nadat een
kind meldt dat het misselijk is, liggen blijft, ledematen heeft
die pijnlijk en gezwollen zijn en nee, hij

heeft niet gedronken. Ik fiets met soep en schone lakens dwars
door een opgeluchte mensenmassa die ijsjes likkend achter
elkaar aanhuppelt en foto’s maakt van het

krokusje naast de lantaarnpaal, de poes op het hek, zichzelf en
plant een kusje op een gloeiend voorhoofd. Zijn scherm brandt
nog na, de kamer is verder donker, hij draagt

beslist sokken nog en zijn joggingbroek, zijn krullen uitgezakt,
mijn vingers haken in onwillig gedrag en droefheid, zo moe kun
je worden, zegt hij, van al die sociale contacten.

dat razende figuurtje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reuring, 23 februari 2019, tekeningen Conny Lahnstein

dat razende figuurtje

Linker borstzakje, zei hij, van mijn jas voor als er, en ik knikte,
zijn jas op een hoopje op de vloer en hij nog

rechtop, niets te zien dan een bleke huid alsof zijn gezicht onder
al dat haar helemaal geen zon zag, de zonnebril

doelloos in de opening van zijn shirt, de gedroomde hoed, zwart
met brede rand en paarse band, bovenop de

wirwar van krullen, zwart. Als iemand zijn vertrek aankondigt,
houd je die beweging in de gaten maar alles dat hij

deed was de ogen tot spleetjes dichtknijpen en het gedicht zingen
met, hoe kan het anders, een zwarte gitaar om

zijn hals. Een andere dichter zei dat we het die middag luchthartig
zouden houden maar eigenlijk stond ik

al die tijd met dat nog kloppende hart van de zanger dat zomaar
onder dat rechter borstzakje zou ophouden met slaan.

de dag leeg als de datum

De trein volgt een fietser in het witte landschap, een rode
streep over zijn shirt zoals een boom scheef

langs een magere sloot, de lucht weinig helder, een kleine
opening boven het water, verder niets. Soms

kun je een heel eind reizen zonder daadwerkelijk aan te
komen, uit te stappen, zoals je

de camera ronddraaiend, tollend om je as, niets kunt zien
op de foto’s die je neemt. Van het ene

compartiment in het andere, de stemmen overal hetzelfde,
vermaak, treurnis, geklaag, onzin, heel vaak

onzin, een familiegeschiedenis waarbij gekke oom H. weer
ontsnapt uit zijn tijdelijk verblijf. In plaats van

de beelden die ik had willen zien, zag ik dat razende figuurtje
in wit en rood dat nauwelijks bij te houden was.

“mijn opstandigheid heb ik ingeruild voor mededogen”

“mijn opstandigheid heb ik ingeruild voor mededogen”

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑