Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: september 2018 (pagina 1 van 4)

trage opvattingen

Het zijn de moeders die hun zonen claimen en uitroepen
dat hij nooit in staat zou zijn tot, hij heeft

wat problemen misschien maar ze zijn voorbij, er ligt
niets onder zijn kussen, zijn voedsel was vol

vitaminen en ze heeft altijd haar best gedaan, niemand
kent hem beter dan zij. Terwijl de zonen

allang voortvluchtig zijn, dekt zij de tafel nog en trekt
het laken recht, ze praat tegen hem, alleen

zij begrijpt hem en hoewel ze weet, ergens ver in haar
lijf, dat hij nooit wat terugzegt omdat hij

nooit echt thuis is, hangt ze zijn winterjas alvast klaar
en verwisselt de foto’s in het lijstje, hij

is immers zoveel groter gegroeid. Bij het stofzuigen houdt
ze steeds even halt voor zijn glimlach en lacht terug.

nadat de nacht overgaat in de ochtend

 

Alja Spaan
Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid

gedichten
Nederland
gebrocheerd in omslag met flappen,
92 blz., € 18,50
978-90-6265-622-6
eerste druk oktober 2018

Alja Spaan – Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid. Gedichten

nadat de nacht overgaat in de ochtend

Alles wat keurig verzameld en opgebouwd voor veiligheid
moest zorgen, orde ontstaan uit afstand en

afwijzing, keurige lijnen op het witte bord in de werkkamer,
valt in elkaar, uit handen, bibbert over

het scherm en loopt uiteen in trage opvattingen over vrijheid,
een andere wereld, hem. Zodra hij deze

kamers verlaat, deze boomhut die tegen de hemel geplakt de
stilte vangt, schudden de bomen tegen deze

vensters, kraken de takken, spreiden de bladeren zich nogmaals
uit alvorens te vallen, raast de wind, moeten

de natte muren gestut worden en deuren van sloten voorzien.
Nauwelijks wordt er gewerkt, van ver

horen we scheepstoeters, kerkklokken, loeiende beesten, auto’s
die botsend zich boren in elkaar, een gillende vrouw.

bestaan

Het warmste plekje is afgesloten, verstopt achter been en
heup, opgeworpen halverwege, tegen handen die

verder zoeken, nieuwsgierigheid, herhaling, gewenning
en andere dwingende factoren zoals liefde. Het

harde bot houdt het zachte vlees tegen, wijkt eerst nadat
de nacht overgaat in de ochtend, vakantie, zegt

ze, een onzin belofte natuurlijk. Er moet koffie komen en
lawaai vanuit de straat, een liedje, eindelijk

een goede reden. Dan draait hij zich, duwt zich tegen haar
aan en op en vloeit zich uit in haar luisterend

loom gebaar, eerst dan is het donker geweken. Hoezo vrij,
zegt hij, er moet wel gewerkt worden maar

het ritme waarin blijft zomers, gedachteloos, ver weg en
zonder terugkeer, lege agenda’s en hart.

twee verdiepingen lager

‘Hij had altijd het vage idee dat hij kunstenaar zou zijn geweest als hij zestig jaar eerder was geboren. Een echt vaag idee, want hij wist niet wat het woord kunstenaar tegenwoordig betekende. Een schilder die was omgedoopt tot etalage-inrichter? Een dichter? Bestaan die nog, dichters?’

uit La fête de l’insignifiance, Milan Kundera
vertaald tot Het feest der onbeduidendheid door Martin de Haan

uit de toon

De ontluistering huist in het bovenste gedeelte waar onder
het dak de muur rozerood verloopt, een paar

portretjes scheef de glorie van weleer bevatten boven scheur
en vochtvlek, een schakelaar geen functie meer

heeft en kabels afgesneden als losse lichaamsdelen in een
duistere hoek hangen. Over het dakraam glijdt

een barst, een gordijn hangt nog vol stof, stoelen staan altijd
klaar boven op elkander maar het geluid van beneden

nodigt uit tot het snel verlaten van deze ruimte. Het feest is
twee verdiepingen lager, de warmte uit de jassen

dampt na, de glazen rinkelen, de schalen passen in gekromde
armen, gebogen wordt voor haar inhoud, handen

liggen op schouders, lippen krijgen nieuwe kleur, gegiechel
bij het aangeheven lied, iemand reikt tot de zoldering.

de stilte nadien

Het is voor mij de eerste keer, zegt de jongen voor me, dus
als u liever voor wilt? We staan naast elkaar

bij de balie waarachter kletsende vrouwen hun koffie delen
met het weekend. Ik stel hem gerust, het valt

mee, het is zo voorbij en het went, moederlijke onzin die als
zijn resultaten over een paar dagen binnenkomen

misschien volledig uit de toon vallen. Ik neig te vragen wat
eraan scheelt maar hij begint over het ontbijt dat

hij node moest missen en juist dat ontbijt is zo belangrijk.
Na vijf minuten lopen we weer langs elkaar

en groeten, hij grapt dat hij nog leeft, zie ik wel, en wenst
een fijne dag, er is zon die over de plassen op

straat schijnt. De verpleegster overweegt ook een tattoo maar
durft nog niet goed, mag ze kijken?

de stilte nadien

“Er is altijd iemand die vertelt. Die de macht over het woord neemt. Wat had jij gekozen, Maj, als jij de macht over het woord had genomen? Ik weet niet zeker of je dan met deze versimpelde versie van het verhaal gekomen was.”

uit Liv till varje pris, Kristina Sandberg
vertaald uit het Zweeds door Jasper Popma en Wendy Prins tot Leven tot elke prijs

wanneer ze nu mag, vandaag toch 

Geluk was fietsen onder de tunnel door terwijl er een
trein bleef stilstaan en zelfs als hij net langzaam

wegreed, een glimlachende chauffeur die je liet oversteken
ook al was er geen zebra, een man die

sorry zei terwijl je tegen hem botste, een grote koffie voor
het ongemak van het lange wachten, een

passant die over je haar begon, dat danste op je rug. Ook
wel het thuiskomen met boven je een

inktblauwe lucht die, eenmaal binnen, uiteenscheurt en
met groen, geel en witte vlagen lichtflitsen

voorbij de horizon stuurt, een kind dat je tot voorzichtigheid
maant, het derde deel van een boek dat je

zelf had moeten schrijven, de stilte nadien en ergens in de
verte een bekende stem die een liedje begint.

vele letters onzichtbaar in alle pogingen elkaar te begrijpen

Om wakker te worden en nooit meer het geluid te horen
van haar kleine kletsende voeten op

de gang, het ongeduldig springen tegen de deur, zingend
vragen welke dag het is en wanneer ze nu

mag, vandaag toch, ja, om nooit meer te kunnen slapen
omdat die ochtend nooit meer komt, elke

dag het verdriet, het gekmakend wurgend gemis aan elk
geluid om haar heen. Een blauw regenjasje

aan de kapstok, ze wilde zonder jas, het was warm nog,
het zonnetje uit de tekening voor pappa,

als altijd een stukje brood vergeten op het bordje, een
appel met een hap eruit, ben ik niet

de allerliefste, jij de mooiste mamma. Om nooit meer wakker
te worden omdat je nooit meer slaapt.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑