Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: juni 2019 (page 1 of 4)

van de andere kant

Dichter T. meent dat er niets feestelijks is aan de vorige strofen,
het blauw dat over de straten vloeit, het hevig

toeteren van een dode vader en het oi van een vermeende vriend
alsook de heimwee naar een ingrijpen van

hogerhand, en gelijk heeft hij. Hoewel je nog even kunt denken
aan verkleedpartijen en andere aflopen, films

waaruit zo’n beeld bewaard blijft en dus traktatie in een donkere
koele zaal en verjaardagen met popcorn, ik

noem maar wat. Gelukkig is vandaag alles weer in orde, klopt een
titel weer met de inhoud en onthouden wij u

en hem de droom die bewees dat alles nog erger kan, dat is diep
in de nacht altijd zo. In de koele kleurloze ochtend

zoeken vogels hun weg, staan klamme lijven weer naast het bed
en wijden zich aan hun taak: alles kloppend maken!

het feestartikel

Alkmaar, 27 juni 2019

het feestartikel

Hij staat op de vluchtheuvel bij het kruispunt waar iedere fietser
door het rode licht rijdt en draagt een nauwsluitend

blauw pak met capuchon die half over zijn gezicht valt en roept
oi als ik voorbij kom en ik kijk om, schrik, en kijk

weer voor me en denk dat kan niet want hij is dood en ik hoor
mezelf roepen, geen oi maar iets veel harders, ik

heb mijn moeder nodig, nu! Dat hij dood is, goed, maar dat hij
daar nu staat in dat enge pak dat als plastic blikkert

en over zijn hoofd gegoten lijkt, dat oi, dat omkijken van mij!
Mijn moeder reageert evenwel niet en de nacht

is te warm om weer in slaap te vallen. Ze zou gewoon langs
kunnen komen hoewel misschien van de

andere kant en mijn vader zou hinderlijk claxonneren en zonder
meer de stoepen nemen, het blauw zou zich uitspreiden.

in haar broekzak

Als er te lang wordt gewacht, geaarzeld boven de toetsen, het
gewone werk het overneemt, de deuren beneden al

ontsloten, de motor al gestart, de sigaret van de benedenbuurman
al in het trappenhuis aangestoken, het lijf

bijna wakker, verdwijnt de tekst die als een ballon boven het
hoofd hing. Dan kan er meteen gekeken worden of

elders dringend antwoord gegeven moet, welke broek mevrouw
Z. draagt en of in het badje in de achtertuin nog

de restanten van gisteren drijven. Het feestartikel wiegt verder
op de verkoelende bries en leeg blijft

het scherm tegenover, er flikkert alleen een lampje en na even
lost ook dat licht op. Als we nu gewoon

het toestel dichtklappen, kunnen we nog doen alsof de nacht
niet voorbij is en pas morgen de ochtend komt.

iets moois

Zijn stem gaat gelijk op met die van de radio, zij kondigt iets
aan, hij raadt iets af maar de luisteraar weet niet

welk advies zij nemen moet, de klanken vermengen zich, er
piept een toon, hij neigt tot opleggen, zij tot

volume verhogen. Het is net als wanneer hij uit zichzelf gaat
schreeuwen, doet alsof de ander doof is of

in ieder geval behoorlijk dom, ze is te snel voor hem en ze
heeft nooit tijd en zelden belt ze zelf. En

genieten van een radio is er niet bij. Zijn drift komt door de
luidsprekers, ze zou hem in haar broekzak kunnen

doen en drie maal het dorp kunnen doorlopen en dan nog horen,
ze geeft op goed geluk antwoord, iets trilt in haar.

Als altijd is de stilte daarna overweldigend. Ze heeft iets gemist,
dat weet ze zeker maar straks belt hij weer.

een jengelend kind

Bovenop de schone, gestreken was twee gehaktballen, nog
dampend, in een plastic zakje met een knoop.

Tussen de overhemden een krantenartikel met opgewekte
strekking, ‘hoe er iets moois kan ontstaan in

een wasserette’, de sokken bij elkaar gezocht en verdeeld
over de hoeken, die met de gaten zal hij missen.

Bij de deur een glas water, geen zin in meer, even een lange
omhelzing, even quality time, even sharen.

Later een melding op het schermpje, iets van excuses en
houden van. Bij de ballen kocht hij iets

gezonds. Ik zeg hetzelfde, niet dat hij de eerste was in drie
dagen die iets tegen me zei of die ik

voelde, wel dat ik een dwaze vrouw geworden was die me
opdrong aan de eerste de beste. Niet, zei hij.

mijn planning

In de vier wanden van haar bestaan kleven de haren aan de
vloerdelen, wuiven de jurken haar na, kraken

de ramen en piepen de deuren, de zwarte vlekken zijn de
bomen die tegen het glas tikken, schaduwen

van dromen, een verre sirene. Ondergedoken in lichte lakens
met zwaar de warmte op haar drukkend

zoals hij dat doet, een jengelend kind dat een ijsje laat vallen
vraagt om meer. Met een kalme hand zou

je de muren opzij willen duwen of het hele dak willen optillen
als bij een maquette die je afgekeurd hebt en

waaraan je nog wat wilt werken, het stof blaas je tezelfdertijd
uit de hoeken. Als alles omvalt is er nog

het weiland, een strootje in je mond, grenzeloze verte boven
je, hij speelt in de sloot en vangt kikkervisjes.

“een duurzaam podium”

een duurzaam podium

ze leek te knipogen

Het is allemaal heel informeel, zegt hij, als een soort garantie
voor het uit de hand lopen, buiten de tijd om,

gezelligheid en iets teveel drinken. Er hoeft niet je best gedaan
te worden, het gaat om het meedoen en misschien

mag je daarna nog een keer. Mijn planning is echter strak en
geeft een ieder hetzelfde aantal minuten, dezelfde

plek onder de spotlight, daarna misschien mag men blijven
slapen of buiten pissen bij de vierde boom. Ik

verontschuldig me, ach ja, zegt hij, structuur is de ruggengraat
van zoveel. Een beetje op die manier staat mijn

rooster smoezelig te worden in het felle ochtendlicht, het ritme
breekt tegen de restanten van een feest, kleine

oogjes zoeken een verdwaald kledingstuk, de struiken hangen
vol. Als ik een dienblad op mijn hoofd zet, loop ik recht.

bloemen na afloop

 

Amsterdam, 18 oktober 2018

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑