Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: februari 2018 (pagina 1 van 4)

het krijsend gevogelte

in het filmhuis, 27 februari 2018

het krijsend gevogelte

Ik beloof hem het op te schrijven, het uit zijn hoofd te
halen en vorm te geven en toch weet ik niet

of ik dat kan. Er ruisen witte vlokjes langs de ramen,
er schuilen eenden onder de brug, boten

blijven liggen voor de bocht. Ik wist niet dat ik hier zou
zijn, het licht binnen in strepen van een

heel andere kleur. Ik wist niet dat er nog verten lagen,
groene vlakten die ik in me zuig, ik houd

alleen mijn eigen hand tussen mijn benen. Er zijn maar
een paar andere mensen die bijna

het liedje meezingen, het hoofd schudden, zachtjes om
zoveel schoonheid en gemis. We blijven

schuilen blijkbaar, dragen twee truien over elkaar, de
ledematen tintelen, dan lachen we naar elkaar.

zij was reuze handig

Ze was het niet eens met mijn gezwalk in de nacht, zo
noemde zij het, haar scherpe ogen turend in

mijn zwakke vel, haar handen gevouwen in haar schoot,
buiten veelal het krijsend gevogelte dat zij

voerde of bomen die zwiepend tegen het glas beukten.
Er reden treinen waar geen rails lagen, mij

pappa was zo vreselijk afwezig en ik leek een beetje op
haar dochter, zei ze. Ik ben je dochter,

beweerde ik, en in de nacht slaap ik gewoon. Dan begon
langzaam het hoofd te schudden als een koppig

kind dat wist dat ze gelijk had, je weet best, zei ze, wat
ik bedoel. Dan keek ze even naar buiten, kwam

terug naar binnen en slingerde me mijn ongeloof in mijn
open mond. Nergens in, siste ze.

het knikje naar de aarde

Soms ben ik op plekken waar ik niet mag zijn. Onderop,
bijvoorbeeld, waar zij net dacht goed te

liggen, een lichte kuil maakte in zijn bank, of bovenop,
waar zij nauwelijks kwam en al helemaal zonder

het haar in zijn gezicht te zwaaien, tegen de tafel waar
de attributen stille getuigen waren en niet

eens de helft op de vloer belandde, of over de wrakkige
stoelleuningen die opnieuw gelijmd voor

giechels zorgden, zij was reuze handig, het zou haar niet
overkomen, of in dromen, veel van die

koortsige onsamenhangende dromen en vaak ook in de
ochtenden, zij was dan al onderweg naar haar werk,

dat warme dampen vanuit zijn schokkende bewegingen,
dat nastoten in dat altijd nog aanwezige lijf.

zijn medestander

Als je op je leven terugkijkt, zijn er dan plaatsen waarop je de vinger kunt leggen, zoals kruispunten op een plattegrond, of een punt van studie bij Shakespeare, waar je kunt zeggen: ‘Daar! Dat is het punt waar alles veranderde, het woord waarom alles draaide!’
Ik vind dat moeilijk. Ik voel me als een krankzinnige. Ik loop mijn huurkamer rond, een lullig krot vol ditjes en datjes van overgeschoten meubelstukken van de huisbaas en een paar stervende planten op de vensterbanken. Ik praat tegen mijzelf, mijzelf, mijzelf. Nu ben ik bijdehand genoeg om vrij goed een dialoog aan de gang te houden, maar het probleem is dat er geen weerwoord is, geen andere stem dan de mijne ik wil een andere waarheid horen, maar het moet wel een waarheid zijn. Ik praat tegen de planten, maar zij verschrompelen en gaan dood. Ik had graag gewild dat mijn leven een kunstwerk zou worden, maar als ik ernaar tracht te kijken, zwelt en krimpt het als de wanden in een koortsvisioen.

Marilyn French, uit: The women’s room, III, hoofdstuk 2 (vertaald tot De nieuwe fase en later in Ruimte voor vrouwen)

zijn medestander

Er zijn geen impertinente vragen, ik geef alleen geen
antwoord dan in het schrijven. Er zijn

geen bewijzen, alleen directe aanleidingen tussen mijn
regels. Er zijn alleen maar daar

vermoedens. Het gekonkel is tussen de lezers, mijn
geweten en mijn gedrag, het is immers aan

mij of ik op sta of niet. Ik hurk nog altijd voor zijn graf,
in haast het slaan van het kruis, het vegen van

de bloembladeren, het knikje naar de aarde. Ik praat in
rust tegen haar, zon schijnt, zeg ik of hoe

mijn gezin zich uitbreidt of dat het dan eindelijk toch
gelukt is, dit schrijven, hij

luistert mee, maakt een grapje, verontschuldigt zich en
toch, zegt hij, is alles altijd voor hem geweest.

andere markeringen in tijd

in het dagboekarchief, Amsterdam, 23 februari 2018

andere markeringen in tijd  

Hoewel het dagboek verstopt lag in een achterste
lade van het bureau en het sleuteltje in

een bloemenvaasje, vond mijn altijd ijverige mamma
haar toch en handelde vervolgens naar

het gelezene. Ze maakte ruzie met mijn vader, haar
behuild gezicht triomfantelijk, en deed

koel tegen mij alsof ik door het schrijven van zijn
voorkeuren zijn medestander was. Je

kunt je afvragen of dat niet elke keer gebeurt: stiekem
lezen en vervolgens de schrijver aanklagen,

woorden verstoppen maar willen dat ze gevonden een
gehoord effect hebben, triomf voelen

over de volgorde van tijd en gebeurtenis die door een
simpele sleutel openbaar worden.

echt alleen voor hen

Hetzelfde boek, dezelfde lezer, andere markeringen in tijd en
plaats, andere aanduidingen, dezelfde

gretigheid, dezelfde moeite de enorme omvang in de hand te
houden, wisselen van het linker naar de

rechter. Een opdracht in potlood, twee briefjes halverwege, het
een van een kind uit de beginjaren, het gezin uit

het tweede deel, de ander een rijmpje voor de Sint, overgebleven
snoepgoed, waarschuwingen kinderlijk lachend

en niets van de man uit het eerste deel. Andere zegswijzen, een
nieuwe conclusie, een samenvatting die eerst

nog niet gegeven kon worden, een dode moeder, een overspelig
feit, een kind zo trouw, een beheersbaarheid,

ballen in de lucht, nog altijd het idee dat de act een andere is als
die van haar, nochtans dezelfde.

echt alleen voor hen

Een van de zaken waarin kunst verschilt van het leven, is dat in de kunst de dingen een vorm hebben; zij hebben een begin, een midden en een einde. In het werkelijke leven kabbelen de zaken gewoon voort. In het leven heeft iemand een kou gevat en je behandelt die als een onbeduidende aandoening, en plotseling sterft de patiënt. Of iemand krijgt een hartaanval, het verdriet knijpt je de keel toe, tot hij herstelt en nog dertig jaar kribbig verder leeft en eist dat je hem verzorgt. Je denkt, dat een grote liefde is afgelopen en je bent in de greep van Anna Karenina’s drama, maar twee weken later staat de vent in je deur, z’n jasje los en een schaapachtige uitdrukking op zijn gezicht, en hij zeg: Hé, neem me terug, wil je?” Of je denkt, dat je grote liefde in volle bloei is en je hebt niet gemerkt dat het in de afgelopen maanden steeds maar bergafwaarts is gegaan. Met andere woorden, in het werkelijke leven corresponderen je gevoelens zelden met de gebeurtenis in kwestie. Het kan zijn, dat je helemaal niet weet dat de gebeurtenis plaatsvindt, of je onderkent de betekenis ervan niet. Wij vieren geboorten en bruiloften, wij treuren om sterfgevallen en echtscheidingen; maar wàt vieren we en waarover treuren we? Rituelen markeren gevoelens, maar gevoelens en gebeurtenissen vallen niet samen. Gevoelens zijn groot en strekken zich over een mensenleven uit. Ik zal de polka met je dansen en vurig met mijn voeten stampen; ik verheerlijk alle energie die ik ooit heb gevoeld. Maar die energieën zijn momenten, niet codificeerbaar, kunnen niet gewaarmerkt worden, niet gedetermineerd: misschien word je ertoe verleid te menen dat mijn verheerlijking jou betreft. Kijk, dat is wat kunst voor ons doet: zij stelt ons in staat onze gevoelens te fixeren op gebeurtenissen op het moment dat ze plaatsvinden, zij staat een verbond van hart en geest toe, en van tong en traan. Terwijl je in het werkelijke leven van het ene ogenblik op het andere een ui niet van een stuk droog brood kunt onderscheiden.

Marilyn French, uit: The women’s room, III, hoofdstuk 1 (vertaald tot De nieuwe fase en later in Ruimte voor vrouwen)

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑