Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: november 2017 (pagina 1 van 3)

hij kan zomaar zich vermaken

Het zijn vooral de vrouwen, daar maar waar dan ook,
die exemplarisch zijn voor het zich afgespeelde

leven, hoezeer ik me ook de mannen fantaseer, en niet
alleen in hun aanwezigheid overal elders maar

ook in hun fragmenten die geschreven lijken om te
worden gelezen en te blijven staan door

alle tijden heen. We zouden moeten tellen, zegt de een,
hoeveel mannen er zijn die een dagboek houden

of de tijden waarop zij schrijven maar het is een man
die later vraagt of we de handen omhoog willen

steken bij een bevestigend antwoord. Ook daar moeders
die het dagboek vinden, ook daar de

geheimplaats ontrafeld, ook daar het slot op de mond om
eerst pas later het ons te vertellen: die geleefde tijd.

hij kan zomaar zich vermaken

“Alleen achteraf kunnen we vaststellen dat we nooit uniek zijn geweest. Zo zal het een voor een met alle fases van ons leven gaan. Onze individualiteit is iets wat zich vooral in het heden manifesteert, en dan nog in onze verbeelding, als noodzakelijke fictie.”

Rob van Essen, uit het voorwoord van het gisteren gepresenteerde boek Puberdagboeken, Monica Soeting & Nina Wijsbek

luidkeels snaterend

in het atelier, december 2012

luidkeels snaterend

Hij kan zomaar zich vermaken door kruipend naar
de serre zich af te zonderen van alle

kindjes en naar buiten te kijken of er auto’s zijn. De
andere favoriet het keukentje waarin

hij kastjes open en dicht kan doen, bakjes, pannetjes
en laadjes schuift en stapelt. Maar die

auto’s! Hij sleept het enorme boek vol voertuigen naar
de tafelrand waaraan hij zich ophijst om mij

te groeten maar dat gaat natuurlijk nog niet tegelijk,
o dear, zegt hij, als het valt, met zo’n

zuchtje dat verraadt dat hij eigenlijk meteen weg wil
scheuren in de Citroën die ik voor

hem langzaam door het beeld beweeg, stralend wijst
hij en roept ‘auto, auto, auto, die’ alsof

mijn vader en mijn broers en ikzelf weer jong zijn en
instappen zodra er getoeterd wordt.

een dagelijkse oefening

Daar krioelden alleen de beesten onder mij. In het
donker en op natte aarde, tussen piepende hekken
en smalle stroken land waarover

eerder mijn voorouders de sporen trokken. Hier leven
de mensen die hun gesprekken, voertuigen, honden,
vrienden onderaan mijn voeten verdelen,

luidkeels snaterend niets in ere houdend dan zichzelf.
Om terug te zijn, het pad te lopen tussen deze twee
plaatsen en de doden te herkennen, de vogels

op te graven, de kerkklokken te laten luiden, drie
rondes vol omtrekkende bewegingen waarbij ik elk
van hen kan groeten, de bomen te horen

ruisen, de enkele stap echoënd in een ochtend die dan
pas ontwaakt met geuren van het bloeiend veld, de
oogst, het fruit in de schuur en haar psalm.

 

(op mijn auteurspagina op Facebook een flard presentatie uit januari dit jaar
van de bundel handelend over het dorp)

een groot besef

Uitgeverij Thomas Rap nodigt u met veel plezier uit voor de presentatie van De puberdagboeken, samengesteld door Monica Soeting en Nina Wijsbek van het Dagboekarchief.

een groot besef

Opnieuw gaan in de rillende zwarte ochtend minuten
zinloos voorbij aan het wachten achter het

weigerende scherm, moet de woordenstroom in mij
zich de stilte laten welgevallen en de haast

die in mij huist vertraagt zich alsof het een dagelijkse
oefening zou zijn in bewust nadenken,

dan pas kan ik reageren. Het is zomaar illustrerend voor
alles dat ik aanga: mijn woede over

een formaliteit die mij wegzet als onverantwoordelijk en
profiterend komt pas na een jaar, mijn

stampvoetend meisje veegt pas na een tien jaar met een
onverlaat de vloer aan, de lijken vallen eerst

na een leven lang uit de kast en er was nog iets met het
me schuldig voelen na een vergrijp uit 1853.

twee kamers waartussen

Er zijn dingen die ik helemaal nooit meer doe: mijn
benen openen, mijn benen sluiten, alsof ik

eindelijk zwem, jouw gewicht voelend met kleren aan
verzuip, boven kom en stil lig, voor altijd

doortrokken van een groot besef van leegte. Er zijn
dagen die ik helemaal niet meer ken:

je van me afschuddend terwijl je over mijn rug hangt
en bij elke beweging je vaster maakt, je

lach als de hand die me het oversteken leert. Er zijn
mensen die ik helemaal nooit meer zie:

jou, de ouders die voorbij de spoorlijn liggen, liefje
X., mezelf als dertienjarige, de man die

muziek maakte bij de lege polder achter zijn huis of
de zwemster die iets te enthousiast sprong.

met flutterig handgebaar

 

Ze wonen tegenover elkaar, twee kamers waartussen
een witte hal waarin ze hun rollators kunnen

keren en mij laten draaien, linksom, rechtsom zodat
ik net nog hun handen kan houden om

ze tegelijk beet te pakken en te vertellen over toen.
Dat lijkt althans de taak en ik neem het

heel serieus, zoals alles. Ik zie hen beiden maar iets
zorgt ervoor dat ze elkaar niet ontwaren,

ik hoor hun beider stemmen maar ze luisteren niet
naar elkaar en ik voel hun handen die

ze zelf niet meer uitwisselen. In mijn vaders grote
verdwaal ik opnieuw terwijl mijn mamma

venijnig knijpt, ik ben ontzettend moe van het staan
daar maar kan ze niet loslaten, tot nu.

het zoeken van zijn mond


Alkmaar, 8 november 2017

Oudere berichten

© 2017 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑