Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: november 2017 (pagina 1 van 5)

alsof hij zich

Ik zie mijn moeder leunen tegen de wand terwijl ze
in de pannen roert, mijn vader achter

haar langs het tafelkleed en de borden uit de kast
nemen, ik zie hoe wij nooit meer

rond de tafel zitten omdat wij allen ontbreken, ik
laat haar de lepel naar haar mond brengen

en proeven, hij klettert met het bestek en schuift
alles naar elkaar, zwijgend eten ze

over de helft van hun verblijf, zij ergert zich aan
zijn gewoonten en hij vraagt zich af of

het aan hem ligt dat ze niets zegt en ik zie hoe zij
na zit en nog wat peuzelt en denkt

terwijl hij de halve afwas al gedaan heeft en zich
terugtrekt, de wereld als altijd verdeeld.

zoals ze vroeger op elk feest aanwezig waren

 

Ik ben nog nooit zo geweest:
na een en dertig jaar zo klein als een schelp
en zo moe als een oud huis,
waarin spoken tekeer gaan, onvermoeibaar,

Géén schelp, geen huis. Wel het vluchtend omhulsel
van het sidderende dier, levensgroot verschrikt,
dat mijn naam draagt. Maar de naam liefde?
Zo dikwijls die naam en zo zelden die stilte.

Hans Andreus, uit: In het twee en dertigste jaar,
uit: Zoon van Eros

zoals ze vroeger op elk feest aanwezig waren

 

Geduldig zit hij al op me te wachten, schuilend ook
voor de geluiden van het huis, opgekruld

boven zijn omgekeerde rollator en met het hoofd in
zijn handen waar, op de zijkant van de

linker duim, mijn naam gekrast staat alsof hij zich
met een gebaar heeft getatoeëerd dat ons

voorgoed aan elkaar bindt en deze ruimte, dit handelen
voor altijd koppelt aan mijn zoete stem en

de gure novemberdag waarop Sinterklaas schipbreuk
lijdt, al zeggen de pakjes in de grote zaal

iets anders. Mijn buurvrouw fluistert me later toe dat
ze leeg zijn hoor, maar hij beweert iets

anders. Wat is je geheugen toch goed, zegt hij, omdat
ik zijn verhaal nog ken. De inkt is droog, de

perkamenten huid vouwt zich om de mijne. Er zijn
zoveel vrouwennamen, verontschuldigt hij zich.

de beweging

vandaag lijdt Sinterklaas schipbreuk in onze voorleesclub
(De heerlijkste 5 december in vijfhonderdvierenzeventig jaar, Annie MG Schmidt)

 

 

de beweging

Dromend kom ik terecht in de vriendenkringen van
mijn kinderen die jong nog in het huis achter

gebleven zijn. Het zijn mannen nu die auto’s rijden
en tassen dragen onder hun linkerarm, overhemden

in een dure broek, plannen uitgewerkt tot in de laatste
details en schoenen met tikkende hak.

Voordat ik ze zoen, licht duwend tegen de portieren
van extra lange wagens die zich met lichtsignaal

openen, eet ik zoete kleine gebakjes die ik opentrek
en leegschud als koffiecapsules, zij

nerveus wachtend. Misschien omdat ze in het schema
van de kerst voorkomen zoals ze vroeger

op elk feest aanwezig waren en misschien omdat er
drie dropjes op het laken lagen tijdens het slapen.

hoog op de schouders elkaar dragend

Sometimes I wanted to omit the words and the
Resulting loss, my own hand over my own head
And slowly the lock of hair out of my eyes or over my
Sleep and then along warm cheeks, a cool hand

But not his, where is he hiding then
Under my bed on the dusty floor or between the
Rustling skirts in my closet or any other city
Than my own that he visited

And why was I not going along? i deliberately leave gaps
Falling between which words disappear and I, myself
Almost as well, the rope hangs loose, the scarlet cord has
Disappeared and is recovered again

Around his neck, that I love him is almost a sin
For life, just a moment and the hand falls back on
The sheets and strokes her hair smooth, the head overfull
Moreover, I always travel alone

as a tightrope dancer, vertaling van dichter Helle van Aardeberg
van mijn gedicht Als een koorddanser (uit de bundel De hand
de beweging laten maken, januari 2012)

een handigheid

Dat je bijna nog verwacht dat hij een grap met je uithaalt,
het deksel van de kist omhoog zal duwen en

zingend uit zal stappen, de verf op het hout nog nat en
stippen die strepen worden, ‘dots’ die dansend

van knop naar handvat lopen met eenzelfde enthousiasme
als waarmee hij leefde en al ons mensen

in en door elkaar liet lopen, kussend, handen strelend, tot
verzoening en vrede en creatie bereid, steeds

maar weer het hoofd in de wolken en hoog op de schouders
elkaar dragend tot daar waar bloemen in het

felste geel tegen een immens groen grasveld afsteken. Hij
zou de eerste zijn die ging plukken. Dat je wist

dat hij glimlachend naar je keek terwijl je op je handen
ging staan en je hoofd verloor of ook je hart.

 

een handigheid

Ik moet gewoon schrijven. Notities maken. Schetsen uittekenen. Materiaal verzamelen waaruit ik iets groters kan samenstellen. Schrijven is de kern van mijn leven. Vanuit die kern bekijk, beleef en ervaar ik al de rest. Zonder die kern ben ik er niet. Heb ik simpelweg geen identiteit. Al die romantische ideeën over zogenaamde muzen en vlagen van inspiratie bestaan niet. Wie mij vandaag met pen en papier in de weer ziet, moet dus niet zeggen dat ik toch al ruimschoots voldoende mooie zinnen geschreven heb. Wie dat zegt of denkt, snapt niet dat ik, als ik zou beslissen om op te houden met schrijven, tegelijkertijd ook beslis om op te houden met leven. De twee werkwoorden gaan volkomen in elkaar op.

Paul de Wispelaere, uit: Schrijvers gaan niet dood, interviews Margot Vanderstraeten.

spoken

Vaak begrijp je er niets van, zeg je, en je hebt het niet
over het leven maar over mijn teksten, nog

altijd zoek je naar jezelf maar alles lijkt wel te wijzen
op een aanwezigheid van derden en je

had niet gerekend op een dergelijke ranglijst. Soms
krijg je een heel aardig overzicht van

het bestaan als je reacties onder elkaar zet, op naam
zoekt bijvoorbeeld en dan met datum en

titel rangschikt, door de jaren heen lijkt er een handigheid
te ontstaan in het ontwijken van

begrip, uitleg, plaats van delict, schatbewaarder en boom
rechts, mij en uiteindelijk rest vooral

het beeld van ondermaatse driftige dominante figuren
die wat bijklussen in de zijlijn.

ze wordt meisje genoemd

Hij leest me bij voorkeur ’s nachts, dat komt gewoon
omdat er niemand naast hem ligt die zo

mooi voorleest als ik dat deed zodat hij opnieuw wakker
blijft en gerustgesteld moet, niet dat

ik dat vervolgens doe, ik kijk hem prangend aan, plaag
met mijn inhoud en maak hem onzeker,

ik ben ook lang zo warm niet als toen ik daar lag en
nog steeds ben ik niet terug en er is niemand

die net zo rustig en vaak haar armen om hem heen slaat
en fluistert in zijn oren. In de nacht telt

niemand voor hem af wanneer het feest nu eindelijk
begint, het donkere gegiechel komt van

spoken die, leuk geprobeerd, hun verhalen braken en
hem zeggen te kennen terwijl ze hem smoren.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑