Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: lief (pagina 1 van 21)

terwijl hij zijn benen over de rand van het enorme bed gooide

Vroeger kon ik weglopen, met vaste tred en dansende
haren, en niet omkijken terwijl ik wist hoe

hij daar stond en keek tot ik opgelost was in de straat,
verdwenen met eenzelfde verlangen. Nu

ik hem niet meer bezoek, kan ik ook niet vertrekken,
geen grapjes over hoe de treinen niet

meer rijden, de kat van honger omgekomen, kinderen
verwaarloosd en een moeder reeds in

het andere land. Er zijn alleen nog berichten over de
andere route die ik kan nemen, tijden in de

toekomst of hoe hij een keer deze kant opkomt, heus,
en dat alles meeneemt dat ik vergeten ben,

vragen over dichte deuren, een optelsom van wat we
hadden kunnen doen, terwijl het bed al open ligt.

de geluiden bijna hoorbaar

Duidelijker dan welk woord ook, is het gekras in de
agenda van toen. Dom genoeg deed ik het in

potlood en zacht terwijl zijn pen, vloeiend in een van
de vertrouwdste handschriften, door de

pagina’s heen drukte zoals alles dat we deden in mijn
ziel gekerfd werd of in dat lijf dat zoveel jonger

zoveel soepeler was. Na twee weken hap ik naar adem
terwijl ik maanden van mijn dagboeken

kan verslinden. Hier sta ik stil bij elk gerecht, elke
afspraak, elk gewerkt uur (hij telt ze op), elke

ontmoeting, ieder kind, elke huilbui, vrijpartij, fietstocht,
speeltuin, vriendje, koosnaam (hij voor

mij), elke uitgaaf (hij telt ze op). De streep onder elke
rekensom is van hem, het kruisje erdoor van mij.

niet schrikken

Laten we blij zijn dat iemand zich die laatste nacht met
jou nog herinnert, dat vanuit de Cloud jouw

vertrek door de ruimte tuimelt alsof het mijn paradijs was,
jij de wachter op mijn muren terwijl ik achterover

viel en viel en viel. Een piepje en onze assistent toont
een bevredigd gezicht vol slaap en liefde, de

kleur van het beddengoed waartegen mijn melkwit lijf,
je verzamelingen zorgvuldig tegen de wand, het

treintje klaar voor vertrek, het spoortje mieren huiswaarts,
de kaarten die A. je stuurde ongelezen achter de

beeldjes die wiebelend hun borsten vooruit steken. Je moet
het vallen oefenen. Je doet eerst het hoofd, je houdt

je benen bij elkaar en vast en je voelt een lichte knik in je
nek net als toen je een koprol maakte als kind.

zilverwitte vleugelslag

Omdat hij er de tijd voor neemt haar te antwoorden
en gewoon helemaal geen tijd heeft,

vindt hij over een paar jaar pas haar brief waarin alleen
de opmerking dat die ander de

horizon in zijn lachend beeld niet had rechtgezet, toch
een van de eerste vereisten voor het

nemen van een goede foto, zo had ze van hem geleerd.
Misschien was van al zijn instructies het

enige belangrijke dat zij terug te vinden was in het open
veld maar de lichtende, rechte lijn was

vandaag een hoge zee, haar benen sprongen over de rand,
ze verdween in de golven. De ander

meent dat het lachje voor de fotograaf is, een bekende
beginnersfout in kadering.

duidelijker dan in de beelden

Sommige dingen moeten uit het systeem: hinderlijke flarden
van een gesprek dat nooit afloopt, een te

lange en overvolle trein, boterhammen die uit elkaar gevallen
op de bodem van je tas liggen. Andere

zaken blijven voor altijd opgeslagen: die open krullende hand
die om een centje bedelt terwijl ik alleen maar

een vinger heb om erin te stoppen, de grijns bij elke ontmoeting,
mijn handschrift hoewel steeds onleesbaarder en

snotterige kusjes van een overzees kind dat de afstand tot het
zesde oog nog niet kan inschatten en tjonk, tegen

mij aanbotst. Nergens wordt er gehuild, niet meer. Het hart
bloedt nog, de wond klopt nog, het bonzen naar

binnen gekeerd, zwaai nog even. Onderaan een brief staat een
weerzien en elke inhoud is immers discutabel.

in het gat

Hij filmde haar die laatste dagen zoals hij dat altijd deed
met iedereen die weg zou gaan, zichzelf

nog even in de spiegel groetend want ook hij zou, eens
en voorgoed, en hij hield de ogen open alsof

de ontmoeting de eerste was en hij zichzelf pas zag door
de lens, tussen alle attributen die opgestapeld

tussen ons en het gebaar lagen: de roze deken waarin zij
zich krulde, de bril op het boek op de tafel,

verbandjes op de wastafel, een potje zalf, de foto aan de
muur, daar waar zij vandaan kwam met

bomen die niet meer groeiden, en mij, als baby in zilver
gevat, niet tot lachen bereid nog en dan

de weg buiten, vriezend en wit zoals nu en de zon die over
die laatste akkers scheen terwijl hij draaide.

ze wordt meisje genoemd

Hij leest me bij voorkeur ’s nachts, dat komt gewoon
omdat er niemand naast hem ligt die zo

mooi voorleest als ik dat deed zodat hij opnieuw wakker
blijft en gerustgesteld moet, niet dat

ik dat vervolgens doe, ik kijk hem prangend aan, plaag
met mijn inhoud en maak hem onzeker,

ik ben ook lang zo warm niet als toen ik daar lag en
nog steeds ben ik niet terug en er is niemand

die net zo rustig en vaak haar armen om hem heen slaat
en fluistert in zijn oren. In de nacht telt

niemand voor hem af wanneer het feest nu eindelijk
begint, het donkere gegiechel komt van

spoken die, leuk geprobeerd, hun verhalen braken en
hem zeggen te kennen terwijl ze hem smoren.

schaterend over een vergrijp

Op het water staat een legertruck met Duits kenteken. De weg
is even winters en stil als uit mijn jeugd. De witte

kattenrug wordt bestuurd door mijn laatste lief, ik zit op de
achterbank en leun met mijn armen over de

stoelen en kijk naar rechts terwijl links zich schoten vormen.
Ik probeer het gesprek gaande te houden maar

hij antwoordt niet meer en als ik mijn hoofd draai, zie ik dat
hij geraakt is en niet meer leeft. Ik klim over

de stoelen, duw hem opzij, probeer me te herinneren hoe ik
remmen moet, hoor mezelf hardop instructies geven,

rijd de auto op een parkeerplaats en val uit de deur. Al die
tijd heeft hij zijn ogen open. Misselijk blijft

de slaap weg, de buurman schreeuwt, kou trekt door het open
raam en dan die licht zilveren bevroren plas water

waarboven in de ochtend zich rood de warmte laat vallen en
het vertrouwde motorgeluid van een Volvo.

alles verplaatsend

Natuurlijk is het niet over na vandaag, rouw heeft zelden een
vaste tijd. Zoals vreugde oeverloos kan zijn en

ontroering een lang feest of een briljante gedachte een flits uit
een moment, zoals jou zien elke keer in

het lijf begon en niet alleen in de ogen en leven niet afgemeten
wordt aan het aantal stappen. Het helpt alleen

te denken van wel: je neemt alleen de witte zebra strepen, elke
honderd tellen is iemand Af, voor elk jaar dat

je liefhad staat een maand van haat en koekjes horen in een
luchtdichte trommel. Opgeruimd staat netjes.

We boffen maar dat het zo’n gunstige datum is, mooi ook hoe
alles in balans was: de een meldde zich aan, de

ander meldde zich af. En er hoeft niet perse een reden te zijn
ook morgen niet nog te kiezen voor het zwart.

 

6 september 2016:
de geboorte van mijn kleinzoon, het vertrek van W.

alles daarbuiten

Zoals je vroeger uren in de rij stond voor het verkeerde
loket, of slapend zelfs voor dat ene kaartje of

van de ene voet op de andere bij de zwemles een, twee,
drie kinderen lang of tot tien telde bij

afspraken met de orthodontist, mentor, echtgenoot of
pompbediende, nerveus in jezelf sprak en

opnieuw je pose innam bij minnaar, coach of dokter en
haar hand nam terwijl zij wachtte, zingend

van vogels die allang in de bomen sliepen en grassprietjes
zelfs die al waren gaan liggen of tikkend met

je vingers op tafel je beurt achter de computer afdwong,
geld dat er niet was, waarheid die

verzwegen werd, zo wacht je nu alleen op jezelf: de tijd
overbruggend tussen schrijven en lezen.

Oudere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑