Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: citaat derden (page 1 of 22)

we gunnen haar ook wat

“Zijn vader had gelijk. Eindes zijn allemaal hetzelfde, alles eindigt op dezelfde plek. Je verblijft liever in een mooie kamer, de kamer waarvan je nu vaak droomt, een kubus binnen in een kubus. Vanuit de bovenste en onderste hoeken van de kolossale ur-kubus zijn kabels gespannen naar de hoeken van de kleinere kubus. Hier hangt het: een kistje binnen in een kist. Je houdt de deur dicht. Buiten de drempel, weet je, valt de vloer weg. Geen trappen die erheen leiden. Niets wat de vloer ondersteunt. Als je in de duizelingwekkende diepte zou kijken, weet je dat de keldertrappen daar ver beneden in het donker verdwijnen. Als je naar boven zou kijken, flitsen daar duiven door kolommen licht. Elders, tuimelende balken en vloeren. Merkwaardig hoe dicht die twee dingen bij elkaar liggen: het perfecte en het abjecte, de kamer en de verwoeste ruimte. Hierbinnen, op de zware eikenhouten tafel, staan gele veldbloemen. In de hoek staat een ridderharnas waar je in zou kunnen klimmen. Door de muren heen hoor je de duiven en, nauwelijks hoorbaar daarachter, een ondertoon die je eruit kunt snijden als je je oor goed instelt, het geblaf uit de dorre ingewanden van de hond. “

S.J. Naudé, Een meester uit Duitsland, uit Alfabet van die voëls,
vertaald tot Het vogelalfabet door Karina van Snaten en Martine Vosmaer

tijd

“Er zijn ogenblikken waarop ik, voor dit papier zittend, alleen nog maar merken kan dat ik nooit het wezenlikste zal opschrijven, omdat het te dichtbij en te levend is.”

E. du Perron

slechts een afgeleide van

‘Alle talenten komen aan bod, ‘zei Richard. ‘Ik begeef me nu misschien op glad ijs, maar mijn mening over dichters en kunstenaars in het algemeen luidt: op uw eigen terrein bent u onverslaanbaar, zeker; maar daarbuiten….tja….kan men niet te veel verwachten. En ik zou niet graag willen dat iemand weinig van mij verwacht.’

Uit The voyage out, Virginia Woolf, vertaald tot De uitreis door Barbara de Lange

voor alle partijen

In een lentegroen hokje zit een ijverig ambtenaar met zwetende
handen te vernemen wat het poëzieklimaat in zijn,

ons stadje A. is. Misschien is dat wel kenmerkend voor het stadje
en voor het gevraagde klimaat: het begin van een

nieuwe periode waarin alle mogelijkheden nog op uitkomen staan
vermits het hem en zijn partij gegeven is en het

onbekende van een toestand voor een man die beslissingen mag
nemen waar vooral cijfers de doorslag geven. Heb ik,

vraagt hij, om een onderhoud gevraagd of deed hij dat? Het was
het laatste, een datum die steeds opgeschoven werd

naar het belang van de kwestie, ook dat is typerend. De vrouw
tegenover hem is bevlogen, constateert hij, er gaat

een raampje open. ‘U bent in uw eentje? Geen bestuur, vrijwilligers
of denktank? Maar het lijkt zo professioneel!’ Het

voelt niet als een compliment, daarna doen we – ik en mezelf –
nog harder ons best. We houden van de herfst.

een heel bloemenveld

“En hij sloot de discussie af met zijn eigen pertinente en onvoorwaardelijke conclusie dat een goed gedicht op zichzelf al openbaring genoeg was.”

uit Lucebert, biografie, Wim Hazeu

 

 

 

 

vier honden en hun baasjes

Herinneringen zijn honden die wild door elkaar rennen, blaffend en hijgend. Onderweg verliezen ze een poot, of een oor. Ze veranderen van kleur en van ras. Ze veranderen in katten, of in glanzend gelakte trapauto’s. Ze schieten weg en komen terug als je er het minst op verdacht bent. Terwijl je ze weer begroet ben je er heilig van overtuigd dat ze niet veranderd zijn.

uit Kind van de verzorgingsstaat, opgroeien in een tijdloos paradijs, Rob van Essen

met muizenhapjes

“De creatieve mens is degene die van zichzelf geen geschipper met de werkelijkheid duldt, omdat alleen het aanvaarden van al het werkelijke een levenshouding verheft, en verhevenheid ie een attribuut van schoonheid. Schoonheid moet dus, in het geval dat de gegeven werkelijkheid een noodlotskarakter draagt, eenzaam, zwaar, gruwelijk, moeilijk zijn. De schoonheid van het moderne kunstwerk is vaak zo verschrikkelijk.”

Lucebert over zichzelf, uit Lucebert, biografie, Wim Hazeu

een fris ruikend bont geheel

“Voor Andreus was en bleef Lucebert een wonderjongen. In 1949 schreef hij aan Vinkenoog dat zijn vriend ‘soms een tik van het geniale’ had. Vinkenoog betwijfelde dat in eerste instantie. Hij had een stapel gedichten van Lucebert onder ogen gekregen, ‘bijna drie centimeter dik’. Wie zo’n stapel drukwerk bij elkaar had geschreven kon volgens hem geen genie zijn. Andreus reageerde per omgaande. Hij had Lucebert geen genie genoemd maar iemand die soms aan het geniale raakte. En daar wilde hij het bij houden, ‘zelfs al zou het gelden voor tien gedichten op de honderd’.”

uit Lucebert, biografie, Wim Hazeu

kijk haar eens wachten

“Die ruimte. Die begint in het midden van mijn voorhoofd en eindigt in het midden van mijn kruis. Hij kan zo breed zijn als mijn lichaam en zo smal als een spleet in een vestingmuur. Op dagen waarop gedachten vrijelijk stromen of, nog beter, helder worden door me in te spannen, dijt de ruimte ontzagwekkend uit. Op dagen waarop onvrede en zelfmedelijden binnendringen, versmalt hij, en snel ook! Als de ruimte groot is en ik die volledig bezet, proef ik de lucht, voel ik het licht. Ik adem regelmatig en rustig. Ik voel me tevreden en opgewekt, niets kan mij beïnvloeden of bedriegen. Niets kan me raken. Ik ben veilig. Ik ben vrij. Ik kan denken. Als ik het gevecht om te kunnen denken verlies vernauwen de grenzen zich, de lucht raakt vervuild, het licht wordt overschaduwd. Alles is damp en mist, en ik heb moeite met ademen.”

uit Fierce attachments: a memoir van Vivian Gornick, vertaald door Caroline Meijer tot Verstrengeld: over mijn moeder, de liefde en New York

kwijtgeraakt

Ze zal zeggen: ‘Wat? Wat zegt het? Wat zegt het dat ik niet al weet? Ik heb het méégemaakt. Ik weet dat allemaal al. Wat kan die schrijfster me vertellen wat ik nog niet weet? Niets. Voor jou is het interessant, maar voor mij? Hoe kan het voor mij interessant zijn?’

uit Fierce attachments: a memoir van Vivian Gornick, vertaald door Caroline Meijer tot Verstrengeld: over mijn moeder, de liefde en New York

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑