Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Categorie: citaat derden (page 1 of 20)

voordat iemand anders het doet

“Met de man kies je ook het verdriet waar je het meest van houdt.”

uit I.M., Connie Palmen

de plek

“In taal kan ik mijn angsten tot bedaren brengen.”
Door een ordening aan te brengen.
“Precies.”
Zoals de orde in de ruimtes die u bewoont.
“Ja, ik heb een grote behoefte aan het creëren van een eigen binnenruimte: hier staat alles – met een eigen betekenis – precies waar ik het hebben wil.”

uit Langs de Humanistische Meetlat, Arjan Visser in gesprek met Paul Scheffer, Human, winter 2018-2019

de plek

“Zijn schrijverschap was ingegeven door teleurstelling in de mensen uit zijn omgeving en toch was het doordrenkt van de hoop dat ergens iemand hem zou begrijpen; zijn boek is gericht aan iedereen en niemand in het bijzonder. Hij was zich bewust van de paradox dat hij zijn zielenroerselen aan vreemden in boekhandels blootgaf:
Een vermakelijke gedachte, dat ik veel dingen die ik niemand zou willen vertellen, wel aan het publiek vertel, en mijn trouwste vrienden voor mijn meest geheime kennis en gedachten naar een boekverkoper verwijs.”

Alain de Botton over Montaigne, uit The consolations of philosophy

niemand die

“Ik had er alle vertrouwen in en het heeft (te) lang geduurd, maar nu het boek er eindelijk is hoop ik dat het je eindelijk op de plek in de poëzie zet waar je al zo lang hoort te staan. ”

Peter de Rijk (In de Knipscheer, 1 januari 2019)

het zeker weten

Er zou een taal moeten bestaan voor de uitgestrekte verlatenheid van ons innerlijk, al die spooksteden die onze ziel heeft verlaten om elders in die eindeloze vlakte nieuwe vestingen te betrekken. Een taal die ons eindelijk verbindt met het doofstomme in zichzelf vervuld zijn van de natuur, maar evengoed met een wasbekken op de hoek van een commode, of de koelte van een verlaten trappenhuis, de treden die als onbespeelde pianotoetsen wachten zonder te wachten.
De religie die deze goddelijke bezieling van de dingen door hun louter zijn bezingt, moet nog worden uitgevonden. Nimmer zullen wezens als wij haar zwijgende bijbels schrijven.

Erwin Mortier, uit: De spiegelingen

elke dag Kerst

Het schrijven wordt steeds meer een gebed. Ik doe het ’s ochtends in alle vroegte en ’s avonds voor het slapen gaan. Een gebed vraagt om herhaling. Alleen door de herhaling wordt het waar, niet door wat er beweerd wordt.

Wim Kayzer, uit: De waarnemer

je publiek

“En ik stelde me voor hoe hij daar had gestaan, bij mijn voordeur, en hoe hij één voor één die boeken door de brievenbus duwde. Alsof hij een kind aan het voeren was.”

uit Heilige Dagen, Mischa de Vreede

alleen ik

“De taak van de schrijver is: ervoor zorgen dat lezers de pagina’s omslaan. Als je dat niet doet, belanden zij ook nooit bij je briljante ideeën. Maar het is niet mijn taak om de wereld te redden, want dat kan ik niet. Ik ben wat ik altijd geweest ben. Ik ben schrijver, ik heb geen baan.”

 

Margaret Atwood, Het interview, Thomas de Veen en Clara van de Wiel, Het Blad bij NRC, Literatuurnummer november 2018

ze weten zondermeer wat er speelt

“Maar is een autobiografische tekst niet per definitie subjectief, ook als het om memoires, dagboeken en brieven gaat? Het is een illusie dat je je situaties feitelijk en objectief kunt herinneren, en het opschrijven van een herinnering impliceert altijd selectie en vervorming, het is per definitie een creatieve daad.
Dagboeken bevatten een subjectieve weergave van gebeurtenissen, en schrijversbrieven zijn niet zelden met de mogelijkheid van publicatie in het achterhoofd geschreven.
Colette is overigens de eerste om toe te geven dat ze gebeurtenissen naar haar hand zet – omwille van de literatuur. Wat echt is gebeurd, is minder belangrijk dan hoe zij het wil láten zien. ‘Kunst is liegen, en het is dankzij de leugen dat mijn boeken bestaan.’”

uit De eerste keer dat ik mijn hoed verloor, Colette gekozen en vertaald door Kiki Coumans

stippen die sprongen

“De zonovergoten achterzijde, onzichtbaar voor voorbijgangers, was gehuld in een mantel van blauweregen vermengd met trompetbloemen die zwaar leunde op het versleten ijzeren raamwerk, in het midden doorboog als een hangmat en zijn schaduw wierp op een klein betegeld terras en de drempel van de salon….Heeft het zin met povere woorden de rest te beschrijven? Wie heeft er iets aan mijn bespiegelingen over de herfstpracht van de rode slingers van de wingerd die onder zijn eigen gewicht bezweek en zich in zijn val vastklampte aan de armen van een den? De zware seringen waarvan de dichte bloemtrossen – blauw in de schaduw, purper in de zon – snel verwelkten, gesmoord door hun eigen weelderigheid, deze seringen die al zo lang dood zijn, kan ik niet opnieuw naar het licht laten klimmen, en al evenmin naar de huiveringwekkende clematis die afwisselend zilver, loodgrijs of kwikkleurig werd gekleurd, met vlijmscherpe stukjes amethist en venijnig spitse saffieren, door een bepaald blauw raampje in het tuinhuis achterin.
Huis en tuin leven nog, ik weet het wel, maar wat doet het ertoe als de magie ze heeft verlaten, als het geheim verdwenen is dat een toegang was tot een wereld – licht, geuren, harmonie tussen bomen en vogels, gemurmel van door de dood verstomde mensenstemmen – die ik niet langer waard ben…..?”

uit De eerste keer dat ik mijn hoed verloor, Colette gekozen en vertaald door Kiki Coumans

« Oudere berichten

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑