Zomaar lag ze daar, hij wist niet meer of hij haar uitgenodigd
had en ook niet of het de bedoeling was, dat

liggen en daar en zomaar. Misschien dat als je de lakens verschikte
je haar niet meer zag, dat je zelfs even

terugdacht aan die keren dat je gespijbeld had en je kussen onder
je deken had verstopt en je jas en nog wat troep zodat

het leek alsof je nog sliep. Misschien dat bezoek zou denken dat
hij opnieuw een hond had aangeschaft die nu

op het lekkerste plaatsje lag, warm nog, misschien dat hij zelf zou
gaan denken dat het zo hoorde, uiteindelijk.

Nu ze er was, ging hij wat opruimen, een eitje koken, echte koffie
maken, ook koos hij wat muziek en af en toe

liep hij terug naar haar om te kijken of ze nog wel leefde. Aanraken
deed hij haar niet. Hij zat aan tafel en wachtte.