Tegenover mij tikt een jongen traag en vele malen verschillende
punten van zijn lichaam aan, alsof hij een kruis slaat

met niet eerder gekende onderdelen, een lijf heeft dat hij eerst nu
bemerkt, een gebed dat alleen voor hem

geldt of een oefening in concentratie zodat alles dat hierna komt
eenvoudiger wordt of beloond met resultaat.

Pas daarna neemt hij een slok uit de beker koffie waarvan hij het
deksel al heeft weggegooid. Ik denk aan

springen op alleen de zwarte strepen van de zebra of hoe de eerste
koffie het lekkerst smaakte na de kerkgang,

vroeger en in hoeverre zijn buurvrouw niet hetzelfde doet: sjaaltje
knopend en weer los, haar achter het oor en weer

voorovervallend, herhalend wat het meest vertrouwd is en of het
niet beter zou zijn een hand te leggen op zijn knie.