Een vrouw op straat zegt, tegen niemand in het bijzonder,
dat daardoor wel wat dingen losgekomen zijn.

Ik denk aan het bandje van mijn beha dat niet meer wil
sluiten, de opgestapelde producten in de super,

de uiteengescheurde vuilniszakken op het voetbalveldje
hiernaast en herhaal haar uitspraak zodat ik

daar iets mee kan doen. Een auto met rood-wit geblokte
racestreep passeert, meeuwen pikken nog iets

mee van mijn inhoud, een jongen heeft een ijsmuts tot
over zijn ogen. Pijn gedaan, vraagt mijn kleinzoon

bij een botsing aan al zijn autootjes, en kust ze alvorens
ze weer recht te zetten. En dat allemaal zonder

een toehoorder, iemand in het bijzonder zeg maar en met
al die losse dingen om ons heen.