Bij zijn terugkeer een kaart met rode lijn op mijn tafel,
een hand die de verbinding trekt van daar naar

hier, een verhaal dat onderbroken door correcties (‘nee,
daar stonden we drie nachten’) en aanvullingen

(‘er zijn gewoon twee kanten die je op kan’) de kleur
heeft van de blauwe zee die, speciaal voor

mij, met schuimende koppen tot voor mijn voeten rolt.
Geuren ontbreken, er is geen dampend maal

maar een boterham uit de rugzak tussen extra schoenen,
regenkleding en zonnebrand. Ook dit is

allemaal een kwestie van voorbereiding: als eerste en als
laatste trek je die lijn; voor vertrek zou ik

een potloodstreepje nemen, wat vrolijk gekleurde spelden
zouden de attracties vormen die we niet bezochten.