Beheerde ik eerst alleen maar zijn tijd en de personen
die erin voorkwamen, alsof ik bij de ingang van

de bus kinderen telde die later op de grond lagen en
deden alsof er geen thuiskomst was, pleisters

uitdelend met rode viltstift markeringen, giechels in
broeiende hitte, later kwamen daar de

bijzonderheden bij, de attracties als het ware. Ik zette
alles in een rij en maande tot geduld, er

waren ijsjes uit te delen met een dun laagje chocola,
op elke vraag een antwoord. Nu sta ik

aan de kant van de weg en tuur de route af, ik heb de
bomen verwijderd, rood-witte vlaggetjes

verhangen, de zon achter een wolkje verschoven, de
stenen geteld, het zwaaien begint.