Omdat we een moment lang dachten, nee, zeker
wisten dat de wereld stil zou blijven staan,

wij naar beneden vielen, hij in stukken, ik heel
er achteraan, krijsend, is de rest van

de tijd een andere, nieuw en vreemd en slecht
passend. Ik probeer een andere volgorde,

zoals op handen lopen met het haar slepend over
de grond, een toetje in de ochtend, een

streep door mijn overvolle agenda, de zon in de
nacht. Was je erg bang, zullen we

morgen niet vragen, wil je alsjeblieft nooit, zullen
we morgen niet noemen, ook niet heb je wel

mijn naam bovenaan staan, weet ik wat ik moet
doen, ga je asje alsjeblieft nooit, nooit?