Als liefde alleen nog maar in het hoofd huist en niet langer in
de toppen van de tenen, onder de dansende voeten

en aan de uiteinden van je open handen, als eindelijk je armen
zich gesloten hebben om dat wat alleen en achter-

bleef, je benen afleerden zich automatisch te openen en niemand
meer je rug ziet, en als eindelijk dan, het

hart weer past in de daarvoor bestemde ruimte, alle te vertellen
verhalen teruggekeerd in het boek, de haren

niet meer slepend over de grond, de kleren niet meer gescheurd,
eerst dan is heimwee een toegestane hoeveelheid

klein persoonlijk leed dat volgens berekening en logica twee
nummers lang duurt en past tussen ‘jauchzet,

frohlocket’ en het ‘erbarme mich‘ zoals zij eens paste tussen
zomer en winter en de voorraden in de schuur.