Goed, koffie, zegt hij en misschien voor een eerste
keer de trappen bestijgen die tussen ons in

staan, voor hem is dat een soort afdalen naar tussen
de kruinen van de bomen want zijn

verblijf is hemels en zwevend al, voor mij een soort
tegemoetkoming in zijn reis naar de

eeuwigheid, neem een jas mee voor de kou, o nee,
honey, daar doe ik juist alles uit, ik pel de

lagen waarmee ik me onthul, er is niets meer dat ik
verberg, heb ik ooit iets voor je verborgen,

je moet dit vertalen voor mij, ik proef nu alleen de
klank, proef jij nu nog maar, en zo

zou het gaan, hij is de oudste tenslotte, hij weet van
vliegen zonder te landen, ik heb het nakijken.