Roepen wil ik dat het ook niet te begrijpen is, dat
we heel anders leven of denken, dat er niets

uit te leggen valt, dat het mijn registreren is, dat er
nu eenmaal niet over de inhoud noch over

de vorm gesproken hoeft, dat het slechts, maar deze
bezoeker houdt aan, heeft zijn vellen

over de tafel gebogen alsof hij mij dubbelgevouwen
voor zich legt en langzaam weer terug in

een schikkelijke en waarschijnlijk aantrekkelijke pose
terwijl ik van de plek rol en stuiter tegen

mijn wanden en de grond meeneem en wijs nog naar
buiten: kijk dan hoe de bomen zich

zwart aftekenen tegen de hemel, hoor dan hoe zij
kreunen, zie dan hoe de beesten schuilen.