Er zou een foto moeten zijn waarop zij hem hoog houdt, een
stralende zon, een jurk met bloemen maar dat beeld

bestaat niet, hij heeft er lang naar gezocht omdat hij dacht zich
te herinneren hoe dicht hij bij die warmte was

geweest maar er is niets. Daarna ging hij andere bewijzen na:
er zou een flard film zijn waarin zij hem op schoot

heeft en tegen zich aanhoudt, hij kraait, maar ook dat half zingen
van hem had hij nooit gedaan of dat misschien

nog wel maar dan bij een boterham met stroop, een tomaatje met
suiker, een treintje over de rails, de staart van

een hond. Weer later is alles het tegendeel, zij heeft nooit bestaan,
hij was er nauwelijks, zij was er nu juist wel maar

hij was er niet, zij had hem omgebracht in al die stilte en van
bloemen had ze nooit gehouden, ook niet van zon.