Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Maand: november 2018 (pagina 2 van 5)

“Regelmatig moet ik naar buiten om te kijken of de zon nog schijnt”

“Regelmatig moet ik naar buiten om te kijken of de zon nog schijnt”

de bubbel

Ze kan in deze vorm bijna alles, zegt hij maar vorm is bedacht,
zijn die twintig zwarte jurken in de kast die

nauwelijks gedragen meer, vorige week in drie vuilniszakken
uit huis gedragen werden en nu door vreemde

handen van vreemde vrouwen omhoog gegooid, opzij geschoven,
gretig of aarzelend over het hoofd glijden en dansen

rond een ander lijf. Het vers doet soms hetzelfde. Het past zich
aan de lezer aan, verandert soms haar zin alsof

het vanzelf gaat en om beter te passen in een andere mond, kijk
hoe de lippen zich tuiten, en gaat verliggen

in het bed, springt van de werktafel rechtstreeks in armen die
nietsvermoedend eerst nog een boodschap dragen

van de zoete bakker. Alleen de kruimels houd ik en de kousen
met de bloemen opzij en de aaneengeregen gaten.

“ze kan in deze vorm veel, bijna alles”

Een vierde prachtige recensie van mijn bundel Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid.

constructies

Mevrouw P. wist niet wat de bedoeling was, zo zei ze na
afloop, bang dat ze alleen gelaten zou worden,

niet naar haar kamer kon komen, wist ze überhaupt waar
ze was. Ze had gedacht dat ik over haar

zou vertellen, dat ik opgeschreven had wat ze allemaal had
meegemaakt, ik wist toch nog wel wat ze

had ervaren, en nu was het heel anders geweest. Ze wees
verontwaardigd op haarzelf en zei bijzonder veel

last te hebben gehad van de bubbel, in mijn onschuld vroeg
ik naar de soort, het had de vorm dit keer

van de betonnen paal die in de ruimte stond en noodzakelijk
was voor het behoud van het plafond. Dat

gelooft u toch zelf niet, vatte ze samen. Ik wist niet meer of
het haar leven betrof of de constructie van het gebouw.

 

(na een noodzakelijke verhuizing en tussenstop ging de voorleesgroep
verder in enigszins gewijzigde en uitgebreide samenstelling)

ze weten zondermeer wat er speelt

Bij de huizen die ik passeer, zie ik mijn eigen adem nog kringelen
uit het badkamerraampje samen met de rook uit het

gestookte hout, de stoom van het troostende bad, de warmte van
een levenslange liefde; de geluiden uit de keuken

klinken nog, de geuren hangen blijvend in de voegen alsook de
misverstanden, verwijten, wensen, het speeksel, zaad,

het tranenvocht. Opgenomen door de tijd geeft ze nu pas betekenis
aan al die landverhuizingen, constructies, medestanders,

deze herinnering alsof het gisteren was. Tegelijk met het orgelspel
uit de kerk die ik passeer, hoor ik deuren slaan, het

getrippel van kattenpoten op de trap, de claxon van mijn vader als
teken van vertrek, vragen uit een naburig huis.

Er is een kind dat buiten wil spelen. Ook zie ik mezelf vergeefs
aanbellen bij mijn eigen voordeur om te smeken of zij mag.

ze weten zondermeer wat er speelt

“Maar is een autobiografische tekst niet per definitie subjectief, ook als het om memoires, dagboeken en brieven gaat? Het is een illusie dat je je situaties feitelijk en objectief kunt herinneren, en het opschrijven van een herinnering impliceert altijd selectie en vervorming, het is per definitie een creatieve daad.
Dagboeken bevatten een subjectieve weergave van gebeurtenissen, en schrijversbrieven zijn niet zelden met de mogelijkheid van publicatie in het achterhoofd geschreven.
Colette is overigens de eerste om toe te geven dat ze gebeurtenissen naar haar hand zet – omwille van de literatuur. Wat echt is gebeurd, is minder belangrijk dan hoe zij het wil láten zien. ‘Kunst is liegen, en het is dankzij de leugen dat mijn boeken bestaan.’”

uit De eerste keer dat ik mijn hoed verloor, Colette gekozen en vertaald door Kiki Coumans

stippen die sprongen

“De zonovergoten achterzijde, onzichtbaar voor voorbijgangers, was gehuld in een mantel van blauweregen vermengd met trompetbloemen die zwaar leunde op het versleten ijzeren raamwerk, in het midden doorboog als een hangmat en zijn schaduw wierp op een klein betegeld terras en de drempel van de salon….Heeft het zin met povere woorden de rest te beschrijven? Wie heeft er iets aan mijn bespiegelingen over de herfstpracht van de rode slingers van de wingerd die onder zijn eigen gewicht bezweek en zich in zijn val vastklampte aan de armen van een den? De zware seringen waarvan de dichte bloemtrossen – blauw in de schaduw, purper in de zon – snel verwelkten, gesmoord door hun eigen weelderigheid, deze seringen die al zo lang dood zijn, kan ik niet opnieuw naar het licht laten klimmen, en al evenmin naar de huiveringwekkende clematis die afwisselend zilver, loodgrijs of kwikkleurig werd gekleurd, met vlijmscherpe stukjes amethist en venijnig spitse saffieren, door een bepaald blauw raampje in het tuinhuis achterin.
Huis en tuin leven nog, ik weet het wel, maar wat doet het ertoe als de magie ze heeft verlaten, als het geheim verdwenen is dat een toegang was tot een wereld – licht, geuren, harmonie tussen bomen en vogels, gemurmel van door de dood verstomde mensenstemmen – die ik niet langer waard ben…..?”

uit De eerste keer dat ik mijn hoed verloor, Colette gekozen en vertaald door Kiki Coumans

stippen die sprongen

Mijn ergernis aan de geheimen komen uit een fluisterende
moeder die met rode wangen en vinger tegen

haar lippen haar ervaringen deelde in de hoop dat we vanaf
dan de allerbeste vriendjes zouden zijn. Mijn

vader deed hetzelfde maar dan hardop en het liefst tijdens
koude wandelingen met druipende neuzen.

Ik weet dat ik het ook doe. Mijn kinderen hoeven de bundel
niet eens uit het pakpapier te halen, de kast niet

uit te ruimen, ze weten zondermeer wat er speelt. Ook betrap
ik willekeurig anderen op dezelfde wens: smiespelend

willen ze bevriend zijn met de barista, de kunstenaar langszij,
de reiziger zonder bagage, de man van belang,

en alleen maar om die schijnbare gezamenlijkheid die oplost
zodra ze uit beeld zijn en de adem stolt.

kleine snoertjes feestverlichting

Haarlem, oktober 2018

kleine snoertjes feestverlichting

Met mijn zusje had ik een optreden vannacht, als je tenminste
het rollen over straat in een jutezak een performance kan
noemen waarbij zij niet geheel vrijwillig of

bewust meedeed aan de act. Ze droeg daarbij geheel overbodig
het prachtig streepkostuum dat ik in de uitverkoop had weggezet
maar nooit had besteld en was behoorlijk

gekrompen. De straat was vol met mensen die raar deden, er
waren gekleurde pionnen die muziek maakten, stippen die sprongen,
er waren glijbanen en tunnels en van gewoon

verkeer was geen sprake, zodat ze echt aan geen enkel gevaar bloot
stond. En ze giechelde en dat is al heel wat gezien het feit dat ze
niets met kunst heeft en niet tegen het groot

vertoon van ego kan, ik bedoel dat alles best goed ging. Er kwam
een moment van stilte waarop ik de zak zelf opende en ons naar
buiten liet waarna we meteen boodschappen

deden in de grootste supermarkt waarin meer vrouwen dat pak
droegen. Ze had geen last van jaloezie, betaalde voor mij en was
van gelijke lengte en opeens een stuk jonger.

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2018 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑