Alja Spaan

Now I wish I could write you a melody so plain, That could hold you dear lady from going insane (Bob Dylan, Tombstone Blues)

Dag: 16 oktober 2018

het laatste woord

‘Op foto’s van mezelf uit die tijd stond een afstandelijk kind afgebeeld, ouwelijk en achterdochtig. Ze poseerde keurig in een nieuw jurkje, of op een slee in de sneeuw, een bruin gezichtje tot aan de kin ingepakt in een wollen sjaal, en ik meen me te herinneren dat ik toen al bezig was de werkelijkheid te herschrijven, dat ik me erin oefende mijn gedachten te herscheppen tot het een vorm had die me beter beviel. Of is ook dit een verzinsel? Het brein van de schrijver is minstens zo bedrieglijk als de herinneringen van elk ander mens. Schrijvers hebben wellicht een groter talent voor leugens, en net als mijn vader lieg ik niet alleen de anderen maar vooral ook mezelf voor. Hij en ik, we fantaseren een werkelijkheid die ons beter uitkomt en het staat allemaal in dienst van het grote verlangen om vrij te zijn, zonder inmenging van die vermaledijde realiteit.’

uit Tenzij de vader, Karin Amatmoekrim

het laatste woord

Onder hen zijn er goedbedoelde adviezen, het moet toch
mogelijk zijn van dat moordend ritme af te wijken, dat
wurgend systeem los te laten, eindelijk te

zien hoe damp boven het weiland verdwijnt voor heldere
zonneschijn en de beesten allang gemolken nog wat
staan te dromen aan de kant. Niet dat

ik echt luister maar iets in mij verzet zich dan eindelijk
tegen het patroon uit al die jaren, het automatisme wordt
verbroken, nog meer dan anders denk

ik na. Koffie dan in de kamer, zien hoe schoolkinderen
in een lange sliert kleurig hun gymoefeningen al op de
stoep doen, ze niet alleen horen, uitstel

van die eerste zin of misschien beginnen bij de laatste.
Maar natuurlijk, zeggen zij, terwijl ik aarzelend meen
morgen, morgen toch weer gewoon

te doen als altijd: in een vloeiende beweging gedicht en
lijf, mens en dier, mist en zon, droom en verzet, daad
en verzuim nog voor hun ontwaken te verzamelen.

© 2019 Alja Spaan

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑